Opinie

Er is meer zorg en aandacht nodig voor verwarde personen

Verwarde mensen

Commentaar

Paniek vorige week in de Thalys richting Parijs. Een man van 28 probeerde mensen aan te vallen met een mes, riep Allahu Akbar en werd uiteindelijk door de Rotterdamse politie aangehouden. Zijn familie wees de volgende dag in het AD naar de geestelijke gezondheidszorg: de man zou een psychische stoornis hebben maar kon niet bij een psychiatrische instelling terecht voor hulp.

Het is een van de vele voorbeelden van de afgelopen jaren: mensen die in verwarde toestand voor overlast zorgen of een gevaar zijn voor zichzelf of hun omgeving. De één heeft een psychose, de ander een delier, een aantal is stomdronken. In het slechtste geval zijn de gevolgen dramatisch, zoals de verwarde vrouw die in november op straat werd doodgeschoten door de politie in Alkmaar.

Het aantal incidenten met ‘personen met verward gedrag’ explodeerde in tien jaar, bleek uit een serie verhalen over hulp aan verwarde mensen die NRC afgelopen week publiceerde. Van 40.000 meldingen bij de politie in 2011 tot 96.000 meldingen in 2019. Die heeft ze een code gegeven: E-33. Ze bezorgen de (toch al overbelaste) politie veel extra werk, omdat zij als een van de weinige instanties 24 uur per dag ‘aanstaan’. Ook corporaties worstelen met verwarde huurders die niet voor zichzelf zorgen en steeds vaker brand stichten.

Hoe heeft dit zo uit de hand kunnen lopen? Politie, woningcorporaties en wethouders wijzen naar de ggz, waar de afgelopen zes jaar fors op is bezuinigd. Bijna een derde van de plekken in ggz-instellingen is geschrapt terwijl de vraag naar psychische hulp al jaren toeneemt. De uitgaven bleven constant: rond 6,6 miljard euro per jaar. Ook sloten verzorgingshuizen, terwijl het aantal 75-plussers groeit. Meer psychiatrische patiënten én ouderen wonen zelfstandig.

De bezuinigingen waren volgens opeenvolgende kabinetten noodzakelijk omdat de zorgkosten door de vergrijzing, nieuwe technologieën en medicijnen onhoudbaar worden. Thuis wonen is goedkoper dan in een instelling. Maar doordat er te weinig is geïnvesteerd in begeleiding en hulp aan huis voor die mensen, komen de problemen nu als een boemerang terug.

De kabinetten Rutte hebben ingezet op ‘zelfredzaamheid’ en de ‘participatiemaatschappij’ – de optimistische gedachte dat mensen goed in staat zijn om voor zichzelf te zorgen en dat ook voor elkaar kunnen en willen doen. Die principes zijn prachtig, maar wie ze toedicht aan elk individu, slaat de plank mis.

In een complexe maatschappij kan niet iedereen zichzelf redden. Kent niet iedereen de weg naar hulp, wil niet iedereen hulp, en heeft niet iedereen de discipline regelmatig te leven of op tijd zijn medicijnen in te nemen. En lang niet iedereen heeft familie of vrienden die dagelijks langskomen om te kijken hoe het gaat.

Een overheid die zo fors bezuinigt op het aantal plekken in zorginstellingen zou erop moeten toezien dat daar voldoende hulp voor in de plaats komt, ín de woonwijken, aan huis. Een kwestie van keuzes. Dat is uiteindelijk stukken humaner en voordeliger dan 96.000 keer per jaar politie op verwarde mensen afsturen of een zwartgeblakerde woning opknappen na de zoveelste brand.