Opinie

Het ‘linkse bolwerk’ van de NPO wordt steeds rechtser

Uit angst om voor links te worden versleten schuift de publieke omroep steeds meer op naar rechts, constateert Philip Huff.

Illustratie Yannick Mortier

De publieke omroep was ooit Nederland in het klein: een marktplaats van ideeën, van links-progressief en sociaal-democratisch aan de ene kant, tot liberaal-conservatief en religieus-conservatief aan de andere. Binnen dit raamwerk vond op televisie het nationale debat plaats op het gebied van klimaat en milieu, identiteit, economie, veiligheid, mobiliteit en ‘wereldnieuws’. Dit raamwerk schuift de laatste jaren echter steeds verder op naar rechts. De publieke omroep wordt steeds conservatiever: functioneel voor de zenders de nadruk op ondernemerschap, marktwerking en kijkcijfers, en inhoudelijk de blik meer naar binnen, een inperking van progressieve geluiden en aanvaarding van sociaal-economische ongelijkheid. De angst binnen deze ontwikkeling als ‘links’ te worden gezien zorgt voor een steeds verdergaande verschuiving.

Twee voorbeelden: Marcel Gelauff, de hoofdredacteur van NOS, gaf vorige maand de mensen van actiegroep Farmers Defence Force die op hun trekkers naar Hilversum waren getrokken twee minuten zendtijd om een ‘verklaring’ voor te lezen. Niks verslaggeving of duiding, nee, gewoon twee minuten voor een zelfgeschreven verklaring van mensen die vinden dat NOS ‘Fake News’ is en „veel te ver naar links trekt”. Uit angst anders ‘links’ te heten.

Ander, structureler voorbeeld. Vorige week begon de nieuwe latenighttalkshow van NPO1, Op1. Vier omroepen vullen doordeweeks vijf keer de tafel met twee presentatoren: de EO, WNL, Omroep MAX en BNN-VARA (twee keer). Dat is drie keer conservatief – klein-rechts, centrum-rechts en traditioneel – versus twee keer ‘progressief’. Tien presentatoren, waarvan negen witte, heteroseksuele mensen, van NRC-journalist tot Quote-hoofdredacteur.

En de gasten? Van Ank Bijleveld, Natasja Froger en Caroline Tensen tot Frans Bauer, Peter R. De Vries en Rop Verheijen: je kunt veel zeggen van de televisiepresentatoren, politieke duiders en politici die langskomen, maar niet dat ze als zeer links of bijzonder progressief te boek staan. Van het dertigtal gasten dat ik turfde, kunnen alleen Sadet Karabulut, Paul Depla en Kim Putters ‘links’ worden genoemd.

Baudet ruime aandacht

Die drie optredens bij Op1 vallen nog verder weg tegen de optredens van, bijvoorbeeld, Thierry Baudet op de publieke omroep, de afgelopen maanden, bij Pauw, EenVandaag en Mensen met M. Maar het dieptepunt vond al in juli van het afgelopen jaar plaats, toen Baudet in twee minuten NPO-zendtijd bij Jeroen Pauw aan tafel achttien onwaarheden over het klimaatakkoord mocht verkondigen (zoals werd uitgezocht door De Correspondent), met nul kritische vragen of opmerkingen daarover. Pauw was wellicht niet zo scherp omdat hij net zijn Ere-Zilveren Nipkowschijf had gewonnen; Baudets NPO-media-aandachtaandeel steeg weer rustig verder. Ondertussen zat Jesse Klaver, de lijsttrekker van GroenLinks – zelfde leeftijd, veertien zetels (dat is zeven keer meer dan FVD) – in oktober voor het laatst aan een tafel van de NPO, bij Buitenhof, een programma met een aanzienlijk lager marktaandeel dan Pauw, EenVandaag, Mensen met M en Op1.

