Opinie

NAVO-landen zitten vast in strategisch niemandsland

Veiligheid Meer geld naar defensie? Dat heeft alleen zin als de Europese NAVO-landen de geopolitieke realiteit erkennen, menen en .
Een Duitse militaire veiligheidsspecialist controleert Nederlandse 81 mm-mortieren tijdens een gezamenlijke oefening in Duitsland
Een Duitse militaire veiligheidsspecialist controleert Nederlandse 81 mm-mortieren tijdens een gezamenlijke oefening in Duitsland Foto Harm Mooibroek

Zinvol voornemen voor 2020: niet meer te pas en te onpas de ‘tweeprocentsnorm’ aanroepen, de eis dat NAVO-landen ten minste 2 procent van hun bbp aan defensie besteden. Deze norm heeft zeker nut gehad, al was het maar om politici wakker te schudden over het effect van jarenlang te weinig investeren. Maar het is geen heilige graal; het is bovenal een politiek bepaald percentage dat scepsis verdient.

Inderdaad, de Amerikaanse defensie-uitgaven zijn met 3,2 procent van het bbp relatief hoog. Met een streefpercentage van krap 1,4 procent is Nederland een bescheiden middenmoter in de NAVO. Maar dat is alleszins logisch: de Verenigde Staten zijn een supermacht met mondiale ambities, waarbij het militaire accent al langere tijd verschuift naar de Stille Oceaan, in het bijzonder naar China.

Per saldo spendeert Amerika echter geen exorbitante bedragen aan defensie in Europa. Uiteraard profiteert Europa wél – mits onder Trump de bijstandsbeloftes nog gelden, met name de Amerikaanse nucleaire ‘paraplu’.

En Europese NAVO-landen geven, alles bijeengenomen, wel degelijk een hoog bedrag uit aan defensie: met 265 miljard dollar per jaar aanzienlijk meer dan China (circa 170 miljard dollar), laat staan Rusland (circa 65 miljard dollar). Het probleem zit ’m, als zo vaak, in efficiency en effectiviteit.

De Europese defensie-uitgaven kenmerken zich vanouds door ondoelmatigheid en versnippering. Elk land brengt qua eenheden en materieel van alles wat in het veld. De nationale defensie- en industriële belangen bepalen nog steeds in hoge mate het aanschafbeleid van gevechts- en transportvliegtuigen, marineschepen en rijdend materieel. Dat levert nationale krijgsmachten op die relatief duur zijn en bij internationale missies – zeker in geval van een serieuze oorlog – over veel te weinig capaciteit beschikken om operaties lang vol te houden.

Lees ook: Het uitgeholde leger

Krijgsmacht wil ‘alles kunnen’

Voor Nederland gaat deze vaststelling al helemaal op: een complexe multifunctionele krijgsmacht die nog steeds zo veel mogelijk ‘alles’ wil kunnen en daartoe beschikt over drie verschillende typen brigades (luchtmobiel, licht en gemechaniseerd), een zelfstandig korps mariniers, grote schepen voor amfibische operaties die andere staten doen watertanden, een ambitieuze luchtmacht en binnenkort vier fonkelnieuwe onderzeeboten. Dat een land als Nederland nauwelijks (nog) een reservistencapaciteit onderhoudt om een langdurige inzet te versterken, is eigenlijk treurig. Nog los van het feit dat een sterke reservistencultuur goed zou zijn voor de zogeheten civiel-militaire banden die essentieel zijn om het draagvlak van de krijgsmacht in de samenleving te bevorderen.

Een verbeterde en verhoogde defensie-inspanning heeft echter alleen zin als de Europese NAVO-landen hun huidige ‘strategische niemandsland’ verlaten, niet langer om de reële militaire problemen heen draaien en de geopolitieke werkelijkheid onder ogen zien. Die is: instabiliteit in Noord-Afrika en ten zuiden van de Sahara, spanningen in het Midden-Oosten en Centraal-Azië, de bijbehorende vluchtelingen- en migratiestromen, het getreiter door Erdogans Turkije en Poetins Rusland, waarbij in de verte een steeds machtiger China opdoemt. Tel daarbij op een onberekenbare Amerikaanse president. Tegelijk moeten we, hoe cynisch ook, Trump misschien wel dankbaar zijn.

Leesook: NAVO niet ‘hersendood’, maar de discussie blijft

Politieke wil

Mede door diens botte optreden wordt Europa gedwongen uit zijn strategische lethargie te ontwaken en zelfstandiger militair-strategisch te denken en te handelen. Dat staat of valt wel met politieke wil. Met welke scenario’s wil Europa wel of geen rekening houden? Een nieuwe crisis in Oost-Europa, een NAVO-missie in het Midden-Oosten waarop Trump heeft gezinspeeld? In de crisis rond Iran speelt Europa in elk geval geen rol van betekenis.

Alleen nuchter zelfinzicht biedt de Europese NAVO-landen een weg uit het strategische niemandsland waarin de lidstaten, Frankrijk misschien uitgezonderd, nauwelijks durven te bewegen. Alleen zo – en in samenhang met een doelmatigere defensie-inspanning – is een internationaal-politiek en militair-strategisch coherent Europees antwoord mogelijk op de grote veiligheidsuitdagingen van deze tijd. Zoals in Syrië, Irak of Iran. Als Europese burgers mogen we dat eenvoudigweg van onze politici verwachten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.