Dit dorp in de Alpen vreest het einde van de wintersport. ‘Zonder sneeuw gaan we ten onder’

Klimaatverandering De wintersport, een jaarlijks genoegen voor 900.000 Nederlanders, loopt gevaar door opwarming van de Alpen. Reportage vanaf een met fleecedekens bedekte piste, die het skiën en snowboarden moet redden.

Wintersporters op de Diavolezza-gletsjer in het zuidoosten van Zwitserland.
Wintersporters op de Diavolezza-gletsjer in het zuidoosten van Zwitserland. Foto Getty Images

Spiegelgladde skipistes slingeren de berg af, het einde onzichtbaar vanaf de top. Ski’s trekken ondiepe geulen in de sneeuw, het krakende geluid van een snowboard in de bocht stijgt op. IJspegels aan de dakrand van het bergrestaurant. Rode wangen, dikke mutsen, min tien. Het zachte zoemen van de skilift en dáár – net onder de wintersporters in de stoeltjes – het enige teken van het gevecht tegen de tijd dat woedt op de Zwitserse Diavolezza-gletsjer.

Een grote stapel fleecedekens opgestapeld naast een bevroren meertje. Nu opgerold en werkloos aan de rand van de skipiste, maar in de lente en zomer worden de dekens uitgespreid over tientallen vierkante meters gletsjer die onder de piste liggen. „Zonder die dekens kon hier al niet meer worden geskied”, zegt de Nederlandse meteoroloog en glacioloog Hans Oerlemans terwijl hij ernaar wijst. „Dan zou de gletsjer onder die skiënde mensen zo zijn gesmolten dat hier geen wintersport meer zou zijn. De weerkaatsing van de zon op de dekens remt het smelten.”

De wintersport – een jaarlijks genoegen van bijna 900.000 Nederlanders – loopt gevaar. Er valt steeds minder sneeuw in Europa. Onderzoekers die in 2017 publiceerden in het wetenschappelijk tijdschrift The Cryosphere verwachten dat sneeuwval in skigebieden hoger dan 3.000 meter gehalveerd zal zijn aan het einde van deze eeuw. Lager gelegen wintersportgebieden zullen het dan naar verwachting helemaal zonder sneeuw moeten doen.

Gevolgen voor het skiseizoen: afhankelijk van hoogte en opwarming van het specifieke skigebied kan dat een maand later beginnen en drie maanden eerder afgelopen zijn. Hylke de Vries, klimaat-expert van het Nederlandse weerinstituut KNMI, dat van dezelfde cijfers uitgaat: „De hoeveelheid sneeuw en de lengte van het skiseizoen zullen net als nu lokaal en van jaar op jaar enorm variëren, maar over een langere periode is de afname substantieel. Het skiseizoen wordt korter en daar zal de wintersport uiteindelijk onder lijden.”

Ski- en snowboardgebieden in heel Europa bereiden zich nu al voor op smeltende sneeuw en verdwijnende gletsjers. Voel de tintelkoude vingers op een januari-ochtend in zuidoost-Zwitserland en het lijkt niet zo, maar de temperatuur is hier de laatste honderdvijftig jaar gestegen met twee graden. Dat is meer dan het mondiale gemiddelde – doel van het klimaatakkoord van Parijs is juist om de opwarming niet hoger dan twee graden Celsius te laten komen. Oorzaak is dat de Alpen ’s zomers sneller opwarmen dan gemiddeld. Voor de bewoners van de regio rond het mondaine skioord Sankt Moritz is dat niet zomaar een gegeven. Ze moeten handelen om te overleven – zo beleven ze dat hier.

