Recensie

Recensie Beeldende kunst

Een ode aan de verspilde tijd van het spelen

Tentoonstelling Kunstenaar Francis Alÿs filmt al twintig jaar over de hele wereld spelende kinderen. Die kleine documentaires, ‘Children’s Games’, zijn nu te zien in Eye.

Francis Alÿs, still uit de video Children’s Game 12 / Sillas, Oaxaca, Mexico, 2012
Francis Alÿs, still uit de video Children’s Game 12 / Sillas, Oaxaca, Mexico, 2012 Foto Francis Alÿs/ courtesy David Zwirner

‘Waarschijnlijk is dit mijn belangrijkste bijdrage aan de kunstgeschiedenis”, aldus Francis Alÿs over Children’s Games. „Voorzover ik een bijdrage heb, tenminste”, voegt hij er bescheiden aan toe. Het doorlopende project Children’s Games telt op dit moment zestien korte – twee tot acht minuten durende – filmpjes. Alÿs (België, 1959) filmt sinds 1999 spelende kinderen, als nevenactiviteit van zijn eigenlijke werk dat hem naar allerlei plekken op de aardbol brengt. De filmpjes waren eerder langdurig te zien in Brussel (in Kanal - Centre Pompidou), nu worden ze in Eye getoond.

Elk spel is op een andere manier in beeld gebracht. De stoelendans, van zes kinderen met vijf stoelen, is in één opname en van bovenaf gefilmd, in vogelvluchtperspectief. Bij ‘Steen, papier, schaar’ zien we alleen de schaduwen van twee behendige handen die steeds opnieuw een gesloten vuist (steen), een vlakke hand (papier), of twee vingers gespreid in V-vorm (schaar) maken. Een Afghaans jongetje gekleed in een lange roze tuniek is vanaf een laag standpunt gefilmd. Hij staat in een stoffige straat tegen een blinde muur en trekt met de bewegingen van een virtuoze dirigent aan onzichtbare draden. Nooit komt Alÿs zelf in beeld, de focus is volledig op het spel.

Lees ook dit interview met Francis Alÿs over zijn films van spelende kinderen

Overal ter wereld hinkelen, knikkeren en hoepelen kinderen, volgens ongeveer dezelfde regels, al eeuwenlang. Pieter Breugel de Oudere beeldde in 1560 op een schilderij een grote verzameling van kinderspelen af. Ze komen grotendeels overeen met de Children’s Games van Alÿs. Maar het buiten spelen, zonder het toeziend oog van volwassenen, dreigt te verdwijnen, nu de vrijheid van kinderen steeds verder wordt ingeperkt. De openbare ruimte is vaak niet veilig, en in een westerse, neo-liberale samenleving, waar kinderen al vanaf de lagere school de maatschappelijke competitie aan moeten gaan, hebben kinderen er nauwelijks tijd voor. Tegenwoordig spelen drie op de tien Nederlandse kinderen maar één keer in de week buiten, of helemaal nooit. In 1971 liep in Groot-Brittannië 80 procent van de zeven- en achtjarigen zelf naar school, nu is dat nog maar 10 procent (bron: Rutger Bregman, De meeste mensen deugen).

Kiezelstenen

Zo bezien is Alÿs’ bijdrage aan de (kunst)geschiedenis een antropologisch archief, dat anachronistisch van karakter is. Dat anachronistische sluit aan bij zijn werk als kunstenaar, dat voor een belangrijk deel bestaat uit handmatige, performatieve handelingen, uitgevoerd in de stedelijke openbare ruimte. Meestal worden die performances voorbereid in tekeningen, schetsen, diagrammen en schilderijen. Zo wandelde Alÿs met twee kiezelstenen in zijn linkerschoen door de tuinen van Casa de Serralves in Mexico. Of duwde hij gedurende negen uur een blok ijs door de straten, totdat het gesmolten was.

