Reportage

Op de gang van de universiteit in Edmonton is het pijnlijk stil

Canadese nasleep vliegramp Na de crash van rampvlucht PS752 bij Teheran staat Canada collectief stil bij de bijdragen die immigranten – en Iraniërs in het bijzonder – het land leveren. „Het was een geluk dat we ze hier hadden.”

Rouwende mensen komen samen in het Saville Community Sports Centre in Edmonton.
Rouwende mensen komen samen in het Saville Community Sports Centre in Edmonton. Foto Walter Tychnowicz/AFP

Mohtada Sadrzadeh kan nauwelijks bevatten dat zijn collega’s en goede vrienden niet meer terugkomen naar de Universiteit van Alberta in het Canadese Edmonton. In de dagen na de vliegramp bij Teheran hoopte de professor bouwkunde dat zijn vakgenoot Pedram Mousavi opeens weer zou verschijnen in de gangen van de faculteit, met zijn kenmerkende brede lach op zijn gezicht.

„Pedram was altijd opgewekt, hij gaf iedereen positieve energie”, vertelt Sadrzadeh in zijn kantoor op de moderne faculteit, over zijn omgekomen vriend, een gerenommeerde onderzoeker op het gebied van draadloze technologie. „We missen hem enorm.”

Mousavi kwam een week geleden om bij de vliegramp bij Teheran, samen met zijn vrouw Mojgan Daneshmand, eveneens een professor bouwkunde aan de Universiteit van Alberta, en hun twee dochters, Daria (14) en Dorina (9). Het gezin was op de terugweg naar hun woonplaats Edmonton, na de feestdagen te hebben doorgebracht in Iran, toen het toestel van Ukraine International Airlines woensdagochtend werd neergehaald door een Iraanse luchtdoelraket. Alle 176 inzittenden kwamen om het leven.

Sadrzadeh, die evenals Mousavi en Daneshmand in de afgelopen tien jaar vanuit Iran naar Canada emigreerde om zijn academische ambities te vervullen, sprak de dag voor hun terugreis nog met het echtpaar, vertelt hij. „Ze waren opgetogen om terug te komen, de kinderen keken er naar uit om hun vriendjes en vriendinnetjes weer te zien.”

Hij denkt terug aan een trip per auto door de Canadese Rocky Mountains die hij vorig jaar met hen maakte. „Mojgan was een echte leider, ze kon alles aan”, zegt hij. „Ze was een zeer deskundige hoogleraar op het gebied van electromagnetisme. Het was niet moeilijk voor te stellen dat ze binnen een jaar of vijf hoofd van het departement zou zijn geworden, of decaan.”

‘Dromers die nooit stilzaten’

De vliegramp bij Teheran heeft de Universiteit van Alberta hard getroffen. Tien van de slachtoffers waren verbonden aan de instelling, onder wie ook Pouneh Gorji en Anash Pourzarabi, masterstudenten informatica die op Nieuwjaarsdag in Teheran waren getrouwd, en studente biologie Saba Saadat en haar zus Sara, afgestudeerd psychologe. Zij reisden met hun moeder, Shekoufeh Choupannejad, een arts in Edmonton. Ook Elnaz Nabiyi, een promovenda in de accountancy, kwam om.

„Er zaten zeer getalenteerde mensen in dat vliegtuig”, zegt Brian Fleck, een hoogleraar werktuigbouwkunde die Mousavi jaren geleden aanstelde. Hij denkt terug aan drukke feesten bij Mousavi en Daneshmand thuis, waar ze hun cultuur en voedsel deelden met hun studenten en vrienden. „Ze waren dromers, mensen die nooit stilzaten en die onze gemeenschap telkens nieuw leven inbliezen. Ze waren een echt power couple.”

Lees ook deze reportage: Canada rouwt om slachtoffers

Bij de ingang van de vakgroep werktuigbouwkunde, op de tiende verdieping van een modern complex op de uitgestrekte campus van de universiteit, is een informele gedenkplaats gevormd voor Mousavi en Daneshmand en hun kinderen, en voor andere slachtoffers van de vliegramp die waren verbonden aan de faculteit: Nasim Rahmanifar, een masterstudent werktuigbouwkunde, Mohammad Mahdi Elyasi, die in 2017 zijn master bouwkunde behaalde, en Amir Hossein Saeedinia, die in Edmonton zou beginnen aan zijn promotietraject.

Foto’s van de slachtoffers hangen bij een tafel met bloemen, waxinelichtjes en een schaal dadels, voor het raam met een ijzig uitzicht over Edmonton. De besneeuwde prairiestad van ongeveer 1 miljoen inwoners is gehuld in ijle lucht en wintertemperaturen van rond min dertig graden Celsius. De stad is niet alleen gedompeld in arctische vrieskou, maar ook in rouw over de dood van dertien van zijn inwoners bij de vliegramp in Iran.

„We voelen enorme solidariteit met onze medebewoners uit Edmonton”, zegt Don Iveson, burgemeester van de stad. „Als goede buren en vrienden van verschillende culturen komt onze gemeenschap samen om mensen die hierdoor zo lijden te steunen. Dat is een Canadese kernwaarde.”

Iveson sprak zondag bij een grootschalige herdenking van de slachtoffers uit zijn stad. De bijeenkomst in een sporthal van de Universiteit van Alberta werd bijgewoond door ongeveer 2.500 mensen, onder wie premier Justin Trudeau, en rechtstreeks uitgezonden op de Canadese televisie. „Voor degenen die dierbaren hebben verloren: u bent niet alleen”, zei Iveson. „U heeft het medeleven en de steun van alle mensen uit Edmonton.”