Overal waar ze kijken zien de locals signalen van de botsing tussen de opwarmende aarde en de wintersport. Op het meer van Sankt Moritz, waar een groep mannen in de vroege ochtend een parkoers aanlegt op het natuurijs voor de jeugdeditie van de Olympische Spelen die deze maand wordt gehouden. Dat doen ze op het allerlaatste moment en nèt op tijd voor de wedstrijden, omdat de vrieskou eerder maar niet wilde komen. Op de besneeuwde weiden langs de Alpenpassen, die staan volgepakt met sneeuwkanonnen om mensen toch te laten langlaufen. Zelfs aan advertenties voor wintersport: die gaan steeds vaker over wandelen en minder over skiën. De burgemeester van de gemeente Pontresina, Martin Aebli: „Iedereen hier leeft van de wintersport. We hebben sneeuw nodig. Anders gaan we ten onder.”

De massastart bij de vrouwen tijdens de Jeugd Olympische Spelen op de ijsbaan van Sankt Moritz, afgelopen donderdag. Foto Jeff Pachoud/AFP

Sneeuwdouches

Op skischoenen komt Hans Oerlemans (70) het Berghaus Diavolezza binnen. Hij heeft net een uur geskied, zijn neus is nog rood. Hij pakt een cappuccino uit de automaat en bestelt een deegrol met noten erin, plaatselijke specialiteit. ‘De Gletsjerredder’ wordt Oerlemans in lokale media genoemd, samen met zijn Zwitserse collega-glacioloog Felix Keller van de Academia Engiadina. Al meer dan twintig jaar doen ze onderzoek op de gigantische Morteratsch-gletsjer. Hun doel is de krimp van de gletsjer te stuiten en liever nog: de gletsjer laten ‘teruggroeien’. Dat kan grote betekenis hebben voor het plaatselijke toerisme, maar óók voor andere skigebieden die in de problemen zitten. De hoop is dat Oerlemans en Keller een oplossing vinden tegen smeltend ijs.

Lees ook: zonder kunstsneeuw is skiën onmogelijk, al heeft dat grote nadelen.

Als hij is opgewarmd staat Oerlemans op, neemt de achteruitgang van het restaurant en loopt naar een platform waar hij uitkijkt over blauwe lucht en eindeloos witte bergtoppen. Hij is een gelauwerd wetenschapper die ondanks zijn emeritaat nog altijd parttime voor de Universiteit Utrecht werkt aan onderzoek naar gletsjers en klimaatverandering. Oerlemans woont de helft van het jaar met zijn Zwitserse vriendin en twee teckels in het nabijgelegen dorpje Bever en treedt regelmatig op met collega Felix Keller – Oerlemans op gitaar, Keller op viool. Het zijn voorstellingen waarbij ze muziek combineren met lezingen over klimaatverandering.

„Zie je daar die morenes”, vraagt Oerlemans. Ver beneden lijken het hoge rechtopstaande ruggen in de sneeuw. „Zo hoog kwam de gletsjer ooit. Op sommige plekken is de ijsdikte met tientallen meters afgenomen.” Sinds 1850 is de lengte van de Morteratsch-gletsjer met drie kilometer gekrompen tot de huidige zes kilometer. Gemiddeld smelt er per jaar dertig meter af. Dat proces willen Oerlemans en Keller dus stoppen, via een onorthodoxe methode die ze dit jaar in de praktijk willen brengen: de gletsjer het hele jaar bedekken met sneeuw. Dus niet met dekens, zoals de Diavolezza-gletsjer aan de andere kant van de berg. Daarvoor is de Morteratsch te groot en te veel in beweging – de doeken zouden scheuren.

De werking is wel hetzelfde: de sneeuw weerkaatst het zonlicht, zodat de ondergelegen gletsjer langzamer of helemaal niet smelt. Geld komt van een Zwitsers onderzoeksfonds (ruim 1,4 miljoen euro) plus een paar ton van de gemeente Pontresina. Oerlemans: „Voor de Morteratsch maken we gebruik van speciale sneeuwdouches die we aan een grote kabel over de gletsjer zullen spannen. De hele gletsjer willen we besneeuwen. Dat doen we met water uit de bergmeren dat we omzetten in kunstsneeuw. Duizenden tonnen sneeuw per dag. Die douches kunnen zonder energie sneeuw produceren. Het is een nieuw systeem zonder elektrische pompen, waardoor het milieu niet extra wordt belast. Het is nooit eerder gedaan, heel spannend. In onze rekenmodellen zorgt de sneeuw ervoor dat de gletsjer stopt met smelten in de zomer en zou het mogelijk moeten zijn om hem weer te laten groeien.”

