De angst van de clubarts voor dreigende claims in het profvoetbal

Voetbal Artsen bij profclubs staan steeds meer onder druk, zeker sinds het drama rond Ajax-speler Abdelhak Nouri. Ze worden meer op de vingers gekeken en de kans op claims neemt toe. „Als je geen AED paraat hebt, wordt het als nalatigheid uitgelegd.”

Steunbetuiging aan Abdelhak Nouri en zijn familie onder de supporters van Ajax bij de wedstrijd tegen OGC Nice in de derde voorronde van de Champions League, in juli 2017.
Steunbetuiging aan Abdelhak Nouri en zijn familie onder de supporters van Ajax bij de wedstrijd tegen OGC Nice in de derde voorronde van de Champions League, in juli 2017. Foto Olaf Kraak/ANP

Stel, je werkt als arts bij een Nederlandse profclub. Je behandelt een voetballer na een blessure op het veld. Of je keurt hem voorafgaand aan zijn aanstelling. Je hebt je dag niet en maakt – net als ieder ander mens – een inschattingsfout. De speler is miljoenen waard en je vergissing heeft grote financiële gevolgen. Wat gebeurt er?

Stel die vraag aan tien artsen bij profclubs in Nederland en het antwoord luidt: dat weet ik niet. De meesten hebben een aansprakelijkheidsverzekering, privé of via het ziekenhuis. Maar wat er gebeurt als de schade boven de maximaal verzekerde som – vijf miljoen euro – uitkomt? Zelfs het College van Clubartsen en Consulenten (CCC) moet het antwoord schuldig blijven. Maar uitsluiten durft orthopedisch chirurg Peter Joosten het rampscenario niet.

Voor zover bekend is er nooit een clubarts in het Nederlandse profvoetbal persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de niet-adequate behandeling van een speler. Ook niet in het geval van de Ajacied Abdelhak Nouri, die in 2017 ernstige en blijvende hersenschade opliep na een niet juist behandelde hartstilstand tijdens een oefenduel in Oostenrijk.

John Beer, advocaat van de familie Nouri, schroomt niet een claim bij de oud-clubarts van Ajax neer te leggen als hij er niet uitkomt met de club. „Als je slachtoffer bent van een medische fout bij een club, dan heb je drie keuzes”, zegt hij. „Je kunt de arts aanspreken, de club of allebei. De arts wordt ook persoonlijk aangesproken als er twijfel is of de club de schadevergoeding kan betalen. Bij een vordering zeg je tegen allebei: jullie moeten dat bedrag betalen. Wie kan niet schelen. Doen jullie dat niet, dan worden jullie voor de rechter gedagvaard. En als de rechter oordeelt dat bedrag x betaald moet worden, dan stuur ik het vonnis naar de deurwaarder. Die komt bij zowel de clubarts als de club op de stoep te staan.”

Het drama rond de speler van Ajax heeft clubartsen in het profvoetbal van meet af aan bezig gehouden. Zij voelen een groeiende werkdruk door extra media-aandacht, mondiger coaches en de dreiging van schadeclaims die voor hen voelbaar is geworden door de zaak-Nouri en een rechtszaak in Engeland over een geblesseerde voetballer. Dit blijkt uit gesprekken die NRC had met tien clubartsen en verschillende deskundigen.

Rennen voor de AED

„Clubartsen weten dat ze onder een vergrootglas liggen”, zegt CCC-voorzitter Joosten, zelf werkzaam voor NAC. „Ze zijn meer doordrongen van hun rol en de mogelijke consequenties.”

Neem Edwin Goedhart, arts bij de KNVB en het Nederlands elftal. Hij draagt altijd een AED (een externe defibrillator) bij zich – uit voorzorg. „Waar ik ook ben, in de spelersbus of in de dug-out. Bij Oranje heb je al snel 750 miljoen euro transferwaarde onder je hoede.”

Met een AED beschermt Goedhart zichzelf tegen mogelijke beschuldigingen van nalatigheid. Daarmee laat hij zien: ik ben goed voorbereid. „Terwijl voetballers misschien wel de meest gescreende mensen in Nederland zijn”, zegt hij. „Als ik met mijn kinderen op pad ga, draag ik zo’n ding niet bij me.”

Toen Mineke Vegter, arts bij PEC Zwolle, nog niet standaard een AED bij zich droeg, scande ze voorafgaand aan wedstrijden waar het apparaat hing. „Als het tweehonderd meter verderop hing, wist ik dat iemand erheen moest rennen in geval van nood.” Omwille van de media-aandacht kunnen clubartsen zich dat niet meer permitteren, zegt Vegter. „Nu wordt het uitgelegd als ‘niet-professioneel’ als je geen AED paraat hebt.”

Welk lot een clubarts in het uiterste geval kan treffen, blijkt uit het voorbeeld van Ishtiaq Rehman, die voor de Engelse club Sunderland werkte. Sunderland stelde Rehman aansprakelijk voor omgerekend ruim 15 miljoen euro, omdat hij onachtzaam zou zijn geweest bij de keuring van middenvelder Ricardo Alvarez.

In de knie van Alvarez werd in 2014 een afwijking geconstateerd. Rehman oordeelde dat deze geen beletsel vormde voor de miljoenentransfer van Inter naar Sunderland. Maar toen de blessure aanhield, werd in 2015 een specialist ingeschakeld. Die achtte het lang niet zeker dat Alvarez weer op het hoogste niveau kon voetballen. Sunderland had een kat in de zak gekocht.

Rehman wil niet inhoudelijk op de zaak reageren, zolang die onder de rechter is. Maar, laat hij per telefoon weten: „Veel clubartsen in Engeland volgen het proces op de voet, omdat er geen precedent is.”

