Dirigent François-Xavier Roth in 2018

Foto EPA/PEPE TORRES

Interview

‘Ik wil het publiek voorgaan naar onbekende gebieden’

Klassiek Luisteren naar de Franse dirigent François-Xavier Roth (48) betekent verrast worden door ongehoorde effecten. Geen wonder dat hij prijs na prijs wint. En deze week opnieuw te gast is bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Een opvallende verschijning is hij, dirigent François-Xavier Roth. Op een nerveuze manier charmant en zelfverzekerd, of het nou de vlotte introductie betreft waarmee hij het publiek opwarmt voor het concert, de vanzelfsprekendheid waarmee hij een assistent op verse sigaretten afstuurt of de manier waarop hij tijdens het concert als verrassingsstunt zelf opeens een trommel ter hand neemt.

„Ik ben iemand die graag communiceert”, zegt hij. „In Frankrijk, meer een literatuur- dan een muziekland, heeft het me altijd gefrustreerd dat de meeste mensen geen aansluiting vinden bij klassieke muziek. Dat wil ik veranderen door mensen te bereiken, op welke manier dan ook. Dat ze wel van andere muziek houden, bewijst dat het mogelijk is.”

Roth werd de laatste jaren een household name in de dirigenten-eredivisie. Cd-opnames met zijn eigen orkest, Les Siècles, deden versteld staan door een krakende frisheid. Neem de opname van Berlioz’ Symphonie fantastique, net uit. De heksensabbath verschijnt in technicolor voor je geestesoor, inclusief grauwende blazers, geselende violen en op het uiterste randje van de timing hinkepotende bassen. Een openbaring.

Roth groeide op met muziek als een „vanzelfsprekend en dagelijks” ingrediënt van zijn jeugd. Wie op zondag de Saint Sulpice in Parijs bezoekt, hoort daar op het orgel nog altijd zijn vader spelen, organist Daniel Roth. „Hij nam me toen ik klein was vaak mee om hem achter het orgel te helpen met registreren”, zegt Roth. Maar zijn eigen liefde voor muziek ontbrandde echt goed door de fluit van zijn opa. „Omdat mijn opa blind was, lag zijn oude fluit ergens opgeborgen, in een doos. Toen ik die vond, ben ik er zelf op gaan spelen. Al snel wilde ik niets liever dan orkestfluitist worden.”

Dat zijn energie- en ambitiepeil eigenlijk een maat te groot waren voor het leven als orkestmusicus, voorvoelde hij op het conservatorium al wel, zegt Roth. „Maar ik durfde de sprong naar het dirigeren nog niet aan.” Hij speelde eerst fluit in allerlei orkesten. Nam een lesbaan, stichtte een gezin. En ging toen pas voor een tweede studie orkestdirectie terug naar het conservatorium.

De overgang van fluit naar baton volgde toen hij in 2000 de Donatella Flick Competition won – internationaal een belangrijk concours voor dirigenten. „Maar dan nog”, nuanceert Roth. „Ik heb het tegendeel van een hippe flitscarrière. Aanvankelijk zat ik bij een klein agentschap dat er weinig aan deed mijn carrière te versnellen. Dat vond ik ook prima. Ik wilde vooral leren, assisteren. Vooral mijn leerjaren bij John Eliot Gardiner waren belangrijk voor mijn ontwikkeling.”

Eigen orkest

Het oprichten van een eigen orkest, net als Gardiner, was al een oudere droom. „Besef: ik ben van de generatie die opgroeide met cd’s, in de bloeitijd daarvan zelfs. Al als tiener had ik een enorme collectie. Ik adoreerde de opnames van Gardiner, maar ook die van Pierre Boulez en Nikolaus Harnoncourt – allen mét hun eigen ensembles. In mijn brein gistte toen al het verlangen om met een eigen orkest het hele repertoire, van oude muziek tot avant-garde, in ongewone combinatieprogramma’s uit te voeren op authentieke instrumenten.”

