VS: China manipuleert zijn munt niet meer

Woensdag tekenen Washington en Beijing het eerste akkoord om een einde te maken aan hun handelsconflict. Daarin belooft China geen waardedaling van de eigen munt door te voeren.
Een biljet van honderd yuan, de munteenheid die hoort bij de Chinese valuta renminbi.
Een biljet van honderd yuan, de munteenheid die hoort bij de Chinese valuta renminbi. Foto Nicolas Asfouri/AFP

China is volgens de Verenigde Staten geen valutamanipulator meer. Dat schrijft het Amerikaanse ministerie van Financiën in een halfjaarlijks rapport over de Amerikaanse economie waarin ook macro-economische ontwikkelingen worden besproken. Het rapport is maandagavond lokale tijd verschenen (pdf). In het document wordt gerefereerd aan het zogeheten Fase 1-handelsakkoord, dat de twee landen woensdag tekenen, waarin ook afspraken staan over de koers van de Chinese valuta, de renminbi.

„In deze overeenkomst heeft China toegezegd zich te onthouden van concurrerende devaluatie en toegezegd de wisselkoers niet te bepalen aan de hand van competitieve doeleinden”, vat minister Steven Mnuchin de afspraken samen. „In dat licht heeft het ministerie van Financiën bepaald dat China niet langer moet worden gezien als een valutamanipulator.”

Lees ook deze analyse over het Fase 1-akkoord tussen de VS en China: een gewapende vrede aan het handelsfront

China beschouwde zichzelf overigens nooit als manipulator. De waardedaling van de munteenheid yuan (zoals de eenheid heet, renminbi is de officiële naam van de munt) is volgens de Amerikanen bedoeld om Chinese producten extra goedkoop te houden, maar volgens Beijing deed die zich voor doordat investeerders zich zorgen maakten om het handelsconflict en minder investeerden.

Onderdelen van het akkoord werden vorige week bekend. Analisten zien de overeenkomst als een stap in de goede richting, maar nog niet als een einde aan de handelsoorlog tussen China en de VS. Dinsdag lekte meer details uit naar internationale persbureaus. Zo meldt Reuters dat China toezegt in de komende twee jaar bijna 80 miljard dollar extra (zo’n 71 miljard euro) uit te geven aan onder meer auto’s, vliegtuigen en energie uit de VS.