De n-hut van Oom Tom

Ewoud Sanders

Woordhoek

Vorig jaar deed zich een merkwaardig incident voor tijdens een discussiebijeenkomst in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Aan het woord was Bert Sliggers, samensteller van de tentoonstelling Foute boeken? in Museum Meermanno/Huis van het boek in Den Haag. Op die tentoonstelling zijn tot en met 1 maart boeken te zien die nu vraagtekens oproepen – vandaar dit leesteken in de titel. Te denken valt aan boeken als Tien kleine nikkertjes (vele edities sinds 1877) en Het Groote Negerboek (1932).

Dat Sliggers dergelijke titels in zijn betoog noemde, werd niet door iedereen gewaardeerd. Toen hij sprak over De negerhut van Oom Tom werd hij onderbroken met opmerkingen als: „Hoe kun jij het n-woord zonder gêne blijven gebruiken?! Ik word er niet goed van!” En: „Wil je daarmee stoppen?!”

Dit laatste werd door de gespreksleider kennelijk opgevat als instructie: Sliggers kreeg het woord niet terug, met deze interrupties was de discussie gesloten. Na afloop kreeg hij nog wel te horen dat het, zelfs bij het noemen van historische boektitels, ongepast was om het n-woord te gebruiken. Hij moest daar als oudere witte man maar mee dealen.

Negerhut is een raar woord. In het Engels heet dit befaamde boek van Harriet Beecher Stowe, gepubliceerd in 1852, Uncle Tom’s Cabin. Het is in het Nederlands vertaald, onder andere als De negerhut (1853) en De negerhut van Oom Tom (1854).

Dat het woord neger als beledigend kan worden ervaren werd in 2002 krachtig op de kaart gezet door leden van de Stichting Eer en Herstel Betalingen Slachtoffers van Slavernij in Suriname. Zij dreigden vijftig Dikke Van Dales te verbranden als neger niet uit dit woordenboek zou worden geschrapt.

De Dikke van Dale is een historisch woordenboek. Wie hier woorden uit schrapt, maakt uiteindelijk de geschiedenis onleesbaar. Zoals de geschiedenis van de slavernij, die in de VS mede werd afgeschaft door het gruwelijke beeld dat Beecher Stowe er in haar boek van schetst.

De Inuit hebben op een gegeven moment laten weten dat zij niet langer Eskimo’s genoemd wilden worden, Sinti en Roma dat het woord zigeuner niet langer kon. Dat Eskimo en zigeuner neerbuigend zijn kan ik niet goed navoelen, maar het is een kwestie van beschaving om je bij dergelijke veranderingen aan te passen.

Ook neger bleef voor mij lang een neutraal woord, inmiddels is dat niet meer zo. Gelukkig heeft de Dikke van Dale het niet geschrapt zodat we er nu kunnen lezen: „Met kolonialisme geassocieerde en daarom door sommigen als onwenselijk ervaren term.”

‘Sommigen’ worden er duidelijk steeds meer en ze laten zich luider horen. De vraag blijft: welke aanduiding is wel (politiek) correct? Zwarte zeker niet. Mensen van Afrikaanse afkomst wordt gebruikt. En ik hoor steeds vaker het eufemistische: mensen van kleur/ met een kleurtje. Maar mensen van kleur is een vertaling van people of color, dat soms ook op bezwaar stuit.

Je zou natuurlijk willen dat er helemaal geen onderscheid wordt gemaakt naar huidskleur, maar de praktijk is helaas anders. Ik zou óók graag willen dat genuanceerde, deskundige sprekers niet de mond wordt gesnoerd als zij „het vermaledijde n-woord” (Sliggers) gebruiken in een historische context. Ik vind dat onbeschaafd. En erg kortzichtig.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders