Brieven

Brieven 16/1/2020

Roger Scruton

Natuur als snoepwinkel

Na lezing van het artikel Roger Scruton, mijn leermeester, op zoek naar het verloren thuis (14/1) van Thierry Baudet vraag ik me af: hoe is de adembenemende onverschilligheid van Baudet over de huidige milieucrisis te rijmen met de anti-urbane terug-naar-de-natuur visie die Scruton, zijn leermeester, blijkbaar huldigde? Een hypothese: Baudet hanteert net als Scruton de stijlfiguur van de inversie: ‘als links zich druk maakt over de opwarming van de aarde en de bedreiging van mens en dier die dit zou impliceren, dan ga ik vanwege mijn weerzin tegen linkse politiek gewoon het tegenovergestelde verdedigen’. Een tweede hypothese is dat zowel Scruton als Baudet de natuur ziet zoals een kind een snoepwinkel: je haalt eruit waar je zin in hebt met een roekeloze zorgeloosheid die, in het licht van wetenschappelijke inzichten, niet anders dan infantiel genoemd kan worden. Electorale opportuniteit als hypothese kan overigens niet worden uitgesloten, evenmin een combinatie van deze verklaringen.

Roger Scruton (2)

Het oordeel van Scruton

Ik ben NRC zeer erkentelijk voor het artikel van Baudet over Scruton: deze ‘ode’ aan een ‘mentor’ verschaft vooral inzicht in Baudet zelf. In de necrologie van Scruton door Sjoerd de Jong lees ik over diens afkeer van zelfbevlekking en groeiende besef van de politieke dwaling van de Hongaarse politicus Victor Orbán (‘de macht naar zijn hoofd gestegen’). Ik ben benieuwd hoe Scruton over de Baudet van vandaag zou oordelen.

Roger Scruton (3)

Academische wereld

In tegenstelling tot wat Baudet schrijft werd Scruton niet „verstoten uit de politiek-correcte academische wereld” na publicatie in 1980 van The Meaning of Conservatism. Hij bleef verbonden aan Birkbeck College als ‘reader’ en vanaf 1985 als hoogleraar esthetica (tot 1992). David Wiggins, hoofd van het departement filosofie van Birkbeck, heeft hem publiekelijk en intern altijd gesteund. Verder was hij bevriend met de Canadees Jerry Cohen, hoogleraar politieke filosofie aan de Universiteit van Oxford, en auteur van Karl Marx’s Theory of History: A Defence. Ik denk overigens niet dat een auteur van meer dan 50 boeken zich postuum erg vereerd voelt met het compliment dat hij „dan ook eigenlijk op zijn best [was] in korte, puntige columns, debatten, of zelfs meer nog dan dat: in conversaties”.

Kernenergie

Duitsers toch geen spijt

Rosanne Hertzberger schreef in haar column van afgelopen weekend (Luister Frans, ik wil juist méér kernenergie, 11/1): „Er kan zomaar een bestuurlijke ramp gebeuren zoals in Duitsland in 2011, toen de regering Merkel besloot om na Fukushima (...) resoluut alle kerncentrales bij het grof vuil te zetten. Ze hebben er nog steeds spijt van.”

Onzin. De Duitse regering en de grote meerderheid van de bevolking staan nog steeds vierkant achter de kernuitstap. Dat heeft de Energiewende mogelijk gemaakt en daardoor de ontwikkeling en prijsdalingen van hernieuwbare energie. Meer dan het afgeschakelde vermogen van kerncentrales werd vervangen door hernieuwbare bronnen. Volgens Frans Timmermans is er geen goede businesscase voor kernenergie te maken: het is te duur. Hertzberger stelt dat windenergie zonder subsidie ook te duur zou zijn: „En nu de subsidies voor wind op zee afnemen, wordt het ook daar moeilijker om financiers te vinden.” Inmiddels draaien de eerste windmolens zonder subsidie. Vattenfall bouwt komend jaar het tweede subsidieloze windpark op de Noordzee. Het enige wat overeind blijft, is dat Hertzberger kernenergie wil, maar het is onduidelijk waarom, behalve dat je best onwetenschappelijke voorkeuren zou mogen hebben. Wij onderschrijven Timmermans’ hoop dat voorstanders van kernenergie er even weinig ideologisch en even zakelijk naar kijken als hij dat doet.