Opinie

Arrogant kereltje

Frits Abrahams

Tot vorig jaar wist ik niet wat de afkorting PSA betekent. Prostaat Specifiek Antigeen, een eiwit dat wordt gevormd in het klierweefsel van de prostaat, weet ik inmiddels. Destijds herinnerde ik me zelfs niet dat ik mijn PSA-waarde al eens eerder had laten meten bij een bloedonderzoek. Alles was toen in orde geweest. Maar zou dat nóg zo zijn?

Deze lastige vraag kwam, tamelijk opdringerig, bij me op toen ik in oktober 2019 in NRC een interview las met tv-presentator Rob Trip, net genezen van prostaatkanker. „Laat je bloed prikken”, waarschuwde hij andere mannen, „bij twijfel moet je echt zelf in actie komen. Te veel huisartsen laten het erbij zitten.”

In die dagen moest ik bij mijn huisarts zijn. De vraag rees of ik bij een nieuw bloedonderzoek ook mijn PSA-waarde moest laten controleren. Ik wees op het interview met Rob Trip. Mijn huisarts was er niet bij voorbaat op tegen, maar waarschuwde wel voor de nadelen van zo’n controle. Er zou een mogelijk belastend onderzoek moeten volgen als er een verhoogde PSA-waarde werd geconstateerd. Bovendien kon behandeling van prostaatkanker blijvende schade (impotentie, incontinentie) veroorzaken.

Ik besloot toch de PSA-waarde te laten controleren en vroeg daarom de huisarts het vakje voor PSA op het formulier aan te vinken. Maar thuis begon ik zwaar te twijfelen toen in de brievenrubriek van NRC een heftige discussie tussen deskundige lezers losbrak over het nut en de consequenties van zo’n onderzoek. Wat een krant al niet kan aanrichten! Alsof al die lange stukken over enge ziektes niet erg genoeg zijn.

Toen ik was uitgelezen borg ik mijn formulier voor de bloedtest zo onzichtbaar mogelijk op. De struisvogel in mij kon herademen, maar niet voor lang, want tegen het einde van het jaar móést ik een beslissing nemen.

Ik zocht het slotakkoord van de NRC-discussie nog eens op, het was een briefje van de arts Thomas Boerlage die de test „notoir onbetrouwbaar” noemde: „Soms stelt hij onterecht gerust, veel vaker zaait hij onterecht paniek. […] Heb vertrouwen in uw huisarts die voornoemde onderzoeken kent en u terecht afraadt uw PSA te laten bepalen.”

Tegelijkertijd herinnerde ik me de reactie van Rob Trip, die zich ook in de brievenrubriek boos had gemaakt op de artsen die een test afraadden: „Ik had geen klachten, was gewoon doorgegaan met mijn leven tot het waarschijnlijk te laat was geweest.”

Wat te doen? Vrijwel dagelijks had ik er een pittig gesprekje over met mijn prostaat zelf – een arrogant kereltje met een akelig schelle stem. „Ik heb weinig zin in die test”, zei ik steeds. „Lafbek, je bent gewaarschuwd”, brieste hij, „als je kanker krijgt wil ik geen gezanik horen.” Ik besloot hem zoveel mogelijk te negeren, maar helaas dwingt de natuur ons mannen voortdurend tot een min of meer rechtstreekse confrontatie.

Ten einde raad wendde ik me weer tot mijn huisarts: „Kan dat vinkje op het formulier niet weg?” We kwamen tot de conclusie dat ik het bloedonderzoek naar PSA-waarde deze keer nog zou overslaan. Aan het einde van 2020 zou het alsnog kunnen.

Ik durfde mijn prostaat niet in te lichten over dit compromis toen ik hem na de jaarwisseling weer eens opzocht. „Gelukkig nieuwjaar”, zei ik alleen maar. „Hoezo?” vroeg hij achterdochtig.