Pierfrancesco Favino (in wit jasje) als maffia-spijtoptant Tommaso Buscetta in Il Traditore.

Foto Lia Pasqualino

Interview

Romanticus versus de cosa nostra

Interview Marco Bellocchio Spijtoptant Tommaso Buscetta was geen held, zegt regisseur Marco Bellocchio van ‘Il Traditore’. „Hij was wel een dapper en uiterst conservatief man vol nostalgie naar de imaginaire maffia van vroeger.”

Ooit was de cosa nostra puur en nobel. ‘Mannen van eer’ die de armen van Sicilië beschermden tegen machtsmisbruik en uitbuiting door de heersende klasse en de staat. Later kwamen de drugshandel, de hebzucht, het nietsontziend geweld. Werden de idealen verraden.

Deze fantasie – georganiseerde misdaad als een nobele, door modern nihilisme bedorven traditie – voedt van oudsher misdaadfilms, of ze nu over de yakuza of The Godfather gaan. En deze fantasie bracht Tommaso Buscetta (1928-2000), een prominente Siciliaanse maffioso, ertoe om een ‘pentito’ te worden, stelt de speelfilm Il Traditore, vanaf deze week in de bioscoop te zien.

Tommaso Buscetta was de hoogste spijtoptant ooit die brak met de fameuze omerta, de criminele zwijgplicht. Een rat dus, een verrader. Begeleid door zijn kritische biechtvader, onderzoeksrechter Giovanni Falcone, sloopte Buscetta in 1986 de Siciliaanse maffia tijdens het zogeheten Maxiproces. 338 leden van de cosa nostra verdwenen samen voor 2.665 jaar achter de tralies, 19 capo’s kregen levenslang.

Het was Buscetta’s wraak op Totò Riina, de don uit provinciestadje Corleone die begin jaren tachtig de ‘Tweede Maffiaoorlog’ over de lucratieve heroïnehandel via Palermo met meedogenloos geweld in zijn voordeel beslechtte. Waren magistraten en maffiosi in Buscetta’s ethiek een legitiem doelwit, Riina vermoordde en martelde met evenveel gemak omstanders, ouders, vrouwen en kinderen. Om Buscetta, een voorman van de maffiaclan van Palermo, uit het veilige Rio de Janeiro terug te lokken, liet Riina twee van diens zonen wurgen. Na het Maxiproces wist de ondergedoken Riina in 1992 nog de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino op te blazen voordat hij verdween in de isoleercel van een extra beveiligde inrichting; Riina overleed daar in 2017.

Lees ook dit interview (2006) met Marco Bellocchio: ‘Liefde is delicaat evenwicht’

Conservatief

In het Italiaans heeft traditore (verrader) dezelfde stam als tradizione (traditie), vertelt scenarist Ludovica Rampoldi ons in mei in Cannes, waar Il Traditore in competitie draait. Dat was het uitgangspunt van de film, bevestigt regisseur Marco Bellocchio (80). „Eerlijk gezegd: als Italiaan uit het Noorden begrijp ik die Siciliaanse personages niet echt. Buscetta was de sleutel, mijn ingang. Hij koos ervoor verrader te worden in de betekenis die de maffia, zijn familie en zijn eigen morele code aan dat woord hecht. In mijn ogen is hij geen held, wel een dapper en uiterst conservatief man vol nostalgie naar de imaginaire maffia van vroeger, naar de romantiek van ‘mannen van eer’. Hij ging geloven dat niet hij, maar zijn vijanden die maffia hadden verraden. Dat het revolutionairen waren die het ideaal hadden gecorrumpeerd en verwoest.”

Il Traditore gaat vrij ver mee in Buscetta’s denkwereld. De beginscène is pure folklore in Godfather-stijl: een warm belicht familiefeest in een villa met barok behang, jachttrofeeën en klassieke vazen. Daar viert de voltallige cosa nostra anno 1980 de vrede met dans, vuurwerk en een groepsfoto. Maar de sombere Tommaso Buscetta weet dan al wat de stille don Totò Riina echt van plan is en heeft de vliegtickets naar Brazilië al op zak. Daarna begint het grote bloedvergieten.

