Opinie

Hij leerde Nederland dat macht en autoriteit zo onwrikbaar niet zijn

Commentaar

Aart Staartjes was acteur. Een goede acteur, die speelde in belangrijke voorstellingen, van Tsjechov tot Goldoni. Staartjes was ook een invloedrijk programmamaker van kinder- en jeugdtelevisie. Maar nu hij, noodlottig, verongelukt is, wordt hij niet herdacht als een geschenk voor theater en tv, maar betreurd als een vriend. Hij was een vertrouwde bekende van de velen die om hem hebben gelachen. Niet om hem persoonlijk, maar om de kankerpitten die hij gretig gestalte gaf. En dan vooral om ‘meneer Aart’, het personage dat hij, bij gebrek aan een figurant, in 1984 verzon voor het kinderprogramma Sesamstraat. Een korzelige man die zich ergerde aan ieder kind. Grappig, herkenbaar en onweerstaanbaar. En al hield hij van niemand, iedereen hield van hem.

Iedere generatie heeft zijn eigen Aart Staartjes. De eerste generatie groeide een kleine vijftig jaar geleden op met De Stratemakeropzeeshow. De volgende generaties stapten in met De film van Ome Willem, met J.J. de Bom v/h de Kindervriend, met Klokhuis. De meesten kennen Aart Staartjes uit Sesamstraat waar hij tot in 2018 aan verbonden bleef. Daar sloten zich telkens nieuwe Meneer Aart-vrienden aan. Waren ze kind-af dan verloren ze hem uit het oog. Tot ze hem, als volwassene, meekijkend met kinderen en kleinkinderen , terugvonden en opnieuw gingen volgen.

En de verbondenheid zit diep. Toen op Twitter het gehalte van Staartjes’ nagedachtenis door een enkeling werd betwijfeld, waren de reacties massaal en furieus. Teneur: kom niet aan onze held, we haten je. Meneer Aart zou de partijen vermoedelijk met de koppen tegen elkaar hebben geslagen. Want hier gaan grote mensen aan de haal met wat voor kinderen bedoeld was. En als er iets was wat Staartjes hels maakte dan was dat het.

Het uitgangspunt voor de kinder- en jeugd-tv die Staartjes en zijn teams maakten was, in zijn woorden in gesprek met NRC, „dat volwassenen in kinderogen totale krankzinnigen zijn”. Het beoogde publiek voelde haarfijn het subversieve karakter aan. De kinderen keken gretig en lachten zich slap. En ze wisten zich gesteund in geheime zorgen. Want de programma’s sneden onderwerpen aan waar ze over zwijgen. Dat publiek werd volwassen en bleef desondanks onverkort verknocht aan Aart Staartjes, met uitgerekend de conservatieve knorrepot meneer Aart als symbool voor het weldadig anarchisme van de humor. En als het goed was, onthielden ze dat macht en autoriteit zo onwrikbaar niet zijn.

Staartjes koos per definitie voor de optiek van kinderen, opboksend tegen verontwaardigde volwassenen en tegen bezorgde deskundigen die hun nieuwste inzichten opdrongen aan de voor kinderen bestemde programma’s. Hij nam de kinderen zelf serieus en leerde hun om te beginnen dat je Wichtigmachers hoort uit te lachen. Alleen daarom al verdient hij alle waardering die Nederland over hem uitstort.

Zijn faam is gedoemd te verdampen. Nu is hij nog ‘onze meneer Aart’. Maar zijn populariteit stamt uit de tijd dat de televisie het dagelijkse doen beheerste. Nu doen de sociale media dat, waar ook kinderen en jongeren zich bewegen, zich uiten en waar hun de maat genomen wordt. Waar kinderen opnieuw rebelse steun kunnen gebruiken om zich te weer te stellen, tegen verdriet, onbegrip, pesterij. En tegen verontruste volwassenen.

Nederland neemt afscheid van Aart Staartjes en een nieuwe meneer Aart is er nog niet. Zo iemand ontpopt zich hopelijk. Elk kind is een meneer Aart gegund. Elke volwassene ook. Kinderen omdat ze om hem kunnen lachen. Volwassenen omdat ze via hem kunnen leren.