Maandenlang skiën

Martin Aebli heeft dunne grijs-bruine haren en de uitstraling van een vriendelijke heer. Hij is geboren in Pontresina en sinds twintig jaar burgemeester van de gemeente die een aantal wintersportdorpen in de regio omvat. Zijn moderne kantoor op de bovenste verdieping van het stadhuis/toerismebureau/congrescentrum kijkt uit over de bergtoppen. Aan de muur hangt een groot hertengewei. Als kind, vertelt Aebli, was het nu – midden januari – ijskoud. Áltijd. Maandenlang kon hij skiën en langlaufen, ze dachten er niet bij na dat het ooit anders zou zijn. „Maar de natuur verandert”, zegt hij. „De gletsjers smelten, rotsen en stenen blijven over. Doen we niets, dan blijft alleen een maanlandschap over.”

De gevolgen voor zijn dorpen kunnen desastreus zijn, zegt Aebli. Daarom is hij zo blij met het werk van Hans Oerlemans en Felix Keller op de Morteratsch-gletsjer en met de fleecedekens die in de warmere maanden op de Diavolezza-gletsjer liggen. Ze beschermen het inkomen van de bewoners in de regio. „Honderd procent van mijn mensen is afhankelijk van toerisme. We hebben nul boeren, nul fabrieken, we vertrouwen alleen op wintersport. En dan liggen wij nog op 3.000 meter. Voor andere dorpen is het nog veel ernstiger.”

Delen van de Diavolezza-gletsjer worden afgedekt met dekens om de sneeuw te conserveren. Foto Getty Images

Wintersport is niet zomaar een geldmachine, zegt de burgemeester. Skiën, snowboarden, langlaufen, curling, ijshockey – „het zit in ons DNA”. En inderdaad, loop ’s avonds in het donker door het dorpje Celerina en hoor de ijshockeypucks van trainende kinderen tegen de boarding van de natuurijsbaan knallen. Wacht in de ochtend bij de plaatselijke bushalte en zie bewoners instappen om even een uurtje te skiën voordat ze naar hun werk gaan. Kijk bij museum Alpin in de vitrines en zie hoe de eerste bewoners hier al in 1850 de plaatselijke Alpentoppen ontdekten. Aebli: „Ik ben bang dat echte wintersporten zullen lijden onder de opwarming van het gebied. Nu al gaan mensen meer wandelen en mountainbiken – dat kan wél altijd.”

Een uur lopen

De rood-witte trein op het station Morteratsch stopt waar vroeger de gletsjer eindigde. De Zwitserse toerist-in-eigen-land Agnes Moelter staat naast een informatiebord. Ze komt hier al twintig jaar en heeft gezien hoe de gletsjer zich terugtrekt. Vanaf het punt waar ooit ijs lag moet ze nu een uur lopen om op de gletsjer te komen. Met een groep vrienden en wandelstokken begint ze aan de tocht. „Het is niet fijn om te zien, maar dit is de natuur, wat kun je doen?”

Moelter is niet de enige vertwijfelde toerist. Alexei Bolsakov uit Moskou komt sinds elf jaar in de regio om te skiën. In Moskou zag hij nog maar weinig sneeuw deze winter, vertelt hij, en dat zint hem niks. Maar hier? „Ik kan gewoon skiën, eigenlijk heb ik er geen last van. Dus ik kan me wel zorgen maken, maar dat heeft niet zoveel zin”, zegt hij, terwijl bus 6 richting de skipiste puffend naast de halte tot stilstand komt.

