Necrologie

Gestileerde conservatief en stokebrand

Roger Scruton (1944-2020) ‘Sir Roger’ was pleitbezorger van een ideologisch conservatisme dat lang tegenwind had, maar nu steeds meer weerklank vindt.

Onder filosofen gold Scruton niet als baanbrekende denker, wel als begaafde vakgenoot die zijn klassiekers kende.
Onder filosofen gold Scruton niet als baanbrekende denker, wel als begaafde vakgenoot die zijn klassiekers kende. Foto Pako Mera/Writer Pictures

Hij hield niet van elektrische apparaten, met een druk op de knop. Die staan het menselijke contact met werktuigen, zoals een eerlijke handzaag of hamer, alleen maar in de weg. Tv kijken was er ook niet bij, al dook zijn beeltenis er in de loop der jaren geregeld op.

Het tekent het gestileerde cultuurpessimisme van de Britse filosoof Roger Scruton, die op 12 januari op 75-jarige leeftijd overleed. Scruton, die zich sinds 2016 ‘Sir Roger’ kon laten noemen, was de pleitbezorger en provocateur van een ideologisch conservatisme dat lang tegenwind had maar dat met de opkomst van rechts nationalisme in het nieuwe millennium allengs meer weerklank vond.

Op Scruton, volgens The Times „betrouwbaar controversieel”, kon je rekenen om de intellectuele elite te épateren. Dat deed hij in columns, interviews, lezingen en meer dan vijftig boeken over filosofie, kunst en cultuur en conservatisme. Jarenlang doceerde hij aan het Londense Birkbeck College, waar hij een vreemde eend in de bijt was, later in Boston. Halverwege de jaren negentig wierp hij zich geheel op zijn boeken, artikelen en advieswerk. Stijl en inhoud gingen daarin naadloos samen. Scruton leefde met gezin, paarden en honden op zijn landgoed ‘Scrutopia’ in Wiltshire. Hij deed aan de vossenjacht en organiseerde prijzige zomercursussen. Zijn lofzang op het Engelse landschap en tradities was bij vlagen zo schmierend dat het spotlust wekte. Scrutons tegelijk plechtige en onderkoeld ironische stijl riep vaker de vraag op hoe letterlijk zijn boutades moesten worden genomen.

Favoriete kop van Jut

Voor links was zijn conservatisme van de open haard dan ook een favoriete kop van Jut, waarbij opponenten hem vaak maar half serieus namen. Maar met zijn combinatie van gecultiveerde eruditie en politieke incorrectheid leverde hij het format voor jong-rechtse stokebrands die in het nieuwe millennium van leer trokken tegen het ‘cultuurmarxisme’ van de Europese elites. In Nederland modelleerde Thierry Baudet zich op Scruton, van wie hij de term oikofobie (afkeer van het eigene) overnam en die aantrad als zijn co-promotor. Scrutons cultuurkritiek, tot en met de jacht en aanvallen op het modernisme in de kunsten, keert bijna integraal terug bij hem. Ook Scrutons pirouette van ernst en ironie, waardoor provocaties vaak dubbelzinnig blijven, is bij Baudet te herkennen.

Onder academische filosofen gold Scruton niet als baanbrekende denker of grote autoriteit, wel als een begaafde vakgenoot die zijn klassiekers kende – met name Kant en Wittgenstein – maar die was bezweken voor de sirenenzang van de publiciteit. Geprezen werd vooral zijn werk over esthetica en het lijvige Modern Philosophy (1994), zijn eigenzinnige overzicht van de moderne filosofie. Daarnaast schreef Scruton ook romans, gedichten en twee opera’s.

