Knielen en armgebaren zijn in Tokio straks verboden

Olympische Spelen Het is sporters verboden tijdens de Spelen politiek te bedrijven. Het Internationaal Olympisch Comité heeft extra richtlijnen bekendgemaakt om meer duidelijkheid te geven.

Augustus 2019: schermer Race Imboden knielt als enige van de Amerikaanse ploeg tijdens het volkslied bij de Pan-Amerikaanse Spelen in Peru.
Augustus 2019: schermer Race Imboden knielt als enige van de Amerikaanse ploeg tijdens het volkslied bij de Pan-Amerikaanse Spelen in Peru. Foto Leonardo Fernandez/Getty Images

Het was niet haar beste prestatie op een snowboard, maar wel dé manier om in actie te komen tegen de anti-homowet die in Rusland geldt. Tien maanden na de Winterspelen van Sotsji, in december 2014, durfde Cheryl Maas pas toe te geven dat achter de regenbooghandschoenen die ze na haar run op het onderdeel slopestyle opzichtig aan de camera’s toonde, een politiek statement schuilging. Tijdens de Spelen had ze dat nog ontkend en ook chef de mission Maurits Hendriks wuifde controverse weg: „Die handschoenen draagt ze al jaren”, zei hij.

Maar na afloop werd Maas toch op het matje geroepen. Bij sportkoepel NOC-NSF moest ze uitleg komen geven over de handschoenen, zegt woordvoerder Geert Slot. „Stond er gewoon een My Little Pony op, of ging het om meer? We zijn in een discussie beland waar we niet uitkwamen. Pas na onze gesprekken gaf Cheryl openlijk toe dat het een statement was. We voelden toen geen behoefte meer om dat nog te checken.”

Het is atleten volgens Slot „al decennia” verboden om tijdens Olympische Spelen op politieke, religieuze of raciale gronden te protesteren. Dat staat zo vastgelegd in artikel 50 van het Olympisch Handvest, opgesteld door het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Het doel is om de Spelen vrij van politiek te houden, en om een boodschap van positiviteit en verbondenheid uit te dragen. De sportprestaties staan voorop. Een overtreding van de regels kan leiden tot diskwalificatie en het intrekken van de olympische accreditatie. Slot: „Maar de regels zijn bedoeld om acties te voorkomen, niet om atleten te sanctioneren.”

Snowboarder Cheryl Maas met regenbooghandschoenen op de Winterspelen van Sotsji in 2014.

Foto Robin Utrecht/ANP

Om meer duidelijkheid te geven over wat er precies wel en niet mag tijdens de Spelen van Tokio komende zomer, presenteerde IOC-voorzitter Thomas Bach afgelopen donderdag na afloop van de jaarlijkse vergadering waaraan ook de atletencommissie van het IOC meedoet, een document met extra richtlijnen behorend bij artikel 50.

Op het sportveld, in het olympisch dorp, bij het uitreiken van medailles en tijdens de openings- en sluitingsceremonie is het atleten en hun begeleiders verboden om kleding te dragen met een politieke boodschap. Men mag ook geen politiek getinte gebaren maken – ‘handgebaren en knielen’ worden heel specifiek beschreven, en als ceremonies worden verstoord, zal daar een sanctie op volgen. Die kan worden opgelegd door drie organisaties: het IOC, het nationale olympisch comité en de sportbond waartoe een atleet behoort.

Atleten mogen op de Spelen hun mening wél verkondigen. Tijdens interviews en persconferenties, en op digitale platforms – sociale media – mogen ze zeggen wat ze willen, maar, staat in de richtlijn: ‘Je mening uiten is iets anders dan protesteren en demonstreren.’ Slot namens NOC-NSF: „Aanzetten tot actievoeren blijft verboden.”

Verdeelde wereld

Het IOC wil geen gedonder tijdens het sportfeest dat de Spelen moeten zijn, in ‘deze steeds verder verdeelde wereld’, schrijven ze in het document. In augustus vorig jaar knielde de Amerikaanse schermer Race Imboden tijdens de medailleceremonie van de Pan-Amerikaanse Spelen in Peru, in navolging van American- footballspeler Colin Kaepernick, die dat deed om aandacht te vragen voor racisme in de VS. De Amerikaanse kogelslingeraar Gwen Berry hield op hetzelfde toernooi haar vuist omhoog tijdens het volkslied, een verwijzing naar Tommie Smith en John Carlos, de Afro-Amerikaanse atleten die op de Spelen van Mexico-Stad in 1968 wereldfaam vergaarden toen ze op die manier in actie kwamen voor wat ze later ‘mensenrechten’ noemden. Zowel Imboden als Berry heeft een voorwaardelijke straf van twaalf maanden gekregen van het Amerikaanse olympisch comité, als waarschuwing naar andere atleten.

Het IOC houdt de Spelen graag neutraal. Maar dat is hypocriet, vindt sportfilosoof Sandra Meeuwsen , die later dit jaar aan de Radboud Universiteit promoveert op „een filosofische archeologie van de moderne sport”. Ze was jarenlang in dienst bij NOC-NSF, gaf advies aan het bestuur. „Sport en politiek zijn altijd twee zijden van dezelfde medaille geweest”, zegt ze. „De bedoeling van Pierre de Coubertin [grondlegger van de moderne Spelen] was om landen sportief met elkaar te laten wedijveren in plaats van elkaar te bestrijden op het slagveld.”

Ze spreekt van een „schizoïde” relatie tussen sport en politiek. „Kijk naar de Hitler-Spelen in 1936. Daar werd sport misbruikt voor politieke doeleinden. En de Spelen van Poetin, daar zijn we met z’n allen ingestonken.” Ze doelt op het staatsgestuurde dopingprogramma waarmee Rusland in Sotsji (2014) medailles wilde winnen om zich aan de wereld te tonen.

Dubbele moraal

Meeuwsen noemt het document van het IOC er eentje met een dubbele moraal, als ze gewezen wordt op de inspanningen die Thomas Bach leverde om tijdens de Winterspelen van Pyeongchang in 2018 sporters van Noord- en Zuid-Korea onder dezelfde vlag te laten uitkomen. „We zetten de Spelen in om mensen te verbinden, pleiten voor inclusie. Dat is ook een politieke kracht. Maar op het moment dat sporters accenten willen aanbrengen, krijgen we jeuk en komt er een verbod. In deze tijd zijn er zoveel grote thema’s die spelen. Het klimaat, mensenrechten, diversiteit; dat monster tem je niet. Er zullen acties komen in Tokio.”

Sjoerd Hamburger, voorzitter van belangenorganisatie NLSporter, vindt het niet aan sporters om politieke statements te maken. „Die moeten bezig zijn met presteren. Het is pijnlijk als een jonge atleet zich na jarenlange training heeft geplaatst voor de Spelen en dan politiek moet bedrijven. Als het zo urgent is dat er iets over moet worden gezegd, is dat aan de overheid.”

Cheryl Maas voelde wel aan dat dat in Sotsji niet ging gebeuren. „Als ik iets wil zeggen, dan doe ik dat. Dat heet freedom of speech, en dat recht heeft een sporter, net als ieder mens.”