‘Canadese MH17’

Niet alleen Edmonton rouwt om de slachtoffers van vlucht PS752. Voor heel Canada is de vliegramp bij Teheran een nationale tragedie, vergelijkbaar met de ramp met vlucht MH17 voor Nederland. Van de 176 inzittenden van het neergehaalde toestel waren 138 mensen op doorreis naar Canada, van wie 57 de Canadese nationaliteit hadden. Dat heeft te maken met een grote Iraanse gemeenschap in Canada en het feit dat het land een populaire bestemming is voor Iraanse studenten. Iraniërs die in Noord-Amerika willen studeren kunnen wegens het inreisverbod van de regering-Trump veelal niet terecht in de Verenigde Staten. Het Canadese onderwijs trekt daarom in toenemende mate Iraanse academici.

„Ik wilde professor worden in Iran, maar die kans heb ik niet gekregen”, zegt Sadrzadeh, die in 2011 naar Canada kwam. „Daarom heb ik besloten om te emigreren. Al mijn collega’s zitten in die situatie.” Hij is blij met zijn keuze, zegt hij. „Canada heet je welkom, je wordt omarmd, het is heel positief. Dit is een goed land voor onze gemeenschap.”

Voor immigratieland Canada, dat diversiteit als een fundamentele waarde beschouwt, is de ramp een moment om stil te staan bij de bijdragen die nieuwkomers in het algemeen – en Iraniërs in het bijzonder – leveren aan het land. Premier Trudeau liep de afgelopen week voorop bij uitingen van schrik en rouw. En ook van verontwaardiging: „Zonder de recente escalatie in het Midden-Oosten waren deze mensen nu thuis bij hun familie geweest.”

De premier belooft Iran volledig verantwoordelijk te houden - een proces dat wordt bemoeilijkt door het feit dat Canada sinds 2012 geen diplomatieke betrekkingen meer onderhoudt met Iran. Enkele Canadese consulaire medewerkers zijn aangekomen in Teheran om te helpen bij de identificatie van slachtoffers en mogelijk vervoer van lichamen naar Canada.

„Alle Canadezen zijn geschokt en ontsteld door het zinloze verlies van mensenlevens”, zei Trudeau zaterdag. „De Iraans-Canadese gemeenschap heeft enorm bijgedragen aan dit land, met hardwerkende, trotse Canadezen die zich elke dag inzetten om een betere toekomst voor zichzelf en hun kinderen op te bouwen.”

Die opstelling heeft brede waardering opgeleverd. Ook politici van Conservatieve achtergrond, zoals de premier van de provincie Alberta, Jason Kenney, een voormalige minister van Immigratie onder oud-premier Stephen Harper, benadrukken de kracht van diversiteit. „Mensen van zoveel achtergronden en tradities die hier zijn samengekomen, van overal ter wereld, delen dit moment van rouw”, aldus Kenney.

Lof voor reactie regering-Trudeau

De reactie op de tragedie verschilt enorm van de Canadese reactie op een ramp met een toestel van Air India, 35 jaar geleden. Vlucht 182 van de Indiase luchtvaartmaatschappij van Toronto naar Delhi stortte in juni 1985 in de Atlantische Oceaan bij Ierland als gevolg van een terreuraanslag door separatistische Sikhs. Alle 329 inzittenden kwamen om. Hoewel de meesten van hen Canadese staatsburgers of ingezetenen waren, werd de ramp in de Canadese media en maatschappij gezien als een Indiase kwestie.

Toenmalig premier Brian Mulroney kreeg kritiek omdat hij condoleances stuurde aan de premier van India, in plaats van aan de nabestaanden van omgekomen Canadezen. In 2010, na een openbare enquête en berechting van verdachten van de aanslag, bood premier Harper nabestaanden excuses aan voor het jarenlange gebrek aan betrokkenheid.

lees ook dit achtergrondstuk: Grote kans op ‘degelijk’ onderzoek naar ramp

Nu tonen Iraans-Canadezen lof voor de manier waarop de federale regering hen in de armen heeft gesloten. „We zijn hier heel dankbaar voor”, zegt Hossein Saghlatoon, een voormalige student van Mousavi die onlangs promoveerde. „Ze zorgen voor ons op het allermoeilijkste moment.”

Ook Sadrzadeh is onder de indruk van de manier waarop de regering omgaat met de families van slachtoffers. „De premier is naar de mensen toegegaan en heeft hen in de armen gesloten, hij heeft dat heel goed gedaan.” Volgens Sadrzadeh kan de regering van Iran een voorbeeld nemen aan Canada. „Ook zij zouden met mensen moeten praten.”

Toen Sadrzadeh hoorde dat Iran de ramp heeft veroorzaakt met een raket, was zijn eerste reactie boos te worden, zegt hij. „Maar dat brengt de slachtoffers niet terug. We kunnen beter denken aan hoe we hun nagedachtenis kunnen eren.”

Ook Mehdi Zahed, een Iraans-Canadese architect bij de herdenkingsbijeenkomst, benadrukt dat de gevolgen hetzelfde zijn: „We krijgen de slachtoffers niet meer terug.” Maar, zegt hij, „de mensen die dit hebben gedaan moeten verantwoordelijk worden gehouden. De hele internationale gemeenschap moet vragen stellen over waarom dit is gebeurd, en zorgen dat zij worden berecht.”

Op de faculteit zijn bloemen neergezet voor de deur van de kamer van hoogleraar Mousavi. Er hangen foto’s van hem en Daneshmand, en briefjes met betuigingen van medeleven. Het is vreemd stil in de gang, zegt zijn collega Brian Fleck: normaal stond de gang vol met zijn studenten, in de rij voor zijn kamer. „Het was een geluk dat we hem hier hadden.”