Het IFFR heeft geld, maar het blijft opletten

IFFR De herinnering aan de financiële problemen van het International Film Festival Rotterdam zijn nog vers. Reden om te kijken hoe het er nu financieel voor staat.

Vorig jaar trok het IFFR ruim 327.000 bezoekers.
Vorig jaar trok het IFFR ruim 327.000 bezoekers. Foto Jan de Groen

Nog relatief kort geleden zat het Internationaal Film Festival Rotterdam in financiële problemen. Nu, aan de vooravond van het 50-jarig bestaan van het festival – dit jaar is de 49ste editie – is de vraag: hoe gaat het inmiddels financieel met het IFFR?

Het filmfestival haalt haar inkomsten, vorig jaar bijna 9,5 miljoen euro, uit grofweg drie verschillende bronnen; subsidies, opbrengsten van bezoekers en bijdragen van sponsoren en andere financiers.

In 2013 vielen de inkomsten uit al deze bronnen tegen. Subsidies werden gekort, inkomsten uit de horeca vielen tegen en inkomsten uit sponsoring en fondsen liepen terug. De Filmkrant schrijft in juni van dat jaar dat het festival zich genoodzaakt ziet om te reorganiseren. Vier van de dertig medewerkers verliezen hun baan, en vaste contracten van enkele werknemers wordt omgezet in tijdelijke.

Inmiddels noemt het festival haar financiële situatie ‘gezond’ en is er steeds meer ruimte voor groei. Waar ligt dat aan?

Allereerst de subsidies. Die gaan sinds 2017 weer omhoog. Door het slechte economische tij kromp de subsidiepot van de gemeente in 2013 met bijna 20 miljoen. Voor het festival betekende het dat zij vier jaar lang ‘maar’ 1 miljoen euro van de gemeente Rotterdam kregen. In 2017 werd de pot weer aangevuld tot ruim 80 miljoen euro en ging de subsidie van IFFR omhoog naar 1.17 miljoen euro, het huidige bedrag. Het Rijk maakt daarnaast nog eens 1.37 miljoen euro per jaar over. Bij elkaar vormen deze subsidies ongeveer een kwart van het totale budget.

Hogere bijdrage?

Het totale cultuurbudget van de gemeente blijft de komende jaren 80 miljoen euro, maar de manier van verdelen gaat op de schop. Rotterdam krijgt een zogenoemde Culturele Basis. Acht instellingen zijn daarbij verzekerd van een bepaalde subsidie. Instellingen als De Kunsthal, het Maritiem Museum en de Doelen verdelen samen bijna de helft van het cultuurbudget. Het IFFR valt niet in deze basis, maar dat betekent niet dat het festival geen of minder geld krijgt. Hoeveel het krijgt is nog niet bekend. Het festival zelf zegt op een hogere bijdrage te hopen.

Kunst die de grenzen van film oprekt

Daarnaast krijgt het festival incidentele subsidies. Zo leverde vorig jaar bijvoorbeeld de Europese Commissie een bijdrage (359.626 euro), net als Rotterdam Festivals (75.000 euro) en deelgemeente Feijenoord (6.000 euro). Het is overigens niet bekend wat alle bezoekers van het festival op hun beurt de stad Rotterdam opleveren, daar wil het IFFR deze editie onderzoek naar doen.

Dan de giften. Misschien wel de belangrijkste verandering van de afgelopen jaren in het kasboekje van het IFFR; de forse bijdrage van de filantropische stichting Droom en Daad. Deze stichting is opgericht door de Rotterdamse vastgoedfamilie Van der Vorm en investeert in cultuur in Rotterdam. Vier jaar lang is het festival verzekerd van hun steun. Vorig jaar kreeg het IFFR 1,8 miljoen euro. Dit jaar en natuurlijk ook volgend jaar, als het IFFR haar 50ste verjaardag viert, maakt Droom en Daad eveneens een bijdrage over.

Het festival gebruikt dit bedrag, ongeveer een vijfde van het totale budget, om het programma van Talks (soort talkshow) en Masterclasses (een professional uit de filmindustrie vertelt over zijn of haar werk) uit te breiden en nog toegankelijker te maken. Daarnaast wordt een deel besteed aan het verbeteren van de internationale promotie van het Rotterdamse festival. Dat lijkt effect te hebben: vorig jaar bezochten ruim 2.439 (inter)nationale filmprofessionals het IFFR, een groei van ruim elf procent. Ook was er extra ruimte om het kunstprogramma van het festival verder uit te breiden.

Als Droom en Daad zich na volgend jaar terugtrekt, zal het festival flink aan de bak moeten om dat gat weer op te vullen. Overige partners zoals de Bankgiroloterij (223.845 euro), Fonds 21 (nieuw vorig jaar en goed voor 150.000 euro) en vfonds (200.000 euro) droegen vorig jaar bijvoorbeeld in totaal zo’n 850.000 euro bij. Meer dan verwacht, maar nog niet de helft van de bijdrage van Droom en Daad. De opbrengsten van sponsoren bleven vorig jaar achter; 500.000 euro, bijna twee ton minder dan begroot.

Foto Jan de Groen

Tot slot dan de opbrengsten van bezoekers. De bezoekersaantallen schommelden de afgelopen tien jaar rond de 300.000 bezoeken. In 2011 waren het er bijvoorbeeld 340.000, in 2013 nog 280.000 en vorig jaar waren het er in totaal 327.000. Daarmee heeft het festival ook eigenlijk haar maximale capaciteit bereikt. Op vrijwel alle grote ‘doeken’ in de stad, van Pathé, Kino, Lantaren Venster, De Doelen etc, worden twaalf dagen lang festivalfilms gedraaid. Deze editie doet het IFFR een proef om het aantal stoeltjes toch nog verder uit te breiden. Ook bij Pathé de Kuip worden dit jaar festivalfilms gedraaid.

Zo toegankelijk mogelijk

Gezamenlijk gaven de bezoekers vorig jaar ruim 2,29 miljoen euro uit aan onder andere filmkaartjes, drankjes en producten met het bekende tijgerlogo. De kaartverkoop leverde uiteraard de grootste bijdrage met bijna 1,7 miljoen euro, iets meer dan het jaar daarvoor. Dat kwam vooral omdat de prijzen voor een filmkaartje stegen van 11 naar 12 euro. Vooral door de stijging van de btw, laat het IFFR desgevraagd weten. De prijs blijft dit jaar 12 euro. De prijs van de kortingspas van het IFFR ging vorig jaar juist omlaag. Het lidmaatschap van Tiger Friends (tot 2018) kostte 50 euro, voor Tiger Members is dat nu 35 euro. De korting blijft hetzelfde; leden betalen 3 euro minder voor een regulier filmkaartje.

Het IFFR benadrukt dat ze voor iedereen toegankelijk willen zijn. Zo krijgen studenten bijvoorbeeld 4 euro korting op hun filmkaartje. Bezitters van een Rotterdampas kunnen gratis de bioscoopzaal in, mits er nog kaartjes vrij zijn 30 minuten voor de film begint. Ook werkt het festival samen met verschillende scholen en mbo’s met educatieve programma’s.

Samengevat haalt het IFFR 38 procent van de inkomsten uit subsidies, 32 procent uit eigen inkomsten (ook sponsoren vallen hieronder) en nog eens 30 procent uit private middelen. Uit onderzoek in opdracht van OCW in 2016 blijkt dat het IFFR daarmee afwijkt van andere filmfestivals in Nederland. Die halen gemiddeld bijna de helft van hun inkomsten uit subsidies (47 procent) en 42 procent uit eigen inkomsten. Private investeerders dragen 11 procent bij.