Reportage

Sahel-jeugd is klaar met Macrons ‘imperialisme’

Protest in de Sahel De jeugd in West-Afrika reageert boos op de Franse belofte van nog meer soldaten naar de voormalige koloniën. „Er moeten radicale nieuwe ideeën op tafel komen”

De Franse president Macron vliegt in een helikopter naar de Malinese stad Gao, mei 2017.
De Franse president Macron vliegt in een helikopter naar de Malinese stad Gao, mei 2017. Foto Christophe Petit Tesson/EPA

‘Frankrijk moet zijn koffers pakken en vertrekken”, klonk het bij protesten in Mali, In Niger en Burkina Faso. De jeugd protesteerde de afgelopen maanden massaal tegen de aanwezigheid van de 4.500 Franse soldaten, verspreid over de landen aan de zuidrand van de Sahara. De demonstranten zien de Franse aanwezigheid hier niet als buffer tegen het jihadisme, dat als een veenbrand door West-Afrika trekt en aan duizenden West-Afrikanen het leven kost. Nee, de Fransen zijn een magneet voor jihadisten om ten strijde te trekken tegen de voormalige kolonisator. En in die strijd wordt de lokale bevolking vertrapt, zo is de overtuiging.

De uitkomst van het topoverleg in de Zuid-Franse stad Pau tussen president Emmanuel Macron en de vijf staatshoofden van Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger en Tsjaad (de G5) begin deze week is dat Frankrijk nog eens 220 soldaten extra stuurt. Macron wilde na alle protesten zeker weten dat hij nog de steun had van de Afrikaanse regeringsleiders – en die gaven ze hem. De regeringsleiders noemden die uitkomst „een belangrijk keerpunt” in de strijd tegen de terreur van militanten groeperingen gelieerd aan Al-Qaida en Islamitische Staat, die alleen in afgelopen 4 maanden aan 230 West-Afrikaanse soldaten het leven kostte. Ook Frankrijk betaalt een prijs voor zijn bemoeienis. Eind november kwamen dertien Franse soldaten om het leven bij een helikopterongeluk in Mali. Veel soldaten kwamen uit Pau.

Op de top in Pau riep Frankrijk maandag op tot een gezamenlijk commandocentrum en het delen van informatie om de Franse operatie in West-Afrika, Barkhane, beter te coördineren met officieren uit de landen van de G5, die zelf 5.000 soldaten op de grond hebben. De „coalitie voor de Sahel” gaat dit nieuwe initiatief heten.

De leiders van de demonstraties van de afgelopen maanden zijn furieus. „Bedankt, president Macron. Voor deze les in imperialisme voor de jeugd van de Sahel”, zegt Moussa Tchangari. Hij is voormalig vakbondsleider en staat aan het hoofd van een actiegroep die zich fel verzet tegen de samenwerking tussen de regering van Niger en de voormalige kolonisator. „We proberen al jarenlang uit te leggen dat de onafhankelijkheid van ons land nog steeds bevochten moet worden.”

Macron is gewaarschuwd

Hij waarschuwt Macron. „Onthoud één ding: nog voor het einde van uw mandaat zal de jeugd van de Sahel u verrassen. De jeugd zal niet schromen u een les te leren. Of u nou wilt of niet, u zult de Sahel een dezer dagen verlaten. Misschien zonder uw bagage en uw wapens en onder luid boegeroep van de jeugd.” Hij belooft meer protesten als de buitenlandse troepen niet vertrekken.

