Opinie

Terug naar de wijk van de witte kentekens

Lotfi El Hamidi

De Oost-Europeanen staan weer op de politieke agenda. Nadat Lilian Marijnissen (SP) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) met een actieplan kwamen om migratie binnen de Europese Unie strakker te reguleren, gooide ook Hugo de Jonge (CDA) een steen in de vijver. „Helpen we Bulgarije als een derde van zijn bevolking vertrekt? Helpen we Rotterdam-Zuid als daar een flink deel van de Bulgaren neerstrijkt?”, vroeg de vicepremier zich af in een interview met NRC. Ook De Jonge denkt aan een beperking van migratie.

Ruim twee jaar geleden bezocht ik voor de gemeenteraadsverkiezingen de wijk Carnisse in Rotterdam-Zuid, waar veel Oost-Europese arbeidsmigranten wonen. Deze week keerde ik terug naar de wijk van de witte kentekenplaten, en na een wandeling merk je dat migranten langzaam maar zeker bewoners worden.

Waar voorheen nog slechts enkele Oost-Europese toko’s te vinden waren, met hier en daar de onmisbare slijterijen, ontstaat er in het straatbeeld inmiddels wat meer verscheidenheid, zoals een kapperszaak voor Poolse vrouwen en een drukbezochte lunchroom met authentieke Poolse gerechten. Op de ruiten van een Bulgaarse toko hangt een elftalfoto van FC Balkan Rotterdam.

In een Poolse hiphopwinkel spreek ik met Oliver (27), die liever geen achternaam wil geven. In het Engels, want voor het leren van de Nederlandse taal heeft hij „nog geen tijd gehad”. Alhoewel, hij woont hier sinds 2011. „Ach, andere Polen spreken geen Nederlands én geen Engels.” Sterker nog, ze vertikken het, beweert hij. „Je kunt onmogelijk verwachten dat de Nederlanders Pools gaan spreken, dus je moet ze wel tegemoetkomen. In Polen verwachten ze ook dat de Oekraïners de taal leren.” In tegenstelling tot nieuwkomers van buiten de Europese Unie hoeven arbeidsmigranten uit EU-landen niet verplicht in te burgeren.

De winkel met de naam ‘Polski Street Szop’ heeft hij overgenomen van de vorige eigenaar. Twee Poolse vlaggen hangen boven de ingang en binnen staan sweaters met de Poolse tweekleur te koop. „We zijn een trots volk, al weten wij hier wel beter”, zegt Oliver. Hij doelt op de uitstekende voorzieningen hier die in Polen ontbreken. „Ik heb nu een gele kentekenplaat en een Nederlandse verzekering.”

Hij ziet soms Polen wel terugkeren naar het geboorteland, waar het economisch beter gaat, maar ook steeds meer die definitief in Rotterdam willen blijven. Of ‘Nederlanders’ last ondervinden van de Poolse aanwezigheid? Oliver: „Ze zijn inmiddels aan ons gewend, heb ik het idee.” De Bulgaren en Roemenen, die hangen in groepjes buiten tot laat in de avond, zegt hij.

De Poolse nieuwkomer voelt zich alweer een oudkomer.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.