Opinie

In Iran wint walging tenslotte van angst

Straatprotest Dat Iran voor én tegen het regime de straat op gaat, toont de onvrede bij de tegenstanders, menen en .
Iraniërs tijdens het vrijdaggebed op 17 januari in Teheran, waar opperste leider Khamenei bij hoge uitzondering een redevoering hield
Iraniërs tijdens het vrijdaggebed op 17 januari in Teheran, waar opperste leider Khamenei bij hoge uitzondering een redevoering hield Foto Reuters

Het neerschieten van een Oekraïens passagiersvliegtuig op 8 januari en de aanvankelijke ontkenning dat er raketten waren afgevuurd heeft de geloofwaardigheid van het Iraanse regime verpulverd. Toen het bewijs zich razendsnel opstapelde en de internationale druk toenam, zwol in heel Iran de roep aan om de waarheid te vertellen. Toen moest Teheran wel toegeven.

Twee nieuwspresentatoren van de Iraanse staatstelevisie namen ontslag, een derde betuigde spijt: „Ik heb jullie dertien jaar lang leugens verteld”, zei ze. Nooit eerder in de afgelopen veertig jaar werd het Iraanse regime zo pertinent gedwongen zijn misdaden en plein public te erkennen.

De weerzin onder de bevolking herinnert aan de Iraanse filosoof Ramin Jahanbegloo, die in 2006 vier maanden in een isoleercel zat in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Geïnspireerd door Gandhi verdedigde hij wat hij „het Recht op Waarheid” noemde als antwoord op politieke vervolgingen en de ingewortelde cultuur van leugens van het Iraanse politieke systeem.

De begrafenisceremonie voor generaal Qassem Soleimani, die met een Amerikaanse drone-aanval werd geliquideerd, is hiervan een treffend voorbeeld. Twee weken geleden was de wereld getuige hoe een grote menigte zich verzamelde om Soleimani, leider van de buitenlandse activiteiten van de Revolutionaire Garde, als nationale held te eren. Maar drie dagen later, nadat de feiten over vlucht PS752 bekend waren geworden, gingen woedende demonstranten de straten op, riepen leuzen tegen Soleimani en trokken in het hele land posters met zijn beeltenis van de muren. Ze keerden zich tegen het beeld van Soleimani als held in de strijd tegen Islamitische Staat in Irak, en scandeerden „Revolutionaire Garde, jullie zijn onze IS!”

Demonstranten waagden opnieuw hun leven, nadat in november vorig jaar honderden, zo niet meer dan duizend burgers gedood werden bij straatprotesten. De diepgevoelde behoefte hun walging te uiten won het de afgelopen dagen opnieuw van de angst. Ze keerden zich tegen het theocratische systeem, tegen de Revolutionaire Garde en tegen de opperste leider, ayatollah Khamenei. Dit was een opstand in wording.

Lees ook: Het kersverse gevoel van eenheid in Iran is alweer weg

Martelaarsdood

Hoe is het mogelijk dat een mensenmassa rouwt om Soleimani zo kort na de demonstraties van vorig jaar? En hoe kan het dat men daarna heftig tegen hem en zijn garde protesteert, zo kort na zijn ‘martelaarsdood’? Van een afstand bezien zou het de indruk kunnen wekken dat Iran een gepolariseerd land is, vergelijkbaar met de tegenstelling tussen Republikeinen en Democraten in de Verenigde Staten. Binnen de context van gesloten, autoritaire staten moet echter de systemische staatsrepressie worden meegewogen als je iets te weten wilt komen over politieke attitudes.

En zelfs dan is het geen sinecure om politieke opinies te meten. Conventionele opiniepeilingen via de telefoon of interviews ter plekke zouden een verdraaid beeld schetsen. Het kafkaëske systeem van permanente propaganda en bestraffingen maakt dat je andere indicatoren, zoals verkiezingsopkomsten, of aantallen demonstranten niet voor lief kunt nemen.

Column: Niemand wil oorlog maar je kan er zó in verzeild raken

Onmeetbare opinie

Toch hebben wij een poging gedaan om de onmeetbare opinie van Iraniërs in te schatten met een grootschalige anonieme digitale peiling tussen maart en april 2019, via het peilingenplatform SurveyMonkey. De enquête werd verspreid via sociale media, waartoe ongeveer tweederde van alle Iraniërs toegang heeft. Van de 204.000 respondenten bleven na correctie 173.000 deelnemers van 19 jaar of ouder binnen Iran over, gekenmerkt door verschillende politieke overtuigingen, sekse, leeftijd, opleidingsniveau en regionale verdeling. [Voor een verantwoording van de methode: https://nrch.nl/7j8q].

De peiling, gepubliceerd door Stichting Gamaan, laat zien dat ongeveer tachtig procent van de Iraanse bevolking in een vrij referendum ‘nee’ zou zeggen tegen de Islamitische Republiek. Deze enquête bevestigt jaren van kwalitatief onderzoek met betrekking tot het verlangen naar Iraniërs naar democratie.

Verdeeld, niet gepolariseerd

Het eenvoudige antwoord op de paradox – dat Iraniërs zowel voor als tegen Soleimani en zowel voor als tegen het regime de straat op gaan – is dat de Iraanse maatschappij verdeeld is, maar niet gepolariseerd. De verhouding tussen sympathisanten en tegenstanders van het regime is volgens onze data, respectievelijk 2 staat tot 8.

Sympathisanten kunnen zich vrij organiseren in het publieke domein en worden hiervoor beloond. Dit in schril contrast met de bedreiging van tegenstanders: wie het waagt te demonstreren, werd deze week gezegd, is zelf verantwoordelijk voor het bloedvergieten. Niettemin blijven vastberaden mensen samen in het openbaar roepen: „Islamitische Republiek, dat willen we niet, dat willen we niet.”

De onderdrukking verklaart waarom je op tv kunt zien hoe een miljoen mensen zichtbaar rouwen – tien procent van de inwoners van Teheran – in een land waar filmen onveilig is, en waar de staat het internet kan uitschakelen alvorens het vuur op demonstranten te openen.

Academici en politieke commentatoren analyseren Iran door de lens van verschillen in etniciteit, religie, ideologie en klasse. Daarbij blijven staatsgeweld, leugen en bedrog vaak letterlijk buiten beeld. Daders weten dat ze liegen, zoals de berouwvolle tv-presentatrice.

Europa kan Iraniërs helpen hun regering ter verantwoording te roepen wanneer deze liegt. Door een combinatie van internationale druk en maatregelen gericht op de bescherming van internetvrijheid, zowel tegen autoritaire staten als grote bedrijven. Het ‘recht op de waarheid’ kent immers geen grenzen en is even fundamenteel als het recht op life, liberty, and the pursuit of happiness.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.