‘Het was gelijk heel serieus tussen ons’

Spitsuur Lisette en Ruud Verlaan runnen samen een makelaarskantoor. In de begintijd, die samenviel met de crisis, was dat flink aanpoten. „We werkten tussen de 80 en 100 uur per week. We hadden geen personeel.”

Foto’sDavid Galjaard

Lisette: „Lange tijd was er weinig te doen in Zoetermeer. Weinig leuke winkels of horeca.”

Ruud: „Maar qua leefbaarheid, zeker met kinderen, is het hier heel fijn. En als we gezelligheid willen, staan we binnen twintig minuten op de Beestenmarkt in Delft. Ik heb altijd hier gewoond, ook tijdens mijn studie.”

Lisette: „Ik heb me tijdens mijn studie wezenloos gehospiteerd in Utrecht, maar kwam nergens binnen. Hij woonde net op zichzelf in een heerlijk ruim appartement. Toen was het: één en één is twee.”

Ruud: „We kennen elkaar via gezamenlijke vrienden.”

Lisette: „Ik ging met wat collega’s naar een huisfeestje. Het was liefde op het eerste gezicht. Vier maanden later woonden we samen.”

Ruud: „Ik was tweeëntwintig.”

Lisette: „Ik was negentien.”

Ruud: „Na mijn studie ben ik aan de slag gegaan bij een makelaarskantoor en heb ik de makelaardij-opleiding gevolgd in de avonduren.”

Lisette: „Drie jaar later stopte de secretaresse. Ik was net klaar met mijn studie en ben bijgesprongen als vakantiekracht. Daarna heb ik, ook naast het werk, mijn makelaardij-opleiding gedaan.”

Ruud: „Twee jaar later konden we het bedrijf overnemen.”

Lisette: „In datzelfde jaar zijn we getrouwd. En toen kwam de crisis. Achteraf gezien waren het echt tropenjaren.”

Ruud: „We werkten tussen de 80 en 100 uur per week. We hadden geen personeel.”

Lisette: „Door de crisis heb ik veel langer moeten doorwerken in een ondersteunende rol: afspraken voorbereiden, de telefoon opnemen.”

Ruud: „Ik was eigenlijk de makelaar en jij mijn secretaresse. Dat geeft geen gelijkwaardigheid.”

Lisette: „Nu hebben we drie personeelsleden in dienst en doe ik zelf ook makelaarswerk. Nu zijn er woningen die we voor de tweede of derde keer verkopen.”

Ruud: „Toen jij ook echt als makelaar ging werken, ben je heel erg opgebloeid.”

Lisette: „Ik heb me al die jaren best dienstbaar moeten opstellen. Nu die gelijkwaardigheid er weer is, loopt onze relatie ook veel beter.”

Föhnen en stijlen

Ruud: „Ons kantoor gaat om negen uur open. Tussen half acht en kwart voor acht ga ik thuis de deur uit. Als je al een uur kan werken zonder dat je mail krijgt of de telefoon gaat, ben je heel productief. Daarom sta ik om zes uur op. Eerst maak ik ontbijt voor het hele gezin.”

Lisette: „Ik kan drie kwartier met mijn haar bezig zijn: wassen, föhnen, stijlen. Ik zorg ervoor dat iedereen opstaat en zich aankleedt, een tussendoortje meeneemt. Tussen zeven en half acht ontbijten we samen. Daarna breng ik de kinderen lopend naar school en pak ik de auto naar kantoor, die is voor bezichtigingen.”

Ruud: „We hebben de balans tussen werk en privé nu meer gevonden dan tien jaar geleden.”

Lisette: „In de beginjaren hebben we altijd allebei zes dagen per week gewerkt, maar dat kan niet met kinderen, dus ik ging naar vier.”

Ruud: „Op dinsdag en donderdag is er oppas.”

Lisette: „Op maandag is Ruud thuis en op woensdag ben ik thuis. Twee keer in de maand gaan ze op vrijdag naar mijn ouders.”

Ruud: „Mijn vader is plotseling overleden in 2002. We kenden elkaar net drie maanden. Misschien is dat ook wel de reden dat we bepaalde dingen heel snel hebben gedaan. Het was gelijk heel serieus.”

Lisette: „Het is niet vanzelfsprekend dat je plannen maakt voor als je zestig bent, daar waren we ons heel erg van bewust.”

Ruud: „Mijn ouders hadden ook een eigen bedrijf. Mijn vader was altijd zes, zeven dagen per week aan het werk. Hij had heel veel last van migraine en gebruikte daar ook zware medicijnen voor. Achteraf is dat misschien niet zo verstandig geweest. Ik heb zelf ook wel eens migraine, maar als ik een aanval krijg, ga ik een dag op bed liggen en bel ik al mijn afspraken af.”

Supermarktallergie

Lisette: „Ons uitgaan is luxe uit eten gaan.”

Ruud: „Dat kan ook in Brabant zijn, dan combineren we het met een overnachting. Jij kookt thuis lekker en uitgebreid.”

Lisette: „De boodschappen doe ik ook.”

Ruud: „Ik ben allergisch voor supermarkten. Ik ga altijd met mijn wagentje achter de paal staan, zodat ik niemand in de weg loop.”

Lisette: „Grote dingen bestel ik online. Verse dingen haal ik in het weekend of tussendoor.”

Ruud: „Je kookt wel altijd vers.”

Lisette: „Sporten zorgt voor een dusdanig vaste structuur in de week dat we doordeweeks weinig tijd voor andere dingen overhouden. Ik ren drie keer in de week, soms met een groep van de hardloopvereniging.”

Ruud: „Op donderdag sta ik om half zeven op de baan van de ijsclub in Den Haag. In het weekend fiets ik buiten en in de winter fiets ik op dinsdagavond binnen met een magneetwiel.”

Lisette: „Ik ga een keer per jaar op yogaretraite in een klooster of met een vriendin een weekend weg.”

Ruud: „Ik heb in de zomer gefietst in de Pyreneeën en een paar jaar geleden heb ik in Oostenrijk de Weissensee geschaatst. Het was min 13, het zweet bevroor in je handschoenen. Heel zwaar, maar ook heel gaaf om je eigen grenzen op te zoeken.”

Lisette: „Het enige nadeel van samen werken is dat we zoveel moeten regelen om op vakantie te kunnen gaan. Als we apart gaan, kan de ander het opvangen.”