Reportage

Over persvrijheid praat je niet in Marokko

Persvrijheid Tal van journalisten zijn Marokko uitgezet en nu worden ook steeds vaker bloggers, rappers en critici op Facebook vervolgd.
Demonstrant in Al-Hoceima in het Rifgebergte (Noord-Marokko) tegen de regering, juni 2017.
Demonstrant in Al-Hoceima in het Rifgebergte (Noord-Marokko) tegen de regering, juni 2017. Foto Jalal Morchidi/Getty Images

Drie jaar cel kreeg Ayoub Mahfoud (18) in december opgelegd omdat hij op Facebook het nummer ‘Aacha Chaab’ (Leve het Volk) van Mohamed Mounir had verspreid. De 32-jarige rapper, beter bekend als Gnawi, kreeg eerder zelf een jaar gevangenisstraf nadat hij een liedje had gemaakt over corruptie en machtsmisbruik.

Mahfoud en Mounir zijn twee van de vijftien Marokkanen die in 2019 werden vervolgd na uitingen op sociale media. En de komende tijd staan nieuwe zaken op de rol. Zoals in maart tegen journalist Omar Radi (33) die in april vorig jaar op Twitter kritiek uitte op een rechter die in hoger beroep activisten uit de Rif had veroordeeld.

Het zijn niet zomaar incidenten. De voorbije jaren sprak NRC met tal van journalisten, politici en activisten in Marokko over allerlei maatschappelijke onderwerpen en daarbij werd steeds duidelijker dat het Noord-Afrikaanse land stappen terugzet als het gaat om vrije meningsuiting. Van een onafhankelijke pers is geen sprake en kritische buitenlandse media is het land liever kwijt dan rijk. De afgelopen jaren werden meerdere journalisten uitgezet. En vaker nadrukkelijk verzocht om te vertrekken.

Schijnproces

‘Persvrijheid’ is niet een thema waarover je zomaar openlijk praat in Marokko. Historicus Maati Monjib is ervaringsdeskundige. Er loopt al jaren een zaak tegen de 57-jarige oprichter van Freedom Now, een organisatie die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting. Als secretaris van de Marokkaanse Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek was Monjib tot 2014 betrokken bij de scholing van journalisten. Nadat een Marokkaanse krant een onderzoeksverhaal plaatste over alle bezittingen van de koning was het snel gedaan met de opleiding. Sindsdien loopt een proces tegen Monjib en vier anderen wegens het „in gevaar brengen van de binnenlandse veiligheid”. Hij beschouwt dat als „een schijnproces” om druk op hem te houden.

Maar Monjib laat zich niet het zwijgen opleggen. Met afgewogen woorden analyseert hij de huidige situatie in Marokko. Nadat koning Mohammed VI bij zijn aantreden in 1999 voor verlichting leek te gaan zorgen werd de klok volgens Monjib eind 2013 bij het aflopen van de ‘Marokkaanse lente’ teruggedraaid. „Repressie was het antwoord op het groeiende maatschappelijke verzet tegen corruptie en sociale ongelijkheid. Kritische journalisten, activisten en dissidenten werden voor de meest uiteenlopende zaken veroordeeld. De aloude angstcultuur keerde terug.”

De wijze waarop directeur Taoufik Bouachrine van de krant Akhbar al-Youm het werken onmogelijk werd gemaakt staat volgens Monjib symbool voor de heersende censuur. Bouachrine kreeg een half jaar cel na een dispuut over de verkoop van zijn huis, werd tot een voorwaardelijke straf veroordeeld wegens een karikatuur van prins Moulay Ismail en kwam vast te zitten op verdenking van verkrachting. Monjib: „Een van de zogenaamde slachtoffers werd tot een half jaar veroordeeld omdat ze de politie beschuldigde haar verklaringen te hebben vervalst. Fictie à la Shakespeare.”

De veroordelingen van Bouachrine staan niet op zich. Volgens Monjib staan op dit moment „alle vooraanstaande media” onder controle van de staat. „Het komt erop neer dat een groot deel van de journalisten voor het regime werkt. Gekscherend worden die het ‘cabinet noir’ genoemd.”

Wie zich niet aan de regels van dat ‘zwarte kabinet’ houdt, loopt gevaar op vervolging. Dat overkwam journaliste Hajar Raissouni in augustus 2019 toen ze na kritische berichtgeving over de Rif in Akhbar Al-Yaoum werd gearresteerd wegens een illegale abortus. Een maand later kreeg ze na internationaal protest gratie van de koning.

Laatste interview met koning

De Spanjaard Ignacio Cembrero (65) weet hoe gevoelig het Marokkaanse koningshuis is voor kritiek. Hij is de laatste buitenlandse journalist aan wie Mohammed VI een interview gaf. Dat was op 5 mei 2005, vlak voordat de koningen van Marokko en Spanje elkaar troffen. „Ik werd als journalist van El País ontvangen in een koninklijke residentie in Ouarzazate”, vertelt Cembrero in een café in Madrid. „Het interview duurde 55 minuten en ging over onderwerpen als de relatie tussen beide landen, migratie, de aanslag in Madrid en de kwestie over het Peterselie-eiland. Allemaal geen probleem.”

Cembrero zag in de loop der jaren de beperkingen als journalist toenemen. Aanvankelijk kon hij – soms zelfs met hulp van Mohammed VI – verslag doen in Marokko, maar daar kwam na verschillende akkefietjes in 2014 een einde aan. Het land probeerde hem tevergeefs te vervolgen wegens „propageren van terrorisme” nadat El País een link naar een kritische video had geplaatst. Toen het regime zich rechtstreeks tot El País wendde met het verzoek hem te vervangen zag Cembrero zich bij gebrek aan steun gedwongen op te stappen.

Voor de Riffijnse Nederlander Jamal Ayaou – beter bekend onder zijn bijnaam Amazigh – is het geen verrassing dat de arm van Rabat ver reikt. Nadat de activist op 20 juli 2017 meedeed aan een demonstratie waar vrijlating van Rif-gevangenen werd geëist, zette hij zijn strijd in Nederland voort met de oprichting van Arif News. „We zijn een nieuwsplatform voor Riffijnen die hun stem willen laten horen. En dat doen we vanuit Nederland waar we veilig zijn”, zegt Ayaou. „ Hoe anders is dat in Marokko waar burgerjournalisten worden opgesloten en gemarteld als ze zich via de sociale media uitspreken tegen het beleid van de koning. Het regime probeert nu met repressie de reputatie van Mohammed VI, die ze de afgelopen twintig jaar via de gecontroleerde media hebben opgebouwd, angstvallig te redden.”