Recensie

Recensie

Het wonder van de verstandige BMW

Autotest De BMW 1-serie kreeg voor het eerst voorwielaandrijving. Dat was tot nu toe vloeken in de kerk, aldus .
De BMW 118i
De BMW 118i Foto Merlijn Doomernik

Wat is de opdracht van een BMW? Harder gaan dan andere. Die Freude am fahren eist het. Wat te doen, waar dat in 2020 niet meer mag of kan? Dan zoekt men nieuwe sluipwegen naar het geluk, dat met de dommen is.

De nieuwe zaligheid is flirten met de duivel. De grille van de 118i is een freakshow, De Schreeuw van Munch met de muil van The Joker. Naar verluidt eisen de Chinezen zulke bekken. Straks gaan ze de spijlen nog door slagtanden vervangen. Terwijl de rest van de auto met een voor BMW ongekende matigheid pas op de plaats maakt voor een nieuw, trager levensritme.

Met de 118i voltrekt zich het wonder van de verstandige BMW die het razen opgeeft. Een anderhalve liter driecilinder turbo met 140 muizige pk’s slingert het hatchbackje in een lauwe achtenhalve seconden naar de honderd. Dat doet een Tesla Model 3 in de helft van de tijd. De 1-serie is weliswaar ook met grotere motoren te verkrijgen, de basisversie wordt de lease-lokker die we aanstonds voor dag en dauw parkeergarages op de Zuidas in zien duiken. Voor 35 mille toch een echt merk met Echte Dreigneus, helder verhaal.

Men stelle zich voor, hoe de projectleider van BMW zijn team heeft toegesproken. „Vrienden, dit wordt ons zoenoffer voor de makelaarsmeisjes en snotjongens met verkeerde schoenen en een shitbaan in de e-marketing. Jullie weten allemaal, dat die niet kunnen rijden. En als ze het kunnen, krijgen ze er toch maar gezeik mee, dat weer negatief op ons afstraalt. Heldendom is dood. Tem de begeerte, maak onze instapper zo tam als zijn kopers. Geef hem ter compensatie de grote bek die ze op kantoor niet durven opzetten. Troost het edelproletariaat met brood en spelen, tech en hifi. En geef hem gerust voorwielaandrijving. Hebben ze achterin meer ruimte voor de weekendtassen, en het verschil voelen ze toch niet.”

Zo kreeg de 1-serie voor het eerst voorwielaandrijving. Dat was bij BMW tot nu toe vloeken in de kerk. De 1-serie was tot het vorige model de laatste achterwielaangedreven auto in het Golf-segment. Achterwielaandrijving rijdt beter, vooral als het hard gaat. De amateur zal inderdaad niets merken van de ommezwaai. Het stuurtje mag te dik en het vliegtuigstoeltje iets te krap zijn, de auto wekt nog steeds de competitieprikkels op die je in een Golf niet zullen overkomen. Wel in een Focus, die voor veel minder even scherp is. In die statuswond zal ik uit consideratie met de zwoegers op de Zuidas maar niet verder wrijven. Uitstekende auto verder, al zou hij iets minder mogen verbruiken dan 1 op 13,5.

Joker-sprint

Enfin, onze e-marketeer geeft na weer een dag toneelspelen eens gas, en kijk nu toch; hij ziet op de A10 een wakkere kantoorgenoot per Tesla Model 3 met minder bijtelling zijn Joker-sprint verpletteren. Hij slikt de vraag weg die hem sinds zijn shitopleiding Business Management achtervolgt; waar doe ik het allemaal voor? Het lot antwoordt vijf minuten later, door de trage BMW en de behekste Tesla zij aan zij muurvast te laten lopen voor de Coentunnel. Ze kijken bij elkaar naar binnen. De BMW-man vat moed; zijn 1-serie heeft sfeer, de Tesla niks. Hij vlucht, toch vaag teleurgesteld, in het geluk van brood en spelen. Hij ziet de blauwe lichtaccenten in de carbon-applicaties in zijn dashboard en klooit wat met het multimediasysteem, toch leuk. ‘Wat is geluk?’, denkt hij. Hij is niet dom. Rondom hem ziet hij andere jongens in grotere BMW’s, de harde koppen zo gepantserd als het front van de zijne. Hij ziet zijn leven voor zich en hij voelt: Gods zegen schenkt zo onverschillig willekeurig als het noodlot straft.

Dan stuit hij in zijn infotainmentmenu op het programma Caring Car. Dat heeft een vitalize- en een relax-programma in het vermaakspakket. Hij leest: ‘Het programma relax duurt drie minuten en ontspant de bestuurder d.m.v. o.a. airconditioning, licht en muziek.’ Zeg daar eens nee tegen. Op het multimediascherm verschijnt een zonsopgang, de stoelverwarming gaat aan, uit de speakers klinkt new age-achtige hotellobbymuziek. Na drie minuten techno-zen is de 118i-rijder nog steeds een jongen van 29 in een BMW met 140 pk, onderweg naar een appartementencomplex waar ook Focussen wonen. De file is opgelost. De concullega schiet zijn Tesla naar de horizon. Munch schreeuwt het uit.