ING voor de rechter om naleven Amerikaanse sancties

Sancties Wat weegt zwaarder: Amerikaanse sancties of Europese regelgeving? Die principiële vraag ligt nu bij de rechter voor.

Minister Ploumen bezoekt Havana in 2016, met een grote Nederlandse handelsmissie. De VS treffen sancties tegen bedrijven die zaken doen met Cuba.
Minister Ploumen bezoekt Havana in 2016, met een grote Nederlandse handelsmissie. De VS treffen sancties tegen bedrijven die zaken doen met Cuba. Foto Alejandro Ernesto / EPA

Bierbrouwers Heineken en Bavaria zijn van de partij, net als Philips, Unilever en onderzoeksinstituut TNO. Onder aanvoering van minister voor Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen (PvdA) reizen 77 bedrijven en organisaties begin 2016 naar Cuba voor een handelsmissie. „Nederland is vanouds een sterke economische partner”, aldus de bewindsvrouw. In een verklaring spreekt ze de hoop uit dat meereizende partijen op het eiland „hun netwerk versterken en uitbreiden en kansen ontdekken voor samenwerking”.

Mee reist ook de Rotterdamse ondernemer Cees Ultee. Vier jaar na dato wordt dat hem, of althans zijn bv Cawucap, nagedragen door bank ING. Via Cawucap verricht Ultee consultancydiensten. Sinds 1999 heeft het bedrijf een betaalrekening bij ING.

Afgelopen zomer ontvangt Cawucap een brief van de bank waarin die aankondigt alle banden met de bv te verbreken en de bankrekening op te heffen. Als redenen wordt „betrokkenheid” van Ultee bij de handelsmissie gegeven, en dat zijn consultancy betalingen ontvangt van bedrijven die „gelieerd zijn aan partijen die handel doen met Cuba”. Deze „indirecte link met Cuba”, schrijft ING, is in strijd met het beleid van de bank voor landen met ‘ultrahoog risico’ (Ultra High Risk Countries) (UHRC). Cawucap is verbijsterd en dagvaardt ING.

Volgende week donderdag dient in Amsterdam de rechtszaak waarmee de consultant het beëindigen van de bankrelatie probeert tegen te houden. Maar op het bord van de rechter ligt dan meer dan een conflict tussen bank en klant over een betaalrekening. De zaak belicht ook hoe Amerikaanse sanctiewetgeving tegen Cuba botst met Europese regels. En daarin ligt weer de vraag verscholen waaraan ING als internationale bank voorrang moet verlenen.

Witwasaffaire

Dat ING Cawucap na twintig jaar de deur wijst, lijkt een uitvloeisel van de witwasaffaire waarin de bank verzeild is geraakt. In 2018 kocht ING voor 775 miljoen euro strafvervolging af nadat het Openbaar Ministerie had geconstateerd dat criminele klanten „nagenoeg ongestoord” jarenlang ING-rekeningen konden gebruiken. Banken moeten als ‘poortwachter’ van het financiële systeem klanten en geldstromen controleren, en ING faalde in die wettelijke plicht. ING schroefde de klantencontroles daarna op.

Lees ook deze reconstructie: Poortwachter ING hield zijn ogen gesloten

Uit de dagvaarding voor de komende rechtszaak blijkt dat ING Cawucap eind 2018 vragen stelde vanwege een ‘Know your customer’-onderzoek. Het bedrijf ondertekende ook een brief waarin het bevestigt geen zaken te doen met UHRC-landen: Cuba, Iran, Noord-Korea, Soedan en Syrië. Daarna bleef het stil – tot ING de gewraakte opzeggingsbrief stuurde, waarvoor de bank als redenen de handelsmissie noemt en betaling aan Cawucap door partijen die gelieerd zijn aan partijen die handel drijven met Cuba.

In het schriftelijke contact dat daarop volgt – ING weigert volgens Cawucap persoonlijke afspraken – stelt ING dat Cuba wordt aangemerkt als hoogrisicoland vanwege de Amerikaanse sancties tegen het eiland. De Amerikaanse toezichthouder OFAC handhaaft die sancties.

