Interview

De kunstdetective twijfelt niet: ‘Dit is Maria van Aelst’

Kunstgeschiedenis Kunstenaar én onderzoeker Rudolf Smeets ging op zoek naar een portret van Maria van Aelst, hoofdpersoon van een historische roman. Hij kwam uit bij Rembrandt.

Rembrandt: ‘De man en de vrouw in het zwart’, 1633. Volgens onderzoeker Rudolf Smeets een huwelijksportret van Antonio van Diemen en Maria van Aelst. Collectie Isabella Stewart Gardner Museum, Boston
Rembrandt: ‘De man en de vrouw in het zwart’, 1633. Volgens onderzoeker Rudolf Smeets een huwelijksportret van Antonio van Diemen en Maria van Aelst. Collectie Isabella Stewart Gardner Museum, Boston

De erkende Rembrandt-deskundigen willen vooralsnog niks van zijn ontdekking weten, of ze noemen zijn vondst „interessant”. Die lauwe ontvangst verbaast Rudolf Smeets (1951) niks. Academici in de kunstwereld lijden volgens hem aan tunnelvisie. Ze bewandelen alleen de gebaande paden en kijken vaak ook niet echt. Met een grijns: „Ze hebben soms poep in de ogen.”

Smeets identificeerde de geportretteerden op het schilderij dat in de oeuvrecatalogus van het Rembrandt Research Project gerubriceerd staat onder nummer C67: De man en de vrouw in het zwart. Een doek dat al dertig jaar spoorloos is; in 1990 werd het gestolen uit het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston, Massachusetts, samen met andere waardevolle werken, in wat bekendstaat als ‘de grootste kunstroof aller tijden’.

Het identificeren van anonieme geportretteerden op oude schilderijen is geen exacte wetenschap. Vaak komt het neer op het combineren van waarschijnlijkheden tot een plausibele hypothese. Aannames die later dikwijls weer worden verworpen of vervangen door een nieuwe aanname.

Voor Rembrandts man en vrouw in het zwart hebben kunsthistorici in het verleden diverse namen gesuggereerd, die alle weer zijn verworpen. Smeets is ervan overtuigd dat het een huwelijksportret is van Maria van Aelst en Antonio van Diemen, de latere gouverneur-generaal van Batavia, het hoofdkwartier van de VOC, de Nederlandse handelsvereniging in Oost-Indië.

Voor zijn identificatie gebruikte Smeets de beschikbare informatie over de herkomst, datering en röntgenopnamen. Die gegevens combineerde hij met zijn scherpe oog voor gezichtskenmerken, én met geavanceerde biometrische techniek.

Rudolf Smeets (1951) is een academisch geschoold beeldend kunstenaar. Al meer dan twintig jaar geeft hij les aan De Leidsche Academie (voor Schilder- ende Teeckenconst), een door hemzelf opgerichte particuliere opleiding met jaarlijks zo’n zestig cursisten.

Sinds 1992 verricht Smeets ook kunsthistorisch onderzoek. Eerst hielp hij jarenlang een hoogleraar met onderzoek naar middeleeuwse boekbanden. Sinds 2000 doet hij studie naar zogenoemde tekenboeken, de gedrukte boeken die vanaf de zestiende eeuw als lesmateriaal dienden voor leerling-kunstenaars. Zijn privé-collectie tekenboeken is na die van het Rijksmuseum waarschijnlijk de grootste van het land. Het resultaat, zegt Smeets, van twintig jaar lang de dag beginnen met het doorvlooien van digitale veilingcatalogi.

Vrachtje baarmoeders

Smeets doet ook regelmatig onderzoek naar zeventiende-eeuwse schilderkunst. Twee jaar geleden ontdekte hij bij een particulier in Den Haag een mansportret dat hij aan Govert Flinck kon toeschrijven. De vrouwelijke pendant vond hij niet veel later in een Zwitserse veilingcatalogus. Beide werken zullen als stel worden opgenomen in de nog te verschijnen catalogue raisonné van Flinck.

Smeets kan dus goed zoeken. Vandaar dat Anneloes Timmerije, auteur van literaire en historische non-fictie, drieënhalf jaar geleden bij Smeets aanklopte. Timmerije werkte aan een roman over Maria van Aelst, een achttienjarig Brabants meisje dat in 1625 met zes andere maagden naar Batavia werd verscheept. Een vrachtje baarmoeders die met de heren in de Oost Hollandse kinderen moesten gaan verwekken.

Maria werd na de dood van haar echtgenoten een selfmade woman met grote dadendrang

De echtgenoten van Maria bleken minder goed bestand tegen de Oost-Indische hitte dan zij. Op haar 22ste was ze al twee keer weduwe. Maria ontpopte zich in Oost-Indië als een selfmade woman met een grote dadendrang. Dwars tegen alle verboden in ging ze in diamanten handelen, hielp ze haar derde echtgenoot het kruidnagelmonopolie te handhaven en zette ze het sociale leven in Batavia naar haar hand. Toen Maria van Aelst in 1646 repatrieerde en zich in Amsterdam vestigde, behoorde ze tot de honderd rijksten van de Republiek.

Hoe kan het dat er van zo’n bijzondere vrouw geen portretten bewaard zijn gebleven, vroeg Timmerij aan Smeets. Haar goede vriend antwoordde: „Dat portret is er wel, we weten alleen nog niet waar het hangt.”

Het uitgangspunt voor Smeets’ zoektocht naar een afbeelding van Maria waren de twee overgeleverde portretten van Antonio van Diemen, haar derde echtgenoot. Het pasgetrouwde paar verbleef in 1632 een jaartje in de Republiek. Lieten ze toen misschien een huwelijksportret schilderen?

