Een jaar op de slibgronden: hoe is het met de ADM’ers?

ADM-krakers Een jaar geleden werd de roemruchte vrijplaats op het ADM-terrein ontruimd. De harde kern van de krakers streek neer op een door de gemeente aangewezen tijdelijke locatie: de oude slibgronden in Noord. „Het eerste half jaar was echt afzien.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

„Een stad zonder vrijplaatsen is als een circus zonder clown.” Het felgele spandoek langs de dijk van het Noord-Hollands Kanaal is al van verre zichtbaar. Een slingerend weggetje tussen de bomen leidt naar een poort met allerhande stalen gevaartes. Hier wonen de voormalige krakers van de ADM-werf tegenwoordig.

Een jaar geleden, op 7 januari 2019, ontruimde de ME in alle vroegte het voormalige terrein van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij in het Westelijk Havengebied. Enkele maanden eerder had de Raad van State de krakers gesommeerd te vertrekken, na een jarenlange juridische strijd. Daarmee kwam, na 21 jaar, een einde aan ’s lands meest roemruchte vrijplaats, geboorteplek van festivals als Robodock en thuis voor 125 krakers.

Lees ook: Alles kon op de ADM-werf, zolang het een beetje in harmonie verliep

De gemeente stelde de ADM’ers een nieuwe, tijdelijke verblijfplaats ter beschikking: de oude waterzuivering in Amsterdam-Noord, ook wel bekend als de slibgronden. Plaats voor iedereen was er niet, en lang niet alle krakers hadden zin om hier hun intrek te nemen. Maar een harde kern van ongeveer 45 ADM’ers maakte de overstap.

Het eerste half jaar op de slibgronden waren „echt afzien”, zegt Hay Schoolmeesters, ADM’er van het eerste uur. Toen ze hier een jaar geleden met hun spullen aankwamen, was er alleen een lege zandvlakte. De gemeente had het terrein geëffend en aansluitingen op water en elektra aangelegd. „Maar we moesten zelf sleuven graven naar onze woningen. En er was nog niet eens een brug om op het terrein te komen.”

Chaotische indruk

Het nieuwe terrein maakt, geheel in de geest van de oude ADM-werf, een chaotische indruk. Trailers, huifkarren, containers en mongoolse tenten staan kriskras door elkaar. Overal ligt rommel. Er is een oude brandweerwagen en een bus zonder wielen. „Eigenlijk staat alles hier nog gewoon zoals we het er een jaar geleden hebben neergezet”, zegt Schoolmeesters.

Het nieuwe onderkomen van de voormalige ADM-krakers is net zo chaotisch als de werf die ze een jaar geleden moesten verlaten. Trailers, huifkarren, containers en mongoolse tenten staan kriskras door elkaar.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Schoolmeesters neemt ons mee naar een hoek van het terrein. Hier hebben de ADM’ers geprobeerd het familiegevoel van de werf een beetje terug te brengen. Er is een gemeenschappelijke keuken („als we koken wordt het hier vanzelf warm”) en twee bars („een voor het bier en een voor de sterke drank”). In de sterkedrankbar houden ze hun vergaderingen.

Een meter of twintig verderop raast het verkeer op de A10. „In het begin, toen het gebouw nog aan één kant open was, konden we elkaar nauwelijks verstaan vanwege het lawaai van de auto’s”, zegt Koop, een andere oud-ADM’er. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant („oude kraaktraditie”).

Zonder upgrade tot echte vrijplaats zouden ze hier ook niet willen blijven

Net als vroeger op de werf hebben de ADM’ers ook hier weer het nodige lopen klussen. Er kwam een houten loods, die dient als werkplaats – cadeautje van een andere voormalige vrijplaats aan het Nieuwe Meer. Het wc- en douchegebouw dat de gemeente had neergezet, kreeg een extra verdieping. Maar écht werk hebben ze er niet van gemaakt. „Dit is toch een tijdelijke plek”, zegt Schoolmeesters.

Koop: „Als er dit jaar nog een strenge winter komt, hebben we echt een probleem.”

In één keer alles kwijt

We wandelen verder, over een weg van betonnen platen die de ADM’ers, met enig gevoel voor pathos, hebben gedoopt tot de Laan der Verloren Vrijplaatsen.

De ontruiming van de ADM-werf, zegt Schoolmeesters, was „een dag van absolute weemoed”. Net als de meeste andere krakers raakte hij in één keer alles kwijt. De gemeente had erop gehint dat de ME pas een paar weken later zou komen, zegt hij – en dus hadden ze hun spullen nog niet gepakt. Schoolmeesters verliet het terrein net op tijd via een achteruitgang, met alleen zijn computer, een paar harde schijven en een stapel multomappen met de ADM-administratie.

De eigenaar van de werf ging na de ontruiming voortvarend te werk. Ondanks een toezegging van de gemeente dat de ADM’ers nog een paar dagen de tijd zouden krijgen om hun spullen te pakken, begon hij nog dezelfde dag met de sloop van het voormalige krakerswalhalla. Schoolmeesters: „We mochten nog één keer terug komen om de restanten van alles wat naar de klote was geholpen, bijeen te vegen.”

Koop: „Ik heb drie dagen in een DAF’je rondgereden, met slaapspullen. Bij vrienden gelogeerd.”

ADM’ers Koop en Hay Schoolmeesters in gesprek.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Op de slibvelden bewoont Koop een oude yurt. Schoolmeesters liet een oude trailer neerzetten aan de rand van het terrein, met een zeil op het dak tegen lekkages. De inrichting is spartaans: een houtkachel, een straalkachel, een bed, een tafel en een bureau.

Hoe het straks verder moet met de ADM’ers is nog onduidelijk. Hier in Amsterdam-Noord kunnen ze niet blijven: per 1 november moeten ze van de gemeente weer vertrekken. Een voorstel om het terrein om te bouwen tot een permanente ‘ADM 2.0’, met werkplaatsen, woningen en ateliers in de ernaast gelegen gebouwen van de waterzuivering, werd door de gemeente van de hand gewezen.

En zonder upgrade tot echte vrijplaats, zeggen Koop en Schoolmeesters, zouden ze hier ook niet willen blijven – zelfs als het wél zou mogen van de gemeente. Op de oude werf hielden ze festivals en feesten, er waren werkplaatsen. „Zonder openbare functie”, zegt Koop, „wordt het hier een soort getto”.