Na het witwasschandaal schroefde ING de controle van haar klanten op

ING heeft slechte ervaringen met OFAC. In 2012 schikte de bank met de Amerikanen voor 619 miljoen dollar (destijds 490 miljoen euro). Daarmee voorkwam ING strafvervolging, nadat gebleken was dat de bank zaken met bedrijven uit Cuba en Iran had verhuld.

ING wil desgevraagd niet ingaan op de rechtszaak met Cawucap. Wel bevestigt de bank dat Cuba een van de landen is waarmee „vanuit economisch, strategisch en risicoperspectief” geen zaken worden gedaan. „Het beleid van ING is om geen nieuwe relaties met klanten in deze landen aan te gaan en om de processen te handhaven die een einde moeten maken aan bestaande relaties met betrekking tot deze landen.”

Cawucaps advocaat Frank Laagland neemt daar geen genoegen mee: „Los van het feit dat mijn cliënt überhaupt niet met Cuba handelt, is het in strijd met Nederlandse en Europese wet- en regelgeving om navolging aan de Amerikaanse sancties te geven zoals ING doet.”

Die Amerikaanse sancties vloeien voort uit de Helms Burton-wet uit 1996. Die bepaalt dat buitenlandse bedrijven in de VS kunnen worden aangepakt als zij op enige manier geld verdienen met bezittingen die zijn genationaliseerd na de Cubaanse revolutie. In de praktijk betekent dit dat nagenoeg iedereen die zaken doet in Cuba en de VS blootstaat aan Amerikaanse strafmaatregelen.

Europese bedrijven in de klem

In reactie daarop kwam de Europese Unie met een tegenreactie. Een antiboycotverordening verbiedt Europese bedrijven en personen gehoor te geven aan die Amerikaanse sanctiewetgeving. Dankzij diplomatiek werk leidden belangrijke delen van de Helms Burton-wet jarenlang een slapend bestaan. President Trump besloot afgelopen voorjaar echter ze weer te activeren. Daarmee werd ook de Europese antiboycotverordening weer relevant.

„Europese bedrijven die actief zijn in de VS of vanwege dollartransacties gebruikmaken van het Amerikaanse financiële systeem, kunnen daardoor klem komen te zitten”, constateert Cedric Ryngaert, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht. Als ze zich aan de Amerikaanse sancties houden, kunnen ze in Europa vervolgd worden; volgen ze de Europese antiboycotverordening, dan krijgen ze de strenge OFAC op hun dak.

In de praktijk houdt Europa zich koest. Vervolging vanwege een Cuba-sanctiezaak vond in Nederland nog nooit plaats. Toch belanden de botsende Cuba-sanctieregels sporadisch voor de Nederlandse rechter. Vorig jaar boog de rechtbank Den Haag zich over een contract dat softwarebedrijf Exact had opgezegd met een tussenpersoon die al sinds de jaren negentig Exact-software op Cuba distribueerde. Exact, zojuist overgenomen door Amerikanen, wilde vanwege de Helms Burton-wet per direct van het softwarecontract af.

Lees ook dit verhaal over de Cubaanse connectie van Exact

De EU verbiedt Europese bedrijven Amerikaanse sanctiewetten te volgen

De rechter oordeelde echter dat de opzegging onrechtmatig was. Ook wees hij erop dat Exact mogelijk de Wet economische delicten schendt, waarin naleving van de Europese antiboycotverordening is geregeld. Want, zo stelde de rechtbank, „het [is] onderdanen van EU-lidstaten (waaronder rechtspersonen) verboden gevolg te geven aan de Helms Burton-wet”.

Hoogleraar Ryngaert wijst erop dat hij de details van de Cawucap-zaak niet kent, maar acht het niet onwaarschijnlijk dat de rechtbank hierin tot eenzelfde conclusie komt. „Nederlandse rechters moeten Europees en Nederlands recht toepassen, niet het Amerikaanse. Het gevolg kan zijn dat een bedrijf dan wordt blootgesteld aan Amerikaanse sancties, maar daar hoeven de rechters niet per se rekening mee te houden.”

Omdat ook andere Nederlandse banken te maken hebben met de botsende sanctieregels, is de uitspraak ook voor hen relevant. Branchevereniging NVB: „Wij pleiten er al langer voor, ook in Europees verband, dat die sanctieregimes beter op elkaar moeten aansluiten.”