Reportage

‘U wordt verdacht van moord.’ En dan?

Burgerschapsonderwijs Leerlingen vinden democratie best interessant, als je democratische dilemma’s maar tastbaar maakt. Zoals op De Nassau in Breda.

Brugklasleerlingen van De Nassau in Breda spelen een rechtszaak na.
Brugklasleerlingen van De Nassau in Breda spelen een rechtszaak na. Foto’s Dieuwertje Bravenboer

‘Wie was de forensisch onderzoeker?” Katie Westendorp (25), lerares maatschappijleer, speurt de klas rond. Een jongen met een witte jas en laboratoriumbril snelt naar voren. In deze nagespeelde rechtszaak is hij van belang, want hij moet vertellen welke sporen de moordenaar heeft achtergelaten.

In het rumoer ziet een jongen achterin de klas zijn kans schoon om zijn klasgenoten toe te roepen dat ze hem „ff op insta” moeten volgen, want hij doet mee aan een weddenschap. Bij vijfhonderd volgers krijgt hij een chocoladereep.

Dan begint de rechtszaak. De officier van justitie, een meisje in toga, spreekt de verdachte toe. „U wordt verdacht van de moord op Lisa Veerendonck.” De verdachte reageert koeltjes: ze heeft een alibi, want ze was die dag oliebollen aan het eten. Getuigen bevestigen dit. De advocaat, ook in toga, eist strafvermindering. Het is even stil. Lerares Westendorp fluistert: „Straf!” De rechter schrikt op, slaat met zijn plastic hamer op tafel en veroordeelt tot twaalf jaar cel.

Deze brugklassers, van scholengemeenschap De Nassau in Breda, volgen de ‘minor CSI’: een keuzevak waarbij ze een moordzaak moeten bestuderen. Die draait om Annemieke Veerendonck, die ervan wordt verdacht haar grootmoeder Lisa te hebben vermoord. Vandaag is de laatste les en moeten de scholieren, verdeeld in drie groepen, de rechtszaak naspelen zoals die volgens hen heeft plaatsgevonden.

Na de eerste zaak vraagt Westendorp: „Wat ging er goed en wat kan er beter?” Een meisje in een fluffy roze trui zegt: „Ik snap het wel hoor, ik zou het zelf ook niet kunnen, maar ze zeiden wel vaak ‘eh’.”

‘Vertel eens iets nieuws’

Lees ook: Wat jonge burgers allemaal moeten weten

De school biedt in totaal zo’n veertig minoren, waarvan een groot deel is gericht op burgerschap. Zo is er een minor over vrijheid (‘fight for your right’), debatteren (‘daar ben ik het niet mee eens’) en nieuwswaardige gebeurtenissen (‘vertel eens iets nieuws’). Ook zijn er colleges over internationale betrekkingen, een debatteam en een project dat leerlingen koppelt aan een gemeenteraadslid. Tijdens verkiezingsnachten blijven geïnteresseerde leerlingen en leraren de hele nacht op school om de uitslag te volgen. Aan de wanden van lokalen hangen verkiezingsposters en de grondwet.

„Het is belangrijk dat leerlingen van democratie en rechtsstaat weten”, verklaart bestuurder Hans Teunissen (35) het uitgebreide programma van de school. „Daarbij vinden leerlingen democratie heel interessant. Niet als je begint over de kenmerken van de democratie, wel als je democratische dilemma’s tastbaar weet te maken.”

Bijvoorbeeld, vult docent maatschappijleer Freek Gruijters (26) aan, als het gaat over rechtshandhaving versus rechtsbescherming. „Neem privacy. Als ik leerlingen vraag wat ze te verbergen hebben, dan zeggen ze: niks! Maar als ik dan vraag of ik even in hun telefoon mag kijken, willen ze dat toch liever niet.”

De Nassau is een van de weinige scholen in Nederland die veel aan burgerschap doet. Meestal, constateerde de Inspectie van het Onderwijs al een paar keer, is burgerschapsonderwijs onsamenhangend. Dat is een van de redenen waarom minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) een nieuwe, duidelijkere wet heeft gemaakt, die basis- en middelbare scholen verplicht burgerschap beter vorm te geven. Naar verwachting spreekt de Tweede Kamer er dit voorjaar over.

Bestuurder Teunissen was zelf leraar maatschappijleer, en voorzitter van de NVLM, de vereniging voor docenten maatschappijleer. Hij vindt het goed dat er een nieuwe wet komt – de oude was te vaag en verplichtte scholen tot weinig. Om van iemand te houden, zegt hij, moet je die persoon leren kennen. Dat geldt ook voor de rechtsstaat. „Hoe meer je erover weet, hoe genuanceerder je je mening kunt geven.”

Lees ook: In de brugklas al grote verschillen in democratische waarden

Dat blijkt in de les maatschappijleer aan de vijfde klas van het tweetalig vwo. Een jongen vertelt in het Engels dat de NAVO 70 jaar bestaat, maar dat Trump het bondgenootschap fel bekritiseert – iedere les kiest een leerling een ander nieuwsonderwerp om uit te lichten en te bediscussiëren. Docent Siebe Huijben (33) vraagt wat de jongen van de opstelling van Trump vindt, waarna een discussie ontstaat over de toekomst van de NAVO.

Over elk onderwerp valt te discussiëren, zegt Huijben na afloop, zelfs als iedereen het op het eerste gezicht eens lijkt te zijn, zoals bij abortus of euthanasie. „Ik jaag ze dan een beetje op de kast, om ze aan het denken te zetten.”

Over het algemeen geldt: hoe meer leerlingen ergens van weten, hoe milder ze worden, zegt Huijben. Zo bezochten ze met de eerste klas eens een rechtszaak over een wietplantage. Tot hun verbazing kwam er een echtpaar van rond de zeventig de zaal binnen. „Ze bleken failliet te zijn gegaan en de schuldeiser had gezegd dat hij wel een oplossing wist. Toen de vrouw wilde terugkrabbelen, kreeg de man een pistool tegen zijn hoofd. Dat was voor leerlingen een heel leerzame ervaring. Iedereen zat op het puntje van zijn stoel.”

Dat persoonlijke omstandigheden een verzachtende rol kunnen spelen, hebben ook de brugklassers bij de minor CSI al snel door. In de derde rechtszaak steekt Annemieke Veerendonck (een jongen in rode trui) na lang zwijgen een tirade af over haar moeilijke jeugd. „Mijn moeder heeft me pijn gedaan, mijn vader vond me niet aardig, mijn opa vond me stom, mijn tante was er niet om mij te helpen, mijn oom stond er niet om voor mij te zorgen, én ik werd vroeger gepest!”

Het werkt: de rechter geeft zes jaar cel, de helft minder dan wat de advocaat van Veerendonck redelijk achtte en vijf keer minder dan de eis van de officier. De klas barst in lachen uit.