Opinie

Urgenda-arrest: rechter deed wat hij moest doen

Met zijn klimaatuitspraak bond de Hoge Raad de politiek aan het recht. Dat is de rechtsstaat in actie, schrijven .
Actievoerders bij de Hoge Raad vanwege de uitspraak in de Urgenda-zaak.
Actievoerders bij de Hoge Raad vanwege de uitspraak in de Urgenda-zaak. Sem van der Wal/ANP

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Nederlandse Staat op basis van mensenrechten de verplichting heeft om aanvullende maatregelen te treffen tegen gevaarlijke klimaatverandering. Vanuit verschillende hoeken wordt nu de constitutionele noodklok geluid. Hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga schreef in NRC dat de rechter zich hiermee op politiek terrein begeeft en volgens hem is het einde nu zoek. Elzinga garandeert zelfs een vuurwerkverbod op last van de rechter. (De rechter kan vuurwerk verbieden. Maar willen we dat?, 6/1).

Rechtsgeleerde en FVD-politicus Paul Cliteur gaat nog een stap verder en voorziet het einde van de democratie. Dergelijke constitutionele stemmingmakerij is overtrokken en misplaatst, en het vuurwerkverbod is nog ongewis.

In een democratische rechtsstaat moet ook de politiek binnen de grenzen van het recht blijven. Als er gevaren zijn voor het leven en de veiligheid van burgers, zoals bij klimaatverandering evident het geval is, en de wetgever kan of wil geen passende maatregelen nemen, dan kan (zelfs: moet) de rechter, als burgers daarom vragen, beoordelen of het overheidsbeleid rechtmatig is.

Nederland heeft zich verbonden aan de verplichtingen van diverse mensenrechtenverdragen. Die verdragen bevatten natuurlijk geen concrete klimaatverplichtingen, maar dat is ook niet hoe rechtsvinding werkt. Bijvoorbeeld, nergens staat dat het verboden is om iemand met een kruk op het hoofd te slaan, maar er bestaat wel een recht op fysieke integriteit. De rechter moet telkens, door middel van interpretatie, een vertaalslag maken van een concreet geval naar een algemene norm. Bij de interpretatie van het betrokken mensenrechtenverdrag mag de rechter rekening houden met onder meer internationale beginselen, gedeelde waarden tussen verdragsstaten, algemeen aanvaarde standaarden en inzichten uit de wetenschap.

En dat is precies wat de rechter heeft gedaan. Het klimaatbevel komt overeen met het absolute minimum van wat er volgens de klimaatwetenschap, internationale klimaatafspraken en tot voor kort ook de regering zelf noodzakelijk wordt geacht om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Het reductiedoel is dus niet uit de lucht gegrepen. De rechter gaat ook niet op de stoel van de wetgever zitten, want de politiek mag bepalen hoe de benodigde reductie wordt gerealiseerd.

Lees ook het opiniestuk van Douwe Jan Elzinga: De rechter kan vuurwerk verbieden. Maar willen we dat?

Urgenda-uitspraak toegesneden op klimaatprobleem

Dat Elzinga garandeert dat de rechter na Urgenda nu ook een vuurwerkverbod zal toewijzen, miskent hoe atypisch het Urgenda-arrest is. Zoals de Hoge Raad zelf ook benadrukt, doen zich in het Urgenda-proces uiterst bijzondere omstandigheden voor. Zo zijn de aard en omvang van de gevolgen van vuurwerk van heel andere orde dan het geval bij klimaatverandering het geval is. Bovendien heeft Nederland niet, zoals bij klimaatverandering, op nationaal en internationaal niveau allerhande vergaande toezeggingen gedaan met betrekking tot vuurwerk. Ook de dynamiek van oorzaak en gevolg zijn totaal verschillend; burgers kiezen er in principe zelf voor om een vuurpijl af te steken. Zo zijn er nog meer verschillen. Het gaat om wezenlijk verschillende gevallen.

De stelligheid waarmee Elzinga beweert dat een vuurwerkverbod kan worden afgedwongen op last van de rechter, is dus misplaatst. De artsen die naar aanleiding van zijn beweringen voornemens zijn via de rechter een vuurwerkverbod af te dwingen, zullen waarschijnlijk van een koude kermis thuiskomen.

Lees ook: Drie hoeraatjes voor de rechter in Urgenda 2

Een goede bestudering van de Urgenda-uitspraak laat zien dat het klimaatbevel een robuuste juridische onderbouwing heeft die is toegesneden op de specifieke aard van het klimaatprobleem. Daarbij heeft de Hoge Raad zijn uiterste best heeft gedaan om uit politiek vaarwater te blijven.

In het Urgenda-proces doet de rechter simpelweg wat hij moet doen: het bewaken dat rechten worden gerespecteerd. Dat is niet het einde van de democratie, dat is onze rechtsstaat in actie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.