Les Siècles ontstond in 2003. „De eerste vier jaar kleinschalig en zonder budget, met repetities bij mij thuis”, zegt Roth. „Van kamermuziekprogramma’s op onze moderne instrumenten hebben we de activiteiten uitgebouwd. Inmiddels hebben we een grote collectie oude muziekinstrumenten en worden we ondersteund door mecenassen, onder andere in Zwitserland.”

De meeste musici van het eerste uur zijn gebleven. „Daar ben ik blij om, want de vereiste betrokkenheid gaat ver. Les Siècles is soms wel vier maanden per seizoen bij elkaar, en we doen veel meer dan alleen concerten en cd-opnames. We spelen ook in ensembleverband voor ouderen en verzorgen programma’s op scholen. Dat is echt uit idealisme, niet om bij geldschieters in de smaak te vallen, zoals je in de Angelsaksische wereld veel ziet. Als een orkest onderdeel is van een breed spectrum aan sociale activiteiten, zal niemand zeggen dat het onbelangrijk is, denk ik. Maar je hebt wel musici nodig die dat kunnen, die hun passie voor muziek steeds weer wíllen uitleggen.”

De musici uit Les Siècles hebben verschillende achtergronden. Sommigen zijn barokmusicus, anderen avant-gardespecialist. „Uitwisseling is onze voedingsbodem”, zegt Roth. „Wanneer we nieuw repertoire ontdekken, ondernemen we die reis samen.”

Roth wisselt de vrijheid en „snelle spontaniteit” van zijn eigen orkest af met zijn chef-dirigentschap in Keulen, bij het Guerzenich Orchester en de opera: een groot en dus ook veel logger muzikaal instituut. „Maar hier in Keulen kan ik dingen die ik met Les Siècles niet kan”, zegt hij. „De ene avond Wagners opera Tristan und Isolde dirigeren, en de avond erna Mozarts Jupiter Symfonie, bijvoorbeeld. Daarbij: er is hier in Keulen een traditie van avontuur, het was de thuisstad van grote moderne componisten als Karlheinz Stockhausen en György Ligeti, het publiek heeft echt een antenne voor nieuwe muziek.”

Dat beschouwt hij als een grote meerwaarde. „Maar ik zou nooit kunnen kiezen. Juist omdát ik ook Les Siècles heb en daarmee laat zien waarvoor ik sta, interesseren andere orkesten zich voor mij; voor mijn gekte en energie. Dat ze me hier een lied van Charles Trenet lieten zingen, is een voorbeeld. Ik vind het voor mezelf ook gezond en goed dat ik alle kanten van het orkestbedrijf ken. Dat houdt me realistisch. Ik weet hoe duur en ingewikkeld het is.”

Raar programma

In Nederland was Roth te gast bij het Rotterdams Philharmonisch, het Residentie Orkest en het Concertgebouworkest. Daar is hij deze week terug voor het tweede deel in de concertserie ‘Mens en Mythe’ in een onorthodox programma rondom de mythologische Alkestis (Alceste), met aria’s en delen uit opera’s van Rameau, Lully, Gluck en Mozart.

„Het is een heel raar programma, de totstandkoming heeft me absurd veel e-mails gekost”, lacht Roth. „Maar ik ben als dirigent het gelukkigst als ik dingen in beweging kan brengen. Geen voorspelbare avonden dirigeren, maar het publiek én het orkest voorgaan naar onbekende gebieden. Het allerleukste vind ik het als ik zelf de sleutel niet direct vind. Mahlers Vijfde symfonie en Debussy’s Jeux zijn tot op heden raadselen voor me. Dat gevoel – een muzikaal mysterie nog niet ontrafeld hebben en weten dat ik daartoe nog wel een kans krijg – maakt me diep gelukkig.”

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. François-Xavier Roth. 22, 23, 24/1. Concertgebouw, A’dam. Inl: concertgebouworkest.nl