Smeets zette de twee bewaard gebleven portretten van Van Diemen groot op het bureaublad van zijn computer, zodat diens gezicht op zijn netvlies inbrandde. En hij begon de oeuvrecatalogi van de portrettisten van de Republiek te bestuderen.

Op een avond bleven zijn ogen haken aan een door Rembrandt geschilderd dubbelportret. De Leidse schilder was een voor de hand liggende kandidaat. Hij begon in het atelier van de Amsterdamse kunsthandelaar Uylenburgh naam te maken als portrettist. Bovendien ging Van Diemen tijdens zijn verblijf in Nederland verslag over Batavia uitbrengen aan stadhouder Frederik Hendrik. Deze prins van Oranje had dertien werken van Rembrandt verzameld. Aangenomen mag worden, zegt Smeets, dat Van Diemen die deels gezien zal hebben bij zijn bezoek.

Smeets herkende Antonio van Diemen op een kleine zwart-witreproductie van een schilderij, op bladzijde 172 van Uylenburgh en Zoon (2006), een boek over het Amsterdamse atelier waar Rembrandt als portretschilder aan de slag ging. Geen twijfel mogelijk, zegt Smeets, als hij het boek laat zien. Die oogopslag, die wenkbrauwen. Zonder te juichen genoot hij destijds van zijn vondst. Smeets: „Als ik een bijzondere ontdekking doe, word ik juist stil, heel stil.”

Het Britse bedrijf Aurora AI combineerde werken van Rembrandt en een portret van Antonio van Diemen door een anonieme kunstenaar en kwam tot de conclusie dat de twee geschilderde mannen voor 99,5 procent overeenkomen. Aurora

Huwelijksportret

Het gezicht van de man op het schilderij van Rembrandt is frontaal geschilderd. De overgeleverde portretten van Van Diemen tonen zijn gezicht in driekwart profiel. Als ervaren portretschilder leverde dat voor Smeets geen probleem op: „Als ik een gezicht in driekwart profiel zie, weet ik ook hoe het er recht van voren uitziet.” Als het dubbelportret van Rembrandt een huwelijksportret zou zijn, moet de vrouw naast Van Diemen wel Maria van Aelst zijn. De VOC’er huwde slechts eenmaal.

Een portret van Antonio van Diemen door een anonieme kunstenaar. Foto Rijksmuseum

Smeets kent opnieuw geen twijfel. Hij ziet wel negen symbolische aanwijzingen die duidelijk maken dat het een getrouwd paar betreft. De vrouw zit links van de echtgenoot, als teken van onderdanigheid. De naakte rechterhanden versus de gehandschoende linkerhanden. De rozetten op de mannenschoenen. Enzovoorts.

Een belangrijk bewijs voor de identificatie is de wandversiering, links achter de man. Volgens Smeets een wandkaart met daarop Oost-Indië, het gebied dat Van Diemen, in 1632 nog commandeur van de retourvloot van de VOC, heeft helpen openleggen. Smeets: „Zo’n wandversiering op een schilderij heeft altijd betekenis.”

Er diende zich echter één onoverkomelijk tegenbewijs aan: het doek is gedateerd 1633 – het jaar dat Maria en haar man alweer teruggekeerd waren in Batavia. Bij verder onderzoek leerde Smeets dat die signatuur en datering later zijn aangebracht. Met infraroodfotografie vond het Rembrandt Research Project de oorspronkelijke ondertekening van Rembrandt zelf: RHL van Rijn, een signatuur die Rembrandt alleen maar gedurende de eerste 10 maanden van 1632 heeft gebruikt – een tijdsperiode dus die wel aansluit bij Smeets’ theorie.

Als extra bewijs voor de identificatie van Van Diemen zette Smeets biometrie in. Het Britse bedrijf Aurora AI, onder meer verantwoordelijk voor de gezichtherkenningssoftware die op luchthaven Heathrow wordt gebruikt, vergeleek de man op het schilderij van Rembrandt met een van de portretten van Van Diemen uit het Rijksmuseum. Het resultaat: de twee geschilderde mannen komen voor 99,5 procent overeen.

Belofte

Smeets kwam zijn belofte aan Anneloes Timmerije dus na: hij vond een portret van Maria van Aelst. Een fragment van Rembrandts dubbelportret siert het omslag van De mannen van Maria, haar eind september verschenen historische roman.

Tijdens het schrijven, vertelt Timmerije, zag ze alleen de ogen en wenkbrauwen van haar hoofdpersoon. Haar fantasiebeeld van Maria beantwoordde „helemaal niet” aan de vrouw waarmee Smeets op de proppen kwam, zegt Timmerije met een lach. „Nee, dat kan bijna niet. Ik dacht aan een Brabants meisje met Spaanse invloeden, een vrouw met meer uitdrukking in haar ogen. Het is zo mooi dat ze nu een gezicht heeft.”

Timmerije bedankt Smeets uitvoerig in haar nawoord. Het lijkt alsof ze het eens is met de Rembrandt-deskundigen die zo lauw op Smeets’ identificatie reageerden. Ze schrijft namelijk dat daarvoor nog „geen afdoend bewijs” is.

Nee, zo is het niet, zegt Timmerije. Haar nawoord schreef ze in juni, toen Smeets nog volop bezig was met zijn bewijsvoering. Inmiddels, zegt de schrijfster, is ze ervan overtuigd dat de man op Rembrandts dubbelportret Antonio van Diemen is. „En dan kan de vrouw niemand anders zijn dan Maria van Aelst.”

Anneloes Timmerije: De mannen van MariaAnneloes Timmerije: De mannen van Maria Querido, 344 blz., €20,99