Recensie

Recensie Muziek

Claus Guths ‘Rodelinda’ is energiek, scherp en afwisselend

Opera Regisseur Claus Guth licht graag de menselijke duistere kant uit. Van Händels ‘Rodelinda’, nu bij De Nationale Opera, maakt hij een aangrijpend verhaal over een getraumatiseerd koningskind. De geweldige cast doet de rest.

Lucy Crowe (links, Rodelinda), Fabián Augusto Gómez (Flavio) en Bernard Richter (Grimaldo) in de opera ‘Rodelinda’.
Lucy Crowe (links, Rodelinda), Fabián Augusto Gómez (Flavio) en Bernard Richter (Grimaldo) in de opera ‘Rodelinda’. Foto Monika Rittershaus

Het lijkt een trend in operaland: het relativeren van een happy end. Vorige maand liep het voor Assepoester helemaal niet zo goed af in La Cenerentola (ze bleef poetsen). Deze maand is in Händels Rodelinda koningszoontje Flavio het kind van de rekening. Dat het zijn vader Bertarido en moeder Rodelinda na veel intriges is vergund weer hun troon te bestijgen is één, maar Flavio heeft bij alle gekonkel en geweld dat daaraan voorafging moeten toekijken. Wat doet dat met een kind?

Regisseur Claus Guth houdt ervan de menselijke duistere kant uit te lichten en operateske jubel psychologisch flink te relativeren. Zijn Jephtha (2016) eindigde ook al in mineur, Don Giovanni (2016) was een enge junk in een bushokje en Un Ballo in Maschera (2008) een aantrekkelijke, tijdloze machtsparabel.

In Händels Rodelinda (1725) zijn Flavio’s jeugdtraumata in the making het centrum van een fraai gestileerde enscenering. Muzikaal is Rodelinda een lange opeenvolging van aria’s die je regelmatig de adem benemen om hun schoonheid en/of details in de instrumentatie: hoe een fluit omfloerst melancholie aanjaagt of een hobo een pastorale sfeer scherpt. Dirigent Riccardo Minasi gunt barokorkest Concerto Köln drieënhalf uur geen rust: de muziek blijft energiek, scherp en afwisselend.

Fabián Augusto Gómez als Flavio in de opera ‘Rodelinda’.

Foto Monika Rittershaus

Monsterlijke kinderfantasie

Tijdens de ouverture wordt de voorgeschiedenis schoolbordachtig uitgetekend. Ook dat zagen we de afgelopen jaren eerder; het is een effectieve truc om een nogal gedrochtelijke plot met wijd uitbottende familielijnen en lang teruglopende rancunes behapbaarder te maken.

Rodelinda is zo’n complex koningsdrama – zelfs met Dynasty-achtige trekjes. Die associatie wordt versterkt door het tijdloze decor van Christian Schmidt. In het witte, meerlagige en draaibare huis hoor je de bewoners lijden, hopen, broeden en zuchten, terwijl je gelijktijdig ziet wat er in de belendende kamertjes wordt bekokstooft. Zoontje Flavio – een virtuoze zwijgende rol van de volwassen (kleine) acteur Fabián Augusto Gómez – sluipt overal tussendoor. De vele boosaardige ooms en tantes krijgen in zijn kinderfantasie monstertrekjes: dubbelgangers met maskers en messen achtervolgen hem. Op de muren tekent hij verlangend zijn dood gewaande vader Bertarido, tot die plots inderdaad springlevend voor zijn neus staat.

Kun je daar dan nog blij om zijn? Terwijl de opera stralend besluit, zit Flavio bedrukt achter zijn raam. Hoezo happy?

Lucy Crowe (Rodelinda) met Bernard Richter, Katarina Bradić en Luca Tittoto in ‘Rodelinda’.

Foto Monika Rittershaus

De effectiviteit van deze enscenering, eerder al succesvol in verschillende Europese operahuizen, berust voor een belangrijk deel op de uitstekende cast. Stralend middelpunt is sopraan Lucy Crowe. Zij maakt van de trouwe, slimme Rodelinda een vrouw van vlees en bloed door langzaam warm te lopen in haar rol, te knallen in enkele verrukkelijke wraakaria’s (met originele variaties in de da capo-delen) en zich aan het eind dan weer een mooi ambivalente vocale omfloerstheid toe te staan. Heel sterk is ook het aandeel van niet de meest virtuoze, wel de meest eigene, theatraal intrigerende countertenor Bejun Mehta. Hun duet (‘Io t’abbraccio’) is een hoogtepunt.

Om hen heen zijn er prima rollen van onder anderen de zeer soepele counter Lawrence Zazzo en de virtuoze en warmklankige tenor Bernard Richter (hij zingt volgende maand Debussy’s Pelléas in La Scala te Milaan, met Daniele Gatti op de bok).

Speciale vermelding verdient de belichting: de scènes waarin de kartelige schaduwen van een boom bij maanlicht grillig en grimmig over het witte huis geprojecteerd worden, zijn van betoverende, droomachtige schoonheid.