Gijzeling van weigerachtige Beierse minister kan niet via de EU

Economie & recht Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: Europees recht.

Foto iStock

De regering van de Duitse deelstaat Beieren is er tussen 2012 en 2017 drie keer toe veroordeeld voor de stad München strengere maatregelen te treffen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zo gelastte de rechter dat bepaalde voertuigen met dieselmotor in delen van de stad worden geweerd. Maar de regering van Beieren trok zich daar, ondanks twee dwangsommen, nauwelijks iets van aan. Sterker, de Beierse minister-president verklaarde niet van plan te zijn de rechterlijke verplichtingen na te komen.

Daarom vroeg milieuorganisatie Deutsche Umwelthilfe twee jaar geleden de rechter andermaal de deelstaatregering een dwangsom op te leggen én de minister van Milieu of de minister-president te (laten) gijzelen. De dwangsom (4.000 euro) werd opnieuw toegewezen, de gijzeling niet – de Duitse grondwet staat dit dwangmiddel in dit soort zaken niet toe.

In hoger beroep wendde de hoogste bestuursrechter in Beieren zich tot het Hof van Justitie van de Europese Unie. Hij wilde weten of EU-milieuwetgeving aanknopingspunten biedt om de Duitse grondwettelijk hindernis voor gijzeling te omzeilen als een uitvoerende macht rechterlijke beslissingen aan haar laars lapt. Nee, antwoordde het EU-hof eind vorig jaar, gijzeling van weigerachtige overheidsfunctionarissen om hen te dwingen tot ingrepen die de lucht schoner maken kan alleen als zo’n middel verankerd ligt in het nationaal recht.

Wel onderstreept het Hof dat twee andere procedures een gang naar de Europese rechter mogelijk maken, namelijk bij vervolging van (deel)staten wegens schending van Europese milieuregels en in zaken waarin EU-burgers hun regering aansprakelijk stellen voor de schade die zij en het milieu lijden door zo’n schending.

Uitspraak: ECLI:EU:C:2019:1114