Gaandeweg hebben de acties van Alÿs een meer expliciet politieke betekenis gekregen. Vaak gaan ze over grensconflicten. In 2004 trok hij een spoor van groene verf langs de Groene Lijn die door Jeruzalem loopt en die ooit, tijdens de wapenstilstand van 1948, door Moshe Dayan getrokken was om de oostelijke grens van Israël aan te geven. Inmiddels is de Groene Lijn verbrokkeld omdat de Israëlische bevolking zich steeds verder oostwaarts in Palestijns gebied gevestigd heeft, en geprobeerd heeft om de lijn uit te wissen. In andere werken heeft Alÿs de immigratieroutes van Afrika naar Europa gethematiseerd. Zijn werk is politiek, niet omdat hij uit is op het uitoefenen van macht, maar omdat hij de vanzelfsprekendheid betwist van wie in deze wereld een stem heeft en wie niet, en van wat zichtbaar is of mag zijn en wat niet.

Steeds gaat het om de fysieke aanwezigheid op een plek, om zicht te krijgen op de politieke en maatschappelijke omstandigheden. Voor When Faith moves Mountains (2002) verplaatste Alÿs in Lima samen met vijfhonderd vrijwilligers een zandduin van vijfhonderd meter lang over een afstand van tien centimeter. Hij beschouwde dit werk, onder het motto ‘Maximale inspanning minimaal resultaat’, als een omkering van het efficiëntiebeginsel dat aan de basis ligt van het economisch denken. Alÿs stelt de vraag naar de betekenis van arbeid en naar de waarde van nutteloze handelingen, zoals het verslepen van een blok ijs of het verplaatsen van een duin. In dit verband is het interessant dat Alÿs zijn projecten financiert uit zijn ‘culturele productie’, door de opbrengst van de verkoop van zijn schilderijen en tekeningen.

Duidelijke regels

De performances zijn de uitvoering van een handeling die van tevoren nauwkeurig is bepaald en die volgens duidelijke regels moet plaatsvinden. Dit maakt Alÿs tot een directe erfgenaam van conceptuele kunstenaars als George Brecht en diens Event Scores, van Stanley Brouwn die wandelend de stad in kaart bracht en zijn voetstappen telde, en van de situationisten met hun opzettelijk doelloze dwaaltochten (Dérives) door de stad.

Het is dus niet vreemd dat Alÿs aangetrokken wordt door het ritueel van het kinderspel. De kinderen verrichten ogenschijnlijk nutteloze handelingen volgens duidelijke regels. De jongen die eindeloos lang een plastic fles tegen de heuvel omhoog schopt is een Sisyphus. De oneindige herhaling van het spel, van de voorgeschreven handelingen, creëert een andere werkelijkheid en een verspilde tijd, een tijd van vrijheid om te zijn.

Wreedheid

Het grootste verschil met het ‘eigenlijke’ werk van Alÿs is dat Children’s Games een documentair project is. Dat maakt het ook op een bepaalde manier onbevredigend. Zeker, het spel is goed gefilmd en op zichzelf is het mooi om kinderen zo te zien, opgaand in hun eigen wereld. Soms ook shockeert de wreedheid, bijvoorbeeld wanneer achterpoten routineus uit sprinkhanen worden gedraaid om de sprinkhanen te gebruiken als vliegende speeltjes. Maar zestien van deze films is te veel van het goede. De tentoonstelling mist spanning of opbouw en is nogal saai. Het zou beter zijn om deze films niet als zelfstandig project te tonen, maar een selectie eruit in de context van ander werk van Alÿs.

Children’s Games is een met aandacht gefilmde inventarisatie die wellicht antropologische waarde heeft. Een werk als When Faith Moves Mountains is een goed kunstwerk vanwege de dubbelzinnigheid en meerduidigheid ervan. Deze gelaagdheid ontbreekt bij Children’s Games. Hier heeft een nostalgisch verlangen naar het kinderspel, dat verloren dreigt te gaan, de overhand.