Deze voorkeur voor rechts is niets nieuws: in 2017, toen Baudet nieuwkomer was, werd becijferd hoeveel beeldtijd de lijsttrekker van Forum voor Democratie kreeg: meer dan de kopstukken van de vijf toenmalige nieuwe partijen bij elkaar opgeteld. Want ja, wie Jesse Klaver of Sylvana Simons uitnodigt, kan op Twitter een shitstorm aan Hilversumbashen verwachten. ‘De NPO moet gesaneerd.’ ‘Politiek-correct gezeur.’ ‘Hilversum is uit balans.’

Lees ook dit opiniestuk: Zorg dat de publieke omroep vindbaar blijft

De werkelijkheid is echter dat conservatieve, reactionaire ideeën bij de publieke omroepen een groot podium krijgen omdat ze bang zijn om als ‘links’ te worden weggezet. Als conservatieve politici langskomen, wordt ze geen strobreed in de weg gelegd.

Dit is het resultaat van een strategie, waar zowel WNL, PowNed en Ongehoord Nederland gebruik van hebben gemaakt. De afgelopen tien jaar hebben vertegenwoordigers van deze (aspirant)omroepen in navolging van de door hen aanbeden politici geroepen dat er evenwicht moet komen bij de NPO om het „linkse bolwerk” meer van het volk te maken. Terwijl de NPO zichzelf grotendeels als weerspiegeling van het politieke spectrum zag (de linkse VARA, de rechts-liberale TROS, de progressieve VPRO, de vrijheid-promotende AVRO, de conservatievere KRO, NCRV en EO) werden alle omroepen ineens als ‘links’ geframed. En om te bewijzen dat dat niet zo was, gingen in Hilversum de voorbije jaren de deuren open voor rechtse presentatoren, rechtse commentatoren en rechtse politici, van Jort Kelder tot Angela de Jong en Thierry Baudet. Dit idee van ‘evenwicht’ lijkt a-politiek of democratisch, maar dat is het niet; het is de uitkomst van een zeer bewuste campagne om de publieke omroep rechts in plaats van pluriform te maken.

Jort Kelder bij de ‘links-progressieve’ VPRO

Jort Kelder is een goed voorbeeld voor deze Hilversumse verschuiving: Kelder begon begin deze eeuw op de televisie bij de commerciëlen (Net5 en Talpa), verhuisde toen naar de KRO, daarna de AVRO, en recentelijk zat hij namens de VPRO bij Buitenhof aan tafel als presentator. Kelder is een goede interviewer, een ingevoerde journalist, en hij is vegetariër, maar het is lastig vol te houden dat hij ‘links-progressief’ is. Toch presenteerde Kelder namens een zogenaamd links-progressieve omroep, als rechts contragewicht dus, in een programma dat door middel van een waaier-samenwerkingsverband (AVROTROS, BNNVARA, VPRO) al ruimte geeft aan alle geluiden en dat een onafhankelijke redactie heeft.

Het is prima dat Kelder op televisie is, natuurlijk, maar het is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat dat namens ‘progressief’ Nederland is – of dat dat ‘evenwicht’ geeft in Hilversum.

Lees ook: Omroepen onder ‘toenemende druk’

Eerst Omroep Max, toen WNL, daarna Powned en nu Ongehoord Nederland – deze omroepen beweren allemaal dat ze ‘evenwicht’ gaan geven aan een ‘linkse’ publieke omroep: ze besteden een groot deel van hun tijd en energie dan ook aan het aanvallen van die publieke omroep. Zij krijgen voor die aanvallen van diezelfde publieke omroep ruim baan, omdat Hilversum bang is voor links te worden versleten. Als verdere reactie wordt de publieke omroep weer rechtser in hun verslaggeving, programmering en toon – om te bewijzen dat hij niet links is.

Zo kruipen de publieke omroepen inderdaad opeen: ze komen dicht bij elkaar, en aan een kant van het politieke spectrum, de rechterkant. Door hun concentratie aldaar, en de aanhoudende angst ook daar weer ‘links’ te worden genoemd, schuiven ze nog weer een stukje op. Deze verrechtsing van de publieke omroepen en hun talkshows levert geen omvangrijke marktplaats van ideeën, noch een evenwichtig beeld van een veelkleurig land als Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.