Recensie

Recensie Beeldende kunst

Expositie over het Den Haag dat nooit gebouwd werd

Tentoonstelling Ongewoon veel grote bouwprojecten in Den Haag vonden geen doorgang in de afgelopen eeuwen, zo blijkt op de vermakelijke tentoonstelling Nooit gebouwd Den Haag in het Haags Historisch Museum

Boven het ontwerp voor het paleis van koning Willem II door Henry Ashton uit 1838, en onder een impressie van J.F. Staals Bijenkorf uit 1923.
Boven het ontwerp voor het paleis van koning Willem II door Henry Ashton uit 1838, en onder een impressie van J.F. Staals Bijenkorf uit 1923. Foto Collectie Koninklijke Verzamelingen, Den Haag/Collectie Het Nieuwe Instituut

De recente stranding van de verbouwing van het Binnenhof, met konkelende politici en architecten in de hoofdrol, was geen incident maar staat in een mooie, lange Haagse traditie. Ongewoon veel grote bouwprojecten in Den Haag vonden, niet zelden na politiek gekrakeel, geen doorgang in de afgelopen eeuwen, zo blijkt op de heerlijke en vermakelijke tentoonstelling Nooit gebouwd Den Haag in het Haags Historisch Museum. Zo zette de latere koning Willem II in 1838 de Britse architect Henry Ashton aan het werk om een paleis in neogotische stijl te ontwerpen dat niet onder zou doen voor het grootste kasteel ter wereld, niet ver van Londen.

Kroonprins en amateurarchitect Willem was niet gauw tevreden over Ashtons ontwerpen voor het immense paleis dat op landgoed Zorgvliet moest komen, zo valt te lezen in Lex van Tilborgs boek Nooit gebouwd Den Haag waarin nog meer gesneuvelde Haagse projecten worden behandeld dan op de tentoonstelling. Steeds weer moest Ashton zijn plannen wijzigen op Willems al dan niet zelf getekende aanwijzingen. En toen hij het definitieve ontwerp eindelijk af had, verbrak prins Willem om duistere redenen het contact met de architect. Aan de bouw van zijn paleis begon hij niet eens. Op een andere plek, achter zijn paleis Kneuterdijk, ging hij vervolgens zelf aan de slag. Daar liet hij, geheel naar eigen ontwerp, een ‘marmerzaal’ en een ‘gotische zaal’ bouwen. De prins bleek zo’n slecht architect dat de zalen al na korte tijd op instorten stonden en ten slotte werden gesloopt.

Ontwerp voor het paleis van koning Willem II door Henry Ashton uit 1838. Collectie Koninklijke Verzamelingen, Den Haag

Veranderende tijdgeest

Lang niet van alle ontwerpen op Nooit gebouwd Den Haag valt te betreuren dat ze nooit zijn gebouwd. De M van Koolhaas, het M-vormige, door Office of Metropolitan Architecture ontworpen kantoorgebouw dat in 2012 sneefde wegens een faillissement van de bouwer, is bijvoorbeeld een geforceerd ‘origineel’ monstrum, met als enige kwaliteit dat het, gezien vanaf de Herengracht, het zicht zou onttrekken aan de brutalistische doos bovenop het Centraal Station. Verbijsterend zijn ook de plannen voor de Schilderswijk en het Spuikwartier die in de jaren zestig op een haar na zijn uitgevoerd. In het kader van een grootscheeps plan van de Italiaanse architect Pier Luigi Nervi moest het Spuikwartier in zijn geheel met de grond gelijk worden gemaakt om plaats te maken voor tientallen hoge kantoordozen en -torens en brede autowegen. Dankzij een rijschoolhouder die jarenlang, tot de Raad van State aan toe, tegen plan-Nervi procedeerde en de inmiddels veranderde opvattingen over cityvorming, werd het niet uitgevoerd. Ook het plan om een groot deel van de Schilderswijk te veranderen in een Bijlmerachtige hoogbouwwijk werd omstreeks 1970 ingehaald door de tijdgeest, dit keer in de vorm van activistische buurtbewoners.

Ongekende sloopwoede

Aan de hand van veelal prachtige, gedetailleerde tekeningen en maquettes van onder meer de Wereldhoofdstad uit 1905 en het Spuiforum, een groot cultuurgebouw van Neutelings Riedijk architecten dat de Haagse Stadspartij torpedeerde, laat Nooit gebouwd Den Haag en passant zien dat de residentie niet alleen veel gesneefde bouwprojecten kent maar ook werd geteisterd door een ongekende sloopwoede. Zo is het stadhuis van architect J.M. Luthmann uit 1953, waarvan de raadzaal en de ontvangstzaal overigens nooit werden uitgevoerd, alweer gesloopt. En wie de maquette ziet van Rem Koolhaas’ ontwerp voor het stadhuis uit 1986 (dat het aflegde tegen het IJspaleis van de Amerikaanