De cleanroom bij chipmachinefabrikant ASML. Volgens Camps is er een hele lijst met sleuteltechnologieën waarmee Europa zijn toekomstige verdienvermogen kan vergroten.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Interview

’Europa moet op technologisch gebied minder afhankelijk zijn van andere landen’

Maarten Camps, ambtenaar In zijn laatste, traditionele, nieuwjaarsartikel waarschuwt de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken tegen de almacht van grote techbedrijven en het protectionisme van China en de VS.

Méér Europese economische samenwerking én een gezamenlijke winstbelasting voor grote bedrijven. Alleen daarmee kan de Europese Unie een vuist maken tegen de strijdende en steeds protectionistischer opererende economische machtsblokken Amerika en China. „Zij deinzen er niet voor terug hun markten af te sluiten.”

In zijn traditionele nieuwjaarsartikel en twee weken voor het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, pleit de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Maarten Camps, voor verdere Europese integratie. Wil Europa de huidige almacht van internationale techconglomeraten als Apple, Amazon en Alibaba doorbreken, dan moeten we „oude reflexen”, zoals het vasthouden aan nationale bevoegdheden en een terughoudende overheid, „durven los te laten”.

Voor de zevende maal publiceert secretaris-generaal Camps (55) donderdag zijn standpunten in het economisch vakblad ESB. Voor het laatst, want voor Haagse topambtenaren is het gebruikelijk om na zeven jaar over te stappen naar een andere functie.

Zijn publieke stellingname is opvallend: het komt niet vaak voor dat topambtenaren op persoonlijke titel, zonder bemoeienis van politieke bazen, politieke ideeën mogen ventileren. Voor de ‘SG’ van Economische Zaken is het januarinummer van ESB een vaste plek om in zijn ogen „belangrijke vraagstukken voor onze economie” te agenderen. De in Tilburg en het Britse Exeter geschoolde econoom schreef in het verleden onder meer over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers en deed een oproep voor verdere verlaging van de hypotheekrenteaftrek, onderwerpen die later terugkeerden in het politieke debat. „Het is míjn artikel. Ik mag zelf bepalen wat erin staat”, zegt Camps daarover.

Vindt u dat Europa in antwoord op het protectionisme van China en de VS ook zijn eigen muren hoger moet optrekken?

„Nee, dat is niet het pleidooi. We zien dat de VS en China wel graag hier in Europa toegang willen hebben tot onze kennis, maar onze bedrijven dáár niet toelaten om op technologisch vlak samen te werken. Omdat kennis delen met hen zo steeds lastiger wordt, is het belangrijker geworden om zelf een technologische basis te bouwen. Europa moet op dat gebied minder afhankelijk zijn van andere landen.”

Ons technologische paradepaardje, ASML, komt in de knel door de handelsoorlog tussen de VS en China – het krijgt vooralsnog geen Chinese exportvergunning voor de meest geavanceerde chipmachines. Wat vindt u daarvan?

„Volgens mij is het niet aan mij om op deze casus te reageren. Ik ga niet in op specifieke bedrijven.”

U pleit voor investeringen in technologieën als kunstmatige intelligentie. Aan welke terreinen denkt u nog meer?

„Er is een hele lijst met sleuteltechnologieën waarmee we ons toekomstige verdienvermogen kunnen vergroten. Naast artificiële intelligentie gaat het om quantumtechnologie, nanotechnologie en fotonica.

Ook ‘watermanagement’ is een goed voorbeeld van hoe een interventie van de overheid – met de investering in de Deltawerken – kan leiden tot een sterke technologische positie en daarmee een voorsprong voor onze bedrijven.”

Lees ook: Trump gebruikt ASML’s techniek als wisselgeld in China

Dit soort investeringen moet volgens u in Europees verband plaatsvinden. Is het dan slim van het huidige kabinet om een eigen miljardenfonds te beginnen?

„Nationale fondsen kunnen heel goed naast Europese bestaan. We hebben ze zelfs nodig als co-financier van Europese investeringspotten. Los daarvan hebben we ook een nationale kennisbasis nodig. We zullen moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling, in onze universiteiten. Europa komt die technologische kennis niet zomaar brengen. Daar moeten we ook nationaal in investeren.”

Veel innovatie is gebaseerd op het verzamelen van grote hoeveelheden data. Het zijn vooral de grote Amerikaanse techbedrijven, zoals Google, die daarvan profiteren, ook in Europa. Is daar wat tegen te doen?

„We kunnen beperkingen opleggen aan bedrijven die proberen hun data te monopoliseren.”

Hoe ziet u dat voor zich? Moet Google Maps al zijn klantgegevens beschikbaar stellen aan andere bedrijven?

„Google zou de data die ze ophalen op een geanonimiseerde manier kunnen delen, dan kunnen anderen daar ook mee innoveren.”

Is dat realistisch? Silicon Valley doet zelden aan liefdadigheid.

„Dat zullen ze niet zelf bedenken inderdaad, daarom moeten we ze dwingen. We vragen hun niet aardig te zijn voor ons.”

U stelt in het artikel ook een geharmoniseerde Europese winstbelasting voor met een minimumniveau. Is dat haalbaar?

„Hierover lopen al gesprekken in OESO-verband, dus nog veel internationaler dan alleen Europees. Mocht dat nu niet lukken, of te langzaam gaan, dan vind ik niet dat we dan maar niks moeten doen. Door technologische ontwikkeling wordt onze belastinggrondslag steeds verder uitgehold. Dit versterkt ook de race to the bottom die je nu tussen landen ziet om bedrijven met steeds lagere belastingtarieven te lokken. Dat is onwenselijk. Belastingen zijn nodig om onze voorzieningen te financieren.”

Italië en Frankrijk hebben al eigen belastingen ingevoerd voor de grote techbedrijven. Snapt u dat?

„Het is een begrijpelijk antwoord op dezelfde problematiek. Maar het is niet verstandig dat elk land zijn eigen belasting gaat heffen voor een paar grote bedrijven. En ook niet effectief. Landen moeten meer bereid zijn hun nationale beleidsvrijheid los te laten. Laten we het met elkaar doen.”