WRR-advies: de ‘melkertbaan’ komt misschien terug – en dan heet hij ‘basisbaan’

Het werktempo is de afgelopen jaren omhoog gegaan en voor steeds meer banen zijn complexe sociale vaardigheden nodig. „Minder productieve werkenden komen hierdoor vaker thuis te zitten”, schrijft de WRR in een nieuw rapport.

Koekjesmagazijn van de sociale werkplaats Licom in Kerkrade.
Koekjesmagazijn van de sociale werkplaats Licom in Kerkrade. Foto Chris Keulen

De ‘melkertbanen’ uit de jaren negentig moeten, in een iets andere vorm, terugkeren. Dat bepleit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een rapport dat deze woensdag verschijnt.

Zulke ‘basisbanen’ vindt de WRR, de onafhankelijke kabinetsadviseur, nodig omdat veel werklozen niet voldoen aan de eisen die een reguliere baan aan hen stelt, ook al zijn zij best in staat om nuttig werk te verrichten.

Veel functies zijn de afgelopen jaren veeleisender geworden, constateert de WRR. Het werktempo is omhoog gegaan en voor steeds meer banen zijn complexe sociale vaardigheden nodig. „Minder productieve werkenden komen hierdoor vaker thuis te zitten”, schrijft de WRR. In Nederland staan relatief veel mensen langs de kant. 1,6 miljoen mensen leven van een uitkering.

Lees ook: Het werk moet mensvriendelijker, zegt de WRR

In de jaren negentig introduceerde Ad Melkert, toen PvdA-minister van Sociale Zaken, gesubsidieerde banen voor werklozen. Deze melkertbanen kregen een slecht imago omdat de betreffende mensen amper doorstroomden naar ander werk.

Een belangrijk verschil met de melkertbaan is volgens de WRR dat de nieuwe basisbanen niet bedoeld zijn als opstapje voor een echte baan. Als een uitkeringsgerechtigde nuttig werk kan doen, is dat ook positief, zegt WRR-onderzoeker Monique Kremer. „Je kunt ook kijken wat zo’n baan betekent voor hun welzijn, sociale relaties en gezondheid.”

Belangrijk is dat de basisbanen geen bestaande functies verdringen, zegt Kremer. „Een basisbaan is waardevol werk dat niemand anders oppakt. Je kunt kijken wat er in wijken nodig is, bijvoorbeeld voor mensen die eenzaam zijn.”

Verder pleit de WRR voor meer persoonlijke begeleiding van werklozen. „Nederland investeert nauwelijks meer in actief arbeidsmarktbeleid, ook in vergelijking met andere Europese landen.”

Ook vindt de WRR dat stevige maatregelen nodig zijn om de grote hoeveelheid flexwerk in Nederland in te perken. Het maakt organisaties en daarmee de economie minder productief en innovatief, volgens de raad. Werkgevers investeren het minst in flexwerkers.

Het advies van de WRR komt op een belangrijk moment. Het kabinet vindt ook dat de regels rond werk grondig moeten veranderen, omdat de flexibele arbeidsmarkt het nadeligst uitpakt voor laagopgeleiden en andere groepen die nu al kwetsbaar zijn. Het kabinet heeft advies gevraagd aan een commissie, onder leiding van oud-lid van de Raad van State Hans Borstlap. Dat advies komt volgende week.

Lees ook: Stop de flextrend, zegt de commissie-Borstlap
Toekomst van werk pagina E6-7