Buscetta wordt geportretteerd als een rokkenjager, te lui en levenslustig om capo te worden, maar met groot persoonlijk prestige. Een kwestie van wilskracht en karakter, suggereert Il Traditore, die heel soms een gaatje prikt in Buscetta’s eigendunk. Rechter Falcone snauwt dan dat zijn goeie ouwe cosa nostra nooit heeft bestaan, of we zien de grote casanova Buscetta wezenloos pompen op een prostituee. Maar een herinnering aan Buscetta’s eerste moord staat dan weer bol van maffia-mystiek. Buscetta stelt het uit omdat zijn doelwit een baby heeft, maar decennia later, in een maanovergoten nacht…

Regisseur Bellocchio laat in het midden of dat Buscettta’s fantasie is, net als diens dubieuze bewering dat hij zich nooit met drugshandel inliet. Het doet er niet zo toe, vindt Bellocchio: „Buscetta is ook tweemaal in Brazilië gearresteerd en uitgewezen. In 1972 werd hij zwaar gemarteld, in 1983 niet. Ik voeg die arrestaties samen om u te suggereren dat hij geen man is die uit angst bekent, maar omdat zijn geweten, idealen, schuldgevoel en woede dat ingeven. Was dit een docudrama geweest, dan verkocht ik u fake news. Maar dit is drama, dit heeft zijn eigen wetten en ritme.”

Il Traditore is een knap geconstrueerde mix van karakterstudie, misdaadepos en rechtbankdrama. Niet bijzonder grensverleggend of intens, denk eerder aan een chique, boeiende HBO-miniserie. Ook door de charismatische rol van acteur Pierfrancesco Favino, wiens Buscetta een vlezige mix is van testosteron en morele ernst, moed en behoudzucht, leugen en zelfbedrog.

Apotheose zijn een drietal confrontaties voor de rechtbank. Tommaso Buscetta tegenover Pippo Calò in 1986, de vertrouweling die zijn zonen wurgde. Hij staat ook tegenover het monster Totò Riina, die in 1993 „niet brult als een leeuw, maar piept als een muis”. En tegenover de enigmatische ex-premier Giulio Andreotti in 1999, die hij beticht van banden met de cosa nostra. Buscetta wint twee van de drie, verliest hij de oorlog?

„Mijn film is in wezen een rechtbankdrama”, vindt Bellocchio. „We kregen de kans het Maxiproces van 1986 te filmen op de plek waar dat zich echt afspeelde: de bunker bij de Ucciardone-gevangenis in Palermo. Dat betekende echt iets voor mij, zo’n sleutelmoment in de Italiaanse geschiedenis daar. We kozen bij het proces voor een theatrale toon, ergens tussen tragisch en grotesk in. Vooral tragisch, bij het vonnis klinkt Verdi.”

Marco Bellocchio Foto EPA

Regisseur Marco Bellocchio is een 80-jarige veteraan die in 1965 debuteerde met het heftige familiedrama I pugni in tasca (‘Vuisten in de zak’). In communistisch vaarwater beland, waren zijn ideologische films minder buiten Italië te zien. Tot in 2009 Vincere een soort comeback bracht: een operateske biopic over een geobsedeerde minnares die door Mussolini in een gesticht werd opgeborgen.

Bellocchio filmt nog altijd op het snijpunt van politiek en psychologie, maar Il Traditore is beschouwelijk en toegankelijk. In Cannes zegt hij niet echt een boodschap te hebben. „De tijd dat ik ideologische films maakte ligt ver achter me. Wel kan de film u aan het denken zetten over de relatie tussen staat en maffia. Na de grote overwinningen van de jaren tachtig en negentig is de staat weer wat verzwakt. De maffia kon zich herstellen.”

Maar dat is niet langer dezelfde maffia, denkt Bellocchio. „Op welk niveau de staat indertijd overlegde met de cosa nostra zullen we misschien nooit weten. Maar de Corleonesi die het criminele landschap domineerden, stellen weinig meer voor. De nieuwe maffia is anders. Discreter, meer decentraal. Dat is ook de verdienste van Buscetta en Falcone.”