Mocht Rehman aansprakelijk worden gesteld door zijn oude werkgever, dan is niet uitgesloten dat ook andere clubs of spelers hoge claims tegen hun teamarts indienen. Dat geldt niet alleen voor Britse clubartsen, zeggen experts, maar ook voor Nederlandse. „Ik denk dat de beroepsgroep zich echt zorgen moet maken”, zegt advocaat Michiel van Dijk, gespecialiseerd in sportrecht en arbeidszaken. „Clubartsen moeten opstaan, hun krachten bundelen en collectief regelen dat hun rechten beter beschermd worden.” De sportartsen die hij spreekt maken zich zorgen, zegt Van Dijk. „Aan het eind van het liedje staat de arts er alleen voor. Dat zie je ook bij het drama rond Nouri.”

Bemoeizucht van zaakwaarnemers

De onzekerheid onder clubartsen over hun aansprakelijkheid is exemplarisch voor hun positie. Of het nou gaat om financiële dekking, de druk van (social) media, de bemoeizucht van zaakwaarnemers of coaches die in hun nek hijgen: clubartsen zitten steeds meer in de hoek waar de klappen vallen.

„De autoriteit van de clubarts is niet vanzelfsprekend meer”, vindt bondsarts Goedhart. En zijn oud-collega Cees-Rein van den Hoogenband, jarenlang werkzaam voor PSV: „Als een clubarts het veld in moet, wordt er tegenwoordig vanuit twaalf cameraposities op zijn handelen ingezoomd. Voor clubartsen wordt het ongelooflijk zwaar. Iedereen bemoeit zich ermee.”

Lees ook: Clash coach en medische staf: bijnaam ‘Dokter van Bommel’ niet vleiend bedoeld

Hun werk is er niet aantrekkelijker op geworden, zeggen de meesten – ook door de omgang met coaches. Waar oudgedienden als Louis van Gaal en Guus Hiddink hun arts als vanzelfsprekend het laatste woord gaven, biedt de jonge generatie meer tegenspel. Dat maakt de werkrelatie niet makkelijker.

Hoe belangrijk die relatie is, blijkt uit UEFA-onderzoek (2018) onder 36 Europese topteams uit zeventien landen. Daarin wordt clubartsen gevraagd naar de belangrijkste risicofactoren voor blessures. De communicatie tussen clubarts en clubcoach blijkt het meest van invloed. Hoe slechter die communicatie, hoe groter het aantal blessures. „Anders dan ziekenhuisartsen nemen voetbalartsen risico’s”, zegt onderzoeksleider Jan Ekstrand, oud-bondsarts van Zweden. „Ze voorzien de coach idealiter van een risico-managementplan. Ze stellen zich nederig op, passen zich aan en denken met hem mee.”

Onder een vergrootglas

Over risico’s gaat het ook half december, als Ajacied Daley Blind in de thuiswedstrijd tegen Valencia op het veld gaat zitten omdat hij zich niet lekker voelt. Veel supporters krijgen een unheimisch gevoel. Het zal toch niet …

Met het drama rond clubgenoot Nouri nog vers in het geheugen, zijn sommigen geneigd van het ergste uit te gaan. Maar de schade bij Blind lijkt vooralsnog mee te vallen. Als hij die avond na een korte onderbreking weer het veld wordt ingestuurd, is het alsof 17 miljoen clubartsen meekijken: is het niet logischer dat de verdediger uit voorzorg wordt gewisseld? Wordt er niet te veel risico genomen?

Zo zwart-wit ligt het niet, zeggen clubartsen desgevraagd. Als een speler benadrukt dat hij zich goed voelt, valt er iets voor te zeggen om het aan te kijken. Zeker als het om een nieuwe klacht gaat. Duizeligheid hoeft op zichzelf niet alarmerend te zijn. De leek kan dat soort dingen niet weten.

Voetbaldokters wegen het belang van de wedstrijd vaak mee in hun oordeel. Tegen Valencia speelde Ajax om een plaats in de achtste finales van de Champions League en een bijbehorende premie van 9,5 miljoen euro. „Het kan het verschil maken tussen wel of geen Champions League spelen”, zegt de een. Een ander: „Was Blind er afgehaald en de volgende dag blijkt dat hij niets mankeert [hij heeft een ontstoken hartspier] dan vraagt de directeur zich af hoe hij die 9,5 miljoen terughaalt.”

Menselijk drama

Volgens VvAA, waar de meeste clubartsen in Nederland een verzekering afsluiten, is het niet ondenkbaar dat de arts de rekening moet betalen als de claim van een club of speler bij inadequate behandeling groter is dan de verzekerde reguliere som. „Mocht het bij Ajax zover komen”, zegt advocaat Van Dijk, „dan is het menselijke drama tweeledig. Sowieso voor Nouri, maar in andere mate ook voor de clubarts.”

Neemt het aantal claims tegen clubartsen toe, zegt bondsdokter Goedhart, dan zullen die zich veel defensiever gaan opstellen. „Bij negen van de tien beslissingen die je neemt, pakt het goed uit”, zegt hij. „Maar wat als je de tiende keer een claim aan je broek krijgt? Dan ga je geen risico’s meer nemen.”

Goedhart keurde eens een speler goed op wiens MRI-scan een hernia te zien was. De voetballer had nergens last van, dus Goedhart dacht: laat maar spelen. „Hij heeft daarna alle jaren klachtenvrij gevoetbald. Maar stel dat hij wél klachten had ontwikkeld, dan zou de club de MRI kunnen gebruiken als bewijs voor mijn falen. Als dát de nieuwe norm wordt, neemt geen arts nog de verantwoordelijkheid op zich. Er is vrijwel geen voetballer met uitsluitend normale MRI’s.”