Lees ook dit opiniestuk van Thierry Baudet: Scruton heeft als leermeester mijn wereldbeeld beslissend gevormd

Dat is allemaal een lange weg voor een onderwijzerszoon uit het dorp Buslingthorpe, waar Roger Vernon Scruton in 1944 werd geboren in een eenvoudig gezin. Een moeizame relatie met zijn starre, socialistische vader droeg bij aan zijn afkeer van Labour. Zijn bekering tot het conservatisme volgde toen hij in mei 1968, afgestudeerd aan de universiteit van Cambridge, het studentenoproer in Parijs meemaakte. Het marxisme van de studentenbeweging was in zijn ogen een reprise van het Jacobinisme van de Franse revolutie. Gelukkig hadden de demonstranten geen guillotine, al was dat, zei hij later, „ook een teken van hun gebrek aan ernst”. Zijn eigen guillotine liet hij neerdalen in een reeks polemieken tegen wat hij zag als links nihilisme, het laatste in een boek waarvan de titel genoeg zegt: Fools, Frauds and Firebrands (2015), een afrekening met filosofen als Foucault, Deleuze en Badiou.

Scrutons doorbraak kwam in 1980 met The Meaning of Conservatism, een pleidooi voor conservatisme in de geest van Edmund Burke. Zijn ster rees als nieuwe ideoloog van de Tories. Evenals Burke keerde Scruton zich tegen het rationalisme van de Verlichting. Een stabiele en gelukkige samenleving is niet gebaseerd op abstracties zoals mensenrechten, vond hij, maar op concrete geschiedenis van een volk en op de ‘praktische’ wijsheid van gewortelde tradities en instituties, zoals hoge kunsten, kerk, koningshuizen en de common law. Daarmee stond hij in een lange, romantisch-rechtse traditie. Brexit zag hij als een kans voor Engeland om zijn identiteit te herwinnen.

Ook in het Thatcher-tijdperk, als hoofdredacteur van The Salisbury Review, bleef Scruton niettemin een contrarian, al steunde hij haar genadeloze strijd tegen de vakbonden. Het middenstands-liberalisme van de Iron Lady wrong met zijn elitaire conservatisme, dat ook in de ongebreidelde markt een bedreiging ziet van tradities en sociale orde. In de jaren tachtig spande Scruton zich over de grens in voor dissidenten in Oost-Europa, wat hem in 1989 een Tsjechische onderscheiding opleverde uit handen van Václav Havel.

Met zijn kritiek op de ‘verweesde’ samenleving en hang naar een in de bodem verankerde gemeenschap, was Scruton een reactionaire traditionalist, die de massacultuur hekelt als een poel van vulgariteit en verval, met zichzelf en zijn geestverwanten als „onverschrokken monniken” die het beschavingsvuur brandend proberen te houden. Overigens kwam hij ook prozaïscher in aanraking met moderne barbarij, toen de jongensgroep Pet Shop Boys hem aanklaagde wegens laster (hij had gesuggereerd dat ze hun muziek niet zelf maakten); de zaak werd geschikt.

Trouw aan controverse bleef Scruton tot het laatst. Archaïsche meningen over feminisme, homoseksualiteit en masturbatie werden hem niet in dank afgenomen, evenmin als zijn bewondering voor de xenofobe politicus Enoch Powell. Een naar antisemitisme riekend citaat in de New Statesman over het „imperium” van George Soros leidde vorig jaar tot zijn ontslag als voorzitter van een adviescommissie van de Britse regering. Hij kreeg de functie terug, toen bleek dat zijn uitspraken waren verknipt.

Kritiek kreeg ook zijn steun voor de Hongaarse premier Orbán, die hij in de jaren tachtig had leren kennen. Scruton verdedigde Orbáns besluit de grenzen te sluiten tijdens de immigratiecrisis van 2016. Een maand voor Scrutons dood speldde Orbán hem het Kruis van Verdienste op. Dit omdat hij „de gevaren van illegale immigratie had onderkend”.

De laureaat zelf was toen al minder enthousiast: in het interview met de New Statesman zei hij over Orbán dat „de macht naar zijn hoofd is gestegen”. Trump noemde hij „een vulgaire, half geschoolde pummel”. Al voegde hij eraan toe dat ook vulgaire pummels recht hebben op politieke vertegenwoordiging.

Opinie Thierry Baudet pagina 18