Lees ook: Extremisten winnen terrein in de Sahel

Ook in Mali klinken deze geluiden. De Malinese muzikant Salif Keita bracht eind vorig jaar een video uit waarin hij zijn president Ibrahim Boubacar Keitas opriep „op te houden jezelf te onderwerpen aan die kleine Emmanuel Macron. Hij is maar een kind.” Hij beschuldigde Frankrijk ervan de terroristen te financieren. In de hoofdstad Bamako zijn deze samenzweringstheorieën populair, maar nooit bewezen. Toen vorig jaar 40 Malinese soldaten omkwamen bij een aanval van IS tegen een legerbasis in Boulkessi, die het Franse leger kort daarvoor had verlaten, kregen die theorieën nog meer wind in de zeilen. „Het voedde geruchten dat de Fransen onder een hoedje spelen met de jihadisten. Hoe meer soldaten van het eigen leger omkomen, hoe groter de woede tegen de Fransen”, zegt Ryan Cummings, directeur van consultancybureau Signal Risk.

‘Jihadisten geven een alibi’

Volgens hoogleraar filosofie Issa N’Diaye, verbonden aan de universiteit van Mali, geven de jihadisten een alibi aan Frankrijk om hun grote troepenmacht in de regio te houden en nu zelfs uit te breiden. „Er zijn grote strategische belangen in deze regio die de Fransen willen verdedigen. Denk aan de uranium aan beide kanten van de grens tussen Niger en Mali, de olie, goud en andere grondstoffen”, zegt hij aan de telefoon vanuit Bamako.

„Het doel van de Fransen is toegang tot die grondstoffen veilig te stellen. Ze houden geen rekening met de wil van de mensen.” Die bewering kan hij niet bewijzen, maar is gangbaar onder Malinezen. Hij is ervan overtuigd dat de Fransen Mali nooit meer verlaten. Het liefst zou hij zien dat alle niet-Afrikaanse troepen het continent verlaten en Afrikaanse landen alleen nog hulp inroepen van niet NAVO-landen.

Het jihadisme wordt ook gevoed door de onvrede over het falen van de staat, vooral in de provincies ver van de hoofdsteden van Niger, Mali en Burkina Faso. Bamako ligt meer dan duizend kilometer verwijderd van Timboektoe, de laatste Malinese stad voor de uitgestrekte woestijn waarvandaan de jihadisten hun aanvallen voorbereiden. Ze vinden makkelijk aansluiting bij bevolkingsgroepen die zich niet gezien voelen door de eigen staat, zoals de Toeareg-nomaden die al decennia dromen van hun eigen staat. Zij sloten in 2012 een verbond met jihadisten die gelinkt zijn aan Al-Qaida en veroverden in rap tempo de steden in het noorden van Mali. Ze werden pas verdreven toen het Franse leger begin 2013 ingreep.

Jihadistische groeperingen buiten ook lokale spanningen uit tussen Fulani herders en boeren, in een eeuwenoude strijd om land. „De narratief van de jihadisten is krachtiger dan die van de staat”, zegt analist Cummings. „Bovendien zien we wraakacties en mensenrechtenschendingen door de nationale legers op bevolkingsgroepen die met jihadisten sympathiseren. Dat voedt de boosheid.”

De groeiende anti-Franse sentimenten zullen er ook voor zorgen dat de Fransen hun operaties de komende tijd vooral op eigen schouders moeten dragen. Regeringen zijn huiverig hun eigen bevolking teveel tegen de haren in te strijken. President Trump heeft gehint Amerikaanse soldaten in de Sahara terug naar huis te willen brengen. De dood van vier Amerikaanse soldaten die in 2018 in Niger in een hinderlaag liepen, voedt die overweging.

De uitkomst van het Pau-overleg is volgens veel analisten vergelijkbaar met de aanpak van het geweld in Afghanistan en Irak. Meer soldaten, geen ideeën de echte problemen op te lossen. „Militaire oplossingen zijn slechts kortetermijnoplossingen. Er moeten radicale nieuwe ideeën op tafel komen”, zegt Cummings. „Extremisten moeten aan de onderhandelingstafel worden uitgenodigd. Gemarginaliseerde groeperingen moeten gehoord worden. Maar dat zijn langdurige processen. Politici kijken enkel naar de korte termijn.”