Opinie

En toen kreeg het bankje de schuld

Column Amsterdam

Auke Kok

Woensdagmorgen kwart voor elf. Twee mannen in gemeentelijke werkpakken leggen de laatste hand aan wat we maar een kunststukje van Openbare Werken zullen noemen. De ene man bukt zich en hamert nog wat stenen recht, de andere strooit zand over het nieuwe plaveisel. Een bezem verspreidt de korrels en dan is het kunststukje voltooid: het bankje, door Het Parool en AT5 als „het gevaarlijke bankje van de Korte Prinsengracht” genoemd, staat nu een halve meter verder van de kade af. Zo. Nu mag nooit meer iemand zeggen dat het stadsbestuur van Amsterdam traag is: de publicaties over het enorme gevaar van het schijnbaar alledaagse bankje waren nog niet verspreid of er werd actie ondernomen. Er spelen wel grotere problemen in het centrum dan het verplaatsen van bankjes, zou je denken, maar kennelijk kreeg de miniverplaatsing ineens de hoogste prioriteit. „Vanochtend kregen we te horen dat we hierheen moesten”, zegt de jongste van de twee werkmannen. „Om acht uur waren we hier. Was nog een hele klus het bankje los te krijgen, het zat helemaal vast aan boomwortels.”

Dat je links en rechts van het monster evengoed te water kunt raken – een reling ontbreekt – is bijzaak

Helemaal vast, uiteraard: het bankje stond er al jaren. Op een leuke plek bovendien, vlak naast de Eenhoornsluis op de hoek Korte Prinsengracht-Haarlemmerstraat, waar het vanwege het door elkaar slingerende, bont samengestelde verkeer nooit saai is. Een eeuwenoud plekje aan de gracht, omzoomd door hippe winkels, best cool.

Maar ja: als er in het tijdbestek van een jaar drie mensen op deze plek vanaf de metershoge kade in het water donderen, van wie er twee overlijden, moet er wat gebeuren. Niets doen is dan geen optie. Niets doen lijkt op onverschilligheid. Het rampzalige frame van niets doen wordt bestreden door iets of iemand de schuld te geven. In dit geval: het bankje. Het stond onverantwoord dicht bij de kaderand.

Het schuldig bevonden bankje biedt al enige tijd houvast – of eigenlijk te weinig houvast – aan drugs- en alcoholverslaafden. Daklozen hangen er rond en volgens een betrokkene van het opvangcentrum om de hoek was een van de slachtoffers van het bankje een bekende van hem.

En zo geschiedde. Bankje moest hangen.

De voorzitter van de Amsterdamse Reddingsbrigade stelde voor de houten moordenaar voor straf helemaal te verwijderen of anders twee meter te verplaatsen. Dat zou het bankje leren. Naar oud-Amsterdams gebruik kwam er een compromis: een halve meter naar achteren. En twee stalen armleuningen als extra grip. Dat je links en rechts van het monster evengoed te water kunt raken – een reling ontbreekt – is bijzaak. Dat je in het Venetië van het Noorden domweg uit je doppen moet kijken en niet laveloos langs de kades moet zwalken een onverkoopbare boodschap.

„We kunnen de hele stad wel gaan volbouwen”, zegt de jongste werkman gelaten, en zo is het.

De mannen sjorren het zeil boven de laadbak van hun wagen recht en vertrekken – zo te zien toch wel voldaan. Ze hebben de stad weer een halve meter veiliger gemaakt.

Auke Kok is schrijver en journalist.