Zo mooi is lelijk Nederland

Publieke ruimte Lelijke plekken die zo treurig zijn, dat ze een bezoek waard zijn. Tijs van den Boomen las een opgewekte gids met reistips.

Rotonde in Uden
Rotonde in Uden Foto's Mark van Wonderen

De Britse fotograaf Martin Parr was de eerste die zijn camera richtte op de treurige alledaagsheid van het stedelijk leven. Zijn voorbeeld vond in Nederland gretig navolging en inmiddels kun je een halve boekenplank vullen met onverbiddelijke portretten van Nederland, gemaakt door grote namen als Daniel Koning, Hans van der Meer en natuurlijk Hans Aarsman. Maar de lelijke plekken die zij vastleggen zijn wel altijd mooi gefotografeerd – waarschijnlijk kunnen ze als echte fotografen niet anders.

Mark van Wonderen, van beroep radioverslaggever, trapt niet in de esthetische valkuil, hij klikt er onbekommerd op los als hij door het land reist. Eerder publiceerde hij een boek met bijna elfhonderd Chin. Ind. Spec. Rest., volgende week maandag verschijnt Treurtrips. (Her)ontdek Nederland!

Mooie lelijkheid is de heilige graal die hij najaagt, en dat doet hij met opgewekt gemoed en een tikje studentikoze humor. Het boek bevat trips als ‘Wapperend door West’ (op de scooter door Amsterdam-Nieuw-West), ‘Alsmaar meer Almere’ (een fiets- annex segwayroute), ‘Vroem vroem door het veen’ (per auto door Drenthe) en ‘Ratelen met de karren’ (een winkelwagenroute door Nijmegen-Dukenburg). Je krijgt er ook nog een Spotify-playlist met ruim honderd nummers bij, van ‘Een daggie Nieuwediep’ (Theo Kruize) tot ‘Kom mit noa Valkenburg’ (The Rambo’s).

Zelf denkt Van Wonderen dat zijn hang naar droeve plekken voortkomt uit zijn jeugd: als geboren en getogen Bergenaar kreeg hij een overdosis schoonheid. Logisch dus dat hij zijn hart verliest aan Parkstad Limburg, door hem terecht aangeduid met de oorspronkelijke naam: Oostelijke Mijnstreek. „Geen gebied in Nederland dat zo geschikt is voor een uitgebreide meerdaagse treurtrip”, oordeelt hij. Maar ook Lelystad – „uitgegroeid van lelijk eendje tot lelijke eend” – en Delfzijl – „een topbestemming voor de treurtripper” – hebben een warme plaats in zijn bezorgde hart.

Want bezorgd is hij: de vooruitgang en de welvaart eisen op steeds meer plaatsen hun tol. De teksten zijn dan ook doortrokken van aansporingen als „wees wel snel”, „voor het te laat is” en „ook hier dreigt weer het spook van de renovatie. Houdt het dan nooit op?!”

Treurtrips is bedoeld als reisgids, maar het is misschien nog wel meer een vrolijke aansporing om zelf op ontdekking te gaan. Bijvoorbeeld naar Purmerend, waar volgens Van Wonderen onder de lelijkheid geen treurtripwaardige schoonheid te vinden zou zijn. Zou het echt?