Neanderthaler zocht schelpen in zee

Archeologie Er zijn steeds meer aanwijzingen dat neanderthalers zwommen en in ieder geval hun hoofd onder water durfden steken.

Tot werktuig bewerkte bruine venusschelpen.
Tot werktuig bewerkte bruine venusschelpen. Foto Villa/Soriano/PLOS ONE

Of ze écht zwommen is nog niet zeker, maar neanderthalers doken in ieder geval onder water naar venusschelpen die ze vervolgens gebruikten als werktuigen. Dat blijkt uit analyse van 171 bruine venusschelpen (Callista chione) uit de Italiaanse Grotta dei Moscerini, aan de Tyrrheense Zee, tussen Napels en Rome.

Dat neanderthalers schelpen van dit type als werktuig gebruikten was ook uit andere vindplaatsen al bekend, maar altijd werd aangenomen dat ze aangespoelde exemplaren van het strand opraapten. Archeologen onder leiding van Paola Villa (University of Colorado) en Sylvain Soriano (University Paris Nanterre) hebben nu aangetoond dat bijna een kwart van de aangescherpte venusschelpen levend van de zeebodem is opgeraapt.

De venusschelp leeft onder het zand, vlak onder de kustlijn, maar verraadt zijn locatie doordat zijn sifon (ademhalingsbuis) boven het zand uitsteekt. Wie onder water kijkt, kan de schelp makkelijk met de hand uit het zand pakken, zo schrijven de onderzoekers deze week in PLOS ONE.

Ten opzichte van aangespoelde schelpen hebben opgeviste bruine venusschelpen veel minder schuurplekken, geen aanhangende zeeorganismen etcetera. Toen nu toe is daar bij de schelpen nooit op gelet. Dat neanderthalers met hun hoofd onder water durfden sluit aan bij een ontdekking die vorig jaar in PLOS ONE (14 augustus 2019) werd gepubliceerd: bij neanderthalers komen opvallend vaak ‘exostoses’ in de gehoorgang voor. Dat zijn kleine vergroeiingen die ook wel ‘surf-oor’ of ‘zwemmers-oor’ genoemd worden omdat ze vaak ontstaan door de herhaalde inwerking van koud water. Eric Trinkaus (Washington Univerity) die die verrassende ontdekking deed kon overigens niet uitsluiten dat die vergroeiing door koude wind was ontstaan.

Dat neanderthalers voedsel uit het water haalden was al bekend. Bij twee neanderthalers uit het Belgische Spy (ca. 40.000 jaar oud) is bijvoorbeeld zetmeel uit waterlelies in het tandsteen gevonden (en ze hadden ook vergroeiingen in het oor). Ook werden op andere neanderthalerplekken visbotjes en mosselschelpen gevonden. Vorig jaar is ook een groot aantal neanderthalervoetstappen ontdekt op een prehistorisch strand bij Normandië.

Opvallend aan het materiaal uit de Grotta dei Moscerini (‘Grot der muggen’) is dat in periodes dat er veel schelpwerktuigen worden gevonden er juist weinig stenen werktuigen zijn. Mogelijk werden de schelpen verzameld als er weinig stenen voorhanden waren. Sowieso lijkt de grot een neanderthalerbuitenpost te zijn geweest, die onregelmatig bewoond werd.