Recensie

Recensie

Britse ergernis om een Caribisch eiland

Sint-Eustatius was halverwege de 18de eeuw een Nederlandse vrijhaven, een centrale stapelmarkt tussen Europa, de andere Caribische eilanden en de voor onafhankelijkheid strijdende Britse koloniën in Noord-Amerika. Er stonden pakhuizen vol goederen die verhandeld werden, waaronder wapentuig uit Europa dat bestemd was voor de Amerikanen, die in 1775 de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen. Sint-Eustatius was dan ook een doorn in het Britse oog.

Volgens een Nederlands-Brits handelsverdrag mochten er geen wapens vervoerd worden. De spanningen liepen dan ook hoog op, toen de Britten Nederlandse schepen van en naar Sint-Eustatius inspecteerden en wapens, kogels en kruit aantroffen.

In november 1776 explodeerde de situatie bijna. Een Amerikaans oorlogsschip bereikte het eiland en vuurde negen saluutschoten af, die werden beantwoord door het fort. In Britse ogen betekende dit dat de neutrale Republiek de Verenigde Staten had erkend. Formeel was dat niet zo, maar de Britten eisten bestraffing van de commandeur van Sint-Eustatius en verscherpten de controle op de schepen. Commercieel stond er voor Nederland veel op het spel, tegelijkertijd moest men de Britten te vriend houden. Een oorlog zou fataal zijn omdat de Nederlandse vloot en het leger schromelijk waren verwaarloosd.

De Britse houding werd grimmiger toen Nederland dreigde toe te treden tot het tegen Groot-Brittannië gerichte Verbond van Gewapende Neutraliteit, onder leiding van Rusland. Voor het zover was, vond Groot-Brittannië in 1780 een casus belli toen een Brits schip documenten onderschepte waaruit bleek dat Amsterdamse kooplieden de Amerikanen voorstelden hen te erkennen in ruil voor gunstige handelsvoorwaarden. Zo begon de Vierde Engelse Oorlog.

De Britse admiraal George Rodney gokte erop dat men op Sint-Eustatius nog van niets wist. Zo kon hij met zijn vloot rustig het eiland naderen en zijn soldaten aan land zetten. Wat volgde was een schaamteloze plundering.

Dit is in het verhaal dat Willem de Bruin vertelt in De Gouden rots, een titel die verwijst naar de bloeitijd van het eiland. Hij doet dat op heldere wijze met zoveel politieke, militaire en diplomatieke context dat Sint-Eustatius soms uit het zicht verdwijnt. Mooi laat hij zien hoe de door gokschulden geplaagde Rodney de plundering ten eigen bate liet plaatshebben. Dat lukte maar ten dele omdat een deel van de buit op weg naar Engeland door Fransen werd ingepikt. Die Fransen veroverden het eiland in 1781. Drie jaar later kwam het weer in Nederlandse handen, maar de gouden tijden keerden niet terug.