Ötzi gebruikte dierlijke pezen voor zijn pijl-en-boog

Archeologie Neolithische bogen werden van taxushout gemaakt, dat sindsdien het boogschuttershout bij uitstek is gebleven.

Ötzi’s bolletje reserveboogpees.
Ötzi’s bolletje reserveboogpees. Foto JNA/Archäologischer Dienst Bern

Eindelijk is opgehelderd wat voor boogpees er onder in de pijlkoker van de vijfduizend jaar oude ijsmummie Ötzi zat: het is gemaakt van in elkaar gevlochten dierenpezen, en niet van boombast zoals losjes werd vermoed bij het eerste onderzoek van Ötzi, in de jaren negentig.

De bijna twee meter lange draad is nooit eerder onderzocht. Het is een van de slechts drie bekende boogpezen uit de prehistorie, samen met een iets jongere pees uit de Zwitserse Alpen en een 8.000 jaar oud stukje pees aan een kapotte boog uit Catalonië – alledrie van gevlochten dierenpezen. Het onderzoek maakt onderdeel uit van een overzicht van de neolithische bogen, pijlen en alle bijbehorende accessoires die in de afgelopen decennia in de Alpen zijn gevonden, uit de periode 4500 tot 2000 jaar geleden. In totaal gaat het om ongeveer acht bogen, uit drie vindplaatsen in de Alpen. Bij de analyses zijn ook andere steentijdbogen betrokken, in totaal 26.

De veertien pijlen van Ötzi (ca. 3200 v. Chr) , twaalf onvoltooid, twee met punt en veren. Foto JNA / Südtiroler Archäologie Museum / Harald Wisthaler

Vijf Zwitserse pijl-en-boogdeskundigen en archeologen publiceerden het overzicht vorige maand in het Journal of Neolithic Archaeology . In de Alpen zijn in het gletsjerijs de meest gave bogen en toebehoren bewaard. Door de klimaatopwarming worden relatief veel oude objecten door wandelaars teruggevonden in het smeltwater.

Soepel hout aan de buitenkant

Alle neolithische bogen zijn gemaakt van taxushout (Taxus baccata), en voor zo ver was na te gaan net als nu altijd met het soepele spinthout (de buitenste jaarringen) aan de buitenkant en de het harde kernhout aan de binnenkant. Taxus werd ook in de Middeleeuwen gezien als het ideale booghout. Een paar oudere bogen, uit het Mesolithicum (ca. 10.000-6.000 v.Chr.), zijn gemaakt van iepenhout, maar dat komt volgens de onderzoekers omdat de taxus door de relatieve koude toen nog niet wijd verspreid was in Europa.

De bogen gehoorzaamden ook aan de klassieke regel dat een houten boog ongeveer even lang moet zijn als de boogschutter: gemiddeld 158 cm, met de langste 188 cm – met gemiddelde lengte van steentijdmannen van 165 cm. De veertien pijlen van Ötzi zijn de best bewaarde uit de prehistorie, twee ervan hadden nog drie veren, net als moderne pijlen. De positie van de bevering is wel iets anders dan een moderne boogschutter het aanbrengen zou, zo merken de onderzoekers op.

Lees ook: Ötzi de ijsmummie blijft verrassen