Op de Diavolezza-alp zit de familie Broska uit Zuid-Duitsland achter borden friet en braadworst. Vader Andreas begint een beetje te stamelen als de klimaatverandering ter sprake komt. Hij wijst naar zijn kinderen (3, 8 en 9 jaar): „Als zij hier komen over enkele tientallen jaren is het misschien allemaal anders. Ligt er dan minder sneeuw? Ik weet het niet, maar ik vrees het wel. Dus eigenlijk zouden we ons gedrag moeten veranderen. Minder vliegen, minder vlees eten, dat soort dingen. Maar weet je: het is lastig genieten van een vakantie als je je steeds schuldig moet voelen. Dus proberen we dat niet de hele tijd te doen en prijzen we ons gelukkig met de fantastische omgeving.”

Bekijk ook deze fotoserie over smeltende gletsjers.

In het restaurant knikt Hannes Zurcher, skileraar op de piste, als hij dat hoort. Hij eet een bord soep waar grote stukken worst in drijven, zijn huid rauw van vele jaren in de bijtende kou. „Het heeft geen enkel effect om je zorgen te maken”, zegt hij. „Als je hier om je heen kijkt, het is zó mooi. Dan denk ik: er moet wel een God zijn die dit heeft geschapen. Vroeger geloofden mensen daarin, het hielp ze om positiever naar de wereld te kijken, want er was een plan voor de aarde. Maar niemand denkt meer zo. Jammer eigenlijk, want de angst belet mensen om te genieten.”

Achter de kassa van de skishop, beneden aan de berg, zit Thomas Anelli. Halflange donkere haren onder een bordeauxrode muts. Hij komt uit Italië en woont sinds zes jaar in de regio. Hij skiet het liefst off-piste, maar daarvoor is er niet altijd genoeg sneeuw. Van de officiële pistes kan ongeveer zeventig procent worden ‘bijgesneeuwd’ met kunstsneeuw, hoewel dat dit seizoen niet altijd nodig is.

Modderlawine in Bondo

Anelli werkt hier met gemengde gevoelens. Hij merkt op dat toeristen, vooral mensen die met het vliegtuig komen, bijdragen aan de opwarming van de aarde. „We zouden eigenlijk moeten meegaan in het ritme van Moeder Natuur”, zegt hij. „Maar dat doen we niet erg snel. Als je hier woont weet je wat het betekent dat het klimaat verandert, omdat het zo zichtbaar is. Ik zie elke zomer de dekens op de Diavolezza liggen en de Morteratsch zie ik met eigen ogen smelten. Het is best eng.”

Dat was het vooral in 2017, vertelt Anelli, toen het dorp Bondo op de Zwitsers-Italiaanse grens werd bedolven onder een modderlawine. Het is nog geen uur rijden en de ramp – er vielen meerdere doden – heeft diepe indruk gemaakt in de regio. Met grof geweld kwam een enorme modderstroom naar beneden. Zwitserse onderzoekers maakten later bekend dat ijs waarop de helling deels leunde (permafrost) ontdooide, waardoor de modder kon gaan schuiven.

Dan komt Andreas Holler, de leider van het SOS-reddingsteam op de Diavolezza, de winkel binnen. In de lente rolt hij met zijn team de dekens uit over de piste. Hij is er trots op. Het is, vertelt hij, een echte redding voor het gebied. „Ons winterseizoen wordt erdoor in stand gehouden”, zegt hij. De dekens tasten de piste niet aan, zegt Holler, hoewel hij soms wel kleine deeltjes fleece uit de sneeuw plukt. Als de bel gaat die aankondigt dat de skilift naar boven gaat, rent Holler naar boven.

Thomas Anelli kijkt hem na. Hij wil hier nog lang werken. In de winter op de piste, in de zomer op de kermis in het dorp. De Alpendorpen, denkt hij, zullen de komende decennia worden verdeeld in winnaars en verliezers. Hoe lager het dorp, hoe minder sneeuw, hoe eerder het toerisme verdwijnt, denkt Anelli. „Wij zitten hier op 2.978 meter. Mensen die willen skiën zullen hier naar toe trekken. Wij worden een winnaar van de opwarming, want wij blijven over.”