Opinie

Minister Hoekstra moet Belastingdienst zelf reorganiseren

Toeslagenaffaire

Commentaar

Hoe diep kan een minister door het stof gaan? Heel diep. Dat is het beeld dat oprijst uit de brief die minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) het afgelopen weekeinde schreef aan de Tweede Kamer. Daarin kondigt hij een ingrijpende reorganisatie van de Belastingdienst aan; een rechtstreeks gevolg van de toeslagenaffaire die model staat voor niet alleen een falende maar ook een vooringenomen overheid die daardoor het vertrouwen van burgers schaadt.

Honderden, maar misschien zelfs duizenden gezinnen die onterecht werden aangemerkt als fraudeurs hebben als gevolg van het eendimensionale optreden te maken gekregen met soms zeer zware financiële consequenties. Ook toen het probleem eindelijk werd erkend, was er bij de Belastingdienst weinig inkeer te bespeuren. De gedupeerden bleven bot behandeld worden. Het was vorige maand voor de eerstverantwoordelijke staatssecretaris van Financiën, Menno Snel (D66), reden politieke consequenties te trekken en op te stappen.

Hoekstra heeft niet gewacht op de komst van een nieuwe staatssecretaris maar alvast lijnen voor de nabije toekomst uitgezet. De in een kleine zes pagina’s geschetste hersteloperatie die de McKinsey-achtergrond van de minister verraadt, oogt ambitieus en indringend. De douane en de afdeling toeslagen worden weggehaald bij de Belastingdienst en worden omgevormd tot zelfstandige onderdelen binnen het ministerie van Financiën. De dienstverlening aan burgers en bedrijven moet fundamenteel worden verbeterd en er zal worden gewerkt aan een andere cultuur waar door de „menselijke maat” voorop komt te staan.

Het zou het begin van een oplossing kunnen zijn, hoewel het benoemen natuurlijk iets anders is dan het treffen van concrete maatregelen. Juist op dit vlak heeft de Belastingdienst een bedroevende reputatie. Gereorganiseerd is er de afgelopen jaren volop, succesvol gereorganiseerd daarentegen nauwelijks.

Bovendien is de kern van het probleem met de veranderingen die Hoekstra aankondigt nog niet weggenomen. Die zit namelijk in het systeem van de toeslagen waardoor jaarlijks 6,5 miljoen huishoudens in Nederland recht hebben op 14 miljard euro aan tegemoetkoming. Dit massaal rondpompen van geld leidt gemakkelijk tot fouten en is fraudegevoelig. De Tweede Kamer heeft het kabinet eind vorig jaar gevraagd voorstellen te doen voor een geheel ander stelsel, maar die zullen pas op zijn vroegst aan de orde komen bij een volgende kabinetsformatie. Het gaat hier bij uitstek om inkomenspolitiek en dat ligt in het land van de koopkrachtplaatjes altijd extreem gevoelig.

Hoekstra’s brief is dus hooguit een begin waaraan de vier coalitiepartijen overigens een bizarre conclusie over de politieke uitvoering hebben verbonden. De hervormingsopdracht wordt als zo omvangrijk beschouwd dat maar liefst twee staatssecretarissen van D66-huize de vertrokken Menno Snel zullen opvolgen. Maar is een zwaar takenpakket niet inherent aan de functie van alle ministers en staatssecretarissen? Op deze manier dreigen uitvoering en politieke verantwoordelijkheid door elkaar te gaan lopen.

De urgentie voor noodzakelijke verandering op het ministerie van Financiën moet niet tot uitdrukking komen in het aantal staatssecretarissen maar in degene die hiervoor als eerste de politieke verantwoordelijkheid krijgt te dragen. En dan is er alles voor te zeggen deze taak aan de minister te geven.