Recensie

Recensie Uit eten

Het ogenschijnlijk simpele tot in de puntjes beheerst: Restaurant aan de Lek

Uit eten Rotterdam Frank van Dijl recenseert elke twee weken een restaurant in of om Rotterdam

Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer

Nu ik teruglees wat we in Eetlokaal Kuiter aten (NRC, 26/02/2016), zie ik tot mijn verwondering dat mijn vrouw en ik indertijd dezelfde hoofdgerechten kozen als afgelopen zaterdag in Aan de Lek, de nieuwe zaak van Joris Koëter. Worden we saai? Op de kaart staan deze keer vier hoofdgerechten (19 euro), waarvan wij de gestoofde paddestoelen met spekjes en de varkenshaas met zuurkool en mosterdsaus links laten liggen. Zo blijven vanzelf de rogvleugel met Hollandse garnalen en botersaus en de ribeye met mierikswortel over.

Zat Koëter toen midden in Rotterdam-West, na een periode waarin hij in andermans zaken kookte is hij vorig jaar november neergestreken in Krimpen aan de Lek. De dijk langs de rivier heet ter plaatse de Dorpsstraat, vandaar misschien dat onze routeplanner ons met alle geweld van die dijk af wil hebben, maar na een terugtrekkende beweging zien we het restaurant ineens aan onze rechterhand. Het is gevestigd in een tweehonderd jaar oude dijkwoning waarachter toenmalige eigenaars ooit een kleine dierentuin uitbaatten en die later dienstdeed als slijterij en café.

Nu biedt het pand dus onderdak aan Restaurant aan de Lek. Jammer genoeg wordt het knooppunt van Noord, Nieuwe Maas en Lek aan het oog onttrokken door de loodsen van Damen Marine Components. Binnen heeft Koëter het interieur gehouden zoals hij het aantrof: houten vloer, lambriseringen, glas-in-loodramen, een potkachel. Op de houten tafels staan glazen te glimmen van voorpret, het bestek ligt op linnen servetten. Op de achtergrond klinkt het nummer Road to nowhere, het gevoel verklankend dat ons in de auto had bekropen toen we nog aan de navigatie-app gehoorzaamden.

Joris Koëter wordt omlijst door het doorgeefluik in de houten wand achter de bar. Zijn domein is de keuken, Daphne Luiten neemt de honneurs waar in de bediening en voorziet ons van ter zake kundige wijnadviezen die we zonder mankeren opvolgen. Zo drink ik bij de al gememoreerde ribeye een fijne rioja uit 2014 van het huis Vivanco en mijn vrouw krijgt bij haar rogvleugel de witte siciliaan die ik als binnenkomer had.

Er komen olienoten op tafel, gevolgd door een fles water en toast met kruidenboter. Van de vier voorgerechten (à 10 euro) neem ik de bloedworst met appelmoes en croutons, mijn vrouw de gekonfijte fazant met linzen en pompoen. Het gerecht ontlokt haar een bewonderend: „Zó, heerlijk! Het vlees valt kuis uit elkaar.” Zo praat ze soms. Het vlees blijkt desgevraagd eerst gepekeld en daarna sous-vide langzaam in ganzenvet gegaard. Mijn bloedworst is al even perfect, stevig van smaak met tegentonen van de appelmoes en appelsnippers. De mij aangeraden nebbiolo is er alleszins tegen opgewassen.

Mijn ribeye gaat schuil onder mierikswortelsaus en veldsla (die ik ook bij de bloedworst had) en is, net als de vorige keer, lees ik terug, „een flink uitgevallen stuk vlees, goed dooraderd, rood van binnen, precies zoals ik had gevraagd”. Ik begin kennelijk een man van gewoonten te worden. Werd het gerecht toen geserveerd met bietjes en pistachenootjes, nu krijgen we er ingelegde komkommer met gesneden ui en gebakken aardappeltjes bij.

Ook de rogvleugel is, net als toen, „niet kinderachtig” – Joris Koëter wil duidelijk niet dat zijn gasten met een niet-voldaan gevoel het pand verlaten. Mijn vrouw noemt de vis „supersmakelijk”, ook al had ze bruine saus verwacht. Perfect gebakken, zowel het vlees als de vis. De mierikswortel was in eerste instantie pittig, maar deed bedeesd een stapje terug in combinatie met de rioja.

We deelden de kaas en sloten af met een dame-blanche en een vlaflip met kruidenbitter, beide toetjes met een knipoog van Koëter naar vroeger tijden. Op de terugweg stelden we vast dat de chef nog even eigenwijs was als toen hij nog in Rotterdam zat en dat hij het ogenschijnlijk simpele tot in de puntjes beheerst. Heel goed.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.