Rotterdamse VVD-wethouder Wijbenga trekt pleidooi ‘vluchtelingenquotum’ officieel in

Huisvesting statushouders Rotterdam kan jaarlijks maximaal 640 statushouders opnemen, zei VVD-wethouder Bert Wijbenga maandag in NRC. Tijdens een hard raadsdebat moest hij zijn uitlatingen als wethouder weer terugnemen.

Bert Wijbenga
Bert Wijbenga Foto Marco de Swart/ANP

Wethouder integratie en locoburgemeester Bert Wijbenga (VVD) heeft zijn pleidooi voor een lokaal vluchtelingenquotum in Rotterdam weer ingetrokken. Onder zware druk moest Wijbenga donderdag tijdens een raadsdebat toegeven dat hij in kranten, op de radio en tv niet als wethouder, maar als privépersoon had moeten spreken.

In een interview met NRC pleitte Wijbenga maandag voor het jaarlijks toelaten van maximaal 640 statushouders, ofwel één promille van het aantal inwoners. Onbegrensde immigratie brengt „risico’s” voor zowel gemeenten als vluchtelingen met zich mee, zei hij. Statushouders leggen extra druk op de woningmarkt, zorg en onderwijs, stelt hij in een opinieartikel. Ook zou het lastig voor hen zijn sociale contacten te leggen in Nederland.

Wijbenga zei in het interview als portefeuillehouder binnen het college te spreken, maar niet námens het college, en ook op persoonlijke titel. Dit leverde hem forse kritiek op van vooral oppositiepartijen Denk, Nida, Leefbaar Rotterdam, SP en 50Plus, omdat wethouders met één mond horen te spreken binnen het coalitiebeleid.

‘Kritisch gesprek’

De oppositie zette vooral de linkse coalitiepartijen onder druk om zich uit te spreken over Wijbenga. GroenLinks-fractievoorzitter Lies Roest had Wijbenga maandag direct verontwaardigd gebeld, en ook de PvdA en D66 zeiden zijn pleidooi afgekeurd te hebben. Zelf sprak Wijbenga van „telefoontjes” en een „kritisch gesprek” in de vaste collegevergadering op dinsdag.

Maar de oppositie was door deze afkeuring niet overtuigd. Wijbenga kreeg namelijk alle ruimte om zijn boodschap als integratiewethouder te herhalen: op maandag zat hij op Radio 1 bij Spraakmakers, hij gaf interviews aan RTV Rijnmond, het AD Rotterdams Dagblad en op dinsdagavond ging hij op landelijke tv in debat in de talkshow Op1.

Lees een reconstructie van Wijbenga’s rol in het Rotterdamse debat over Zwarte Piet

Tegen de raad zei Wijbenga nu te beseffen dat hij niet de „koninklijke weg” had bewandeld en hij beloofde beterschap. Hij zei geen afstand te kunnen doen van zijn persoonlijke overtuiging, maar verzekerde het collegebeleid over integratie (waarvan de titel luidt: Relax. Dit is Rotterdam) en statushouders te blijven steunen en uitvoeren. Excuses voor zijn „cri de coeur” wilde hij de raad niet aanbieden.

Rare uitspraken

De oppositie accepteerde het niet en in het nauw gedreven deed Wijbenga een paar rare uitspraken. Hij zei zijn pleidooi niet als wethouder te hebben gehouden – terwijl hij als wethouder de media te woord stond en hij zijn opiniestuk over statushouders oorspronkelijk als wethouder had ondertekend. Hij zei nooit van een „quotum” te hebben gesproken, terwijl hij dit zei tegen NRC.

Na een voorzet van coalitiepartij D66 trok Wijbenga uiteindelijk zijn pleidooi voor een vluchtelingenquotum in – als wethouder, niet als persoon. Burgemeester Aboutaleb (PvdA) werd als collegevoorzitter ook ter verantwoording geroepen, maar wist het debat effectief te ontzenuwen met een staatsrechtelijke uiteenzetting. Wethouders kúnnen niet op eigen titel spreken, alleen met mandaat van het college, zei hij.

Oppositiepartij Nida stelde dat Wijbenga zich met harde uitspraken verschuilde achter zijn eigen „falend beleid”. De VVD-fractie zei dat het halverwege de collegeperiode nog te vroeg was om Wijbenga’s wethouderschap te beoordelen.

Net als in zijn opiniestuk stelde de wethouder zelf dat er in 2019 een „kantelpunt” was: voor het eerst zouden meer statushouders de bijstand uit zijn gestroomd, dan de bijstand in. Maar volgens een gemeentelijk rapport gebeurde dit al in 2018, toen 299 statushouders een uitkering kregen en 335 werk vonden. Het huidige college werd pas in juli van dat jaar geïnstalleerd.

De ‘Orbán van Rotterdam’

Zoals vaker in de Rotterdamse gemeenteraad vielen er harde woorden in het debat. Denk noemde wethouder Wijbenga de „Orbán van Rotterdam” en de SP zei: „Trump bouwt een muur, Wijbenga wil een vluchtelingenquotum.”

VVD’er Tim Versnel betoogde hypothetisch dat het opnemen van vluchtelingen uit een land als België relatief gemakkelijk zou zijn wegens de taal en cultuur. Ellen Verkoelen van 50Plus begreep het verkeerd en dacht dat Versnel onderscheid naar culturele afkomst wilde maken bij het toelaten van vluchtelingen. „Ik ben een oorlogskind”, zei Verkoelen (1957) verontwaardigd. Waarop Versnel haar getergd vroeg: „Vergelijkt u mij nu met een nazi?” Verkoelen bood later publiekelijk excuses aan voor het misverstand.

Correctie (16 januari 2019): In eerdere versie was sprake van radioprogramma Smaakmakers. Dat moet zijn: Spraakmakers