Opinie

Vriendschapstaks

Ellen Deckwitz

‘Ik heb veel te veel vrienden!” buldert N. als hij mijn woonkamer binnen dendert. „Dat is toch mooi?” gok ik. „Het is een ramp! Leuk voor feesten en handig met verhuizen, maar deze week is opeens iedereen ziek en loop ik alleen maar boodschappen te doen, kinderen op te vangen en sinaasappels uit te knijpen!”

N. klaagt er al jaren over dat hij te veel vrienden heeft, maar goed, hij is socialer dan een labrador op mdma. Als ik met hem op vakantie ben, kent het hele hotel binnen een dag zijn naam, inclusief de schoonmakers. Hij is een van mijn trouwste vrienden, maar die aardigheid en loyaliteit kosten blijkbaar ook handenvol tijd wanneer het griepseizoen is aangebroken.

„Ze worden vast snel beter”, mompel ik, er maar niet al te veel bij stilstaand dat ik met ‘ze’ refereer aan een groep van zo’n dertig man.

„Ik loop er al tijden tegenaan”, raast N. „Ik moet mijn vriendenbestand inkrimpen, maar mijn God, hoe doe je dat? Ze zijn meestal zo ontzettend leuk! De boeken die ik had kunnen schrijven als ik niet de hele tijd met al die mensen bezig was!”

N. publiceert eens in de zeven jaar een roman, wat heel knap is als iedereen constant maar met je om wil gaan. Ik vraag me weleens af waar hij de tijd vandaan haalt om überhaupt nog te slapen, zeker als je in de winter onder zo’n enorme vriendschapstaks gebukt gaat als hij. De Franse filosoof Baudrillard schreef dat de essentie van vriendschap de welwillendheid is om samen tijd te verspillen, maar je kan natuurlijk ook overdrijven.

Terwijl N. door de woonkamer ijsbeert, zichzelf wanhopig afvragend welke vrienden hij nu moet gaan opofferen, dwalen mijn gedachten af naar de beroemde graphic novel Sandman, die zich deels afspeelt in een grimmig hiernamaals. Daar bevindt zich een heel bijzondere boekenkast, met de werken die bekende auteurs als Dickens en Proust hadden geschreven als ze iets langer hadden geleefd, als ze hun tijd beter hadden besteed.

Voor N. zou er ongetwijfeld een hele sectie zijn vrijgemaakt. Kijk nou hoe hij door de woonkamer stampvoet, woedend vanwege al die mensen die van hem houden. Al die mensen die hem zo vertrouwen dat ze op hem een beroep doen als ze op hun slechtst zijn. Hoor nou hoe hij doorjammert over hoeveel tijd dat allemaal wel niet kost. Dat dit allemaal niet de afspraak was, wat voor bergen hij wel niet zou kunnen verzetten en hoe hij boven zichzelf uit zou kunnen stijgen, als hij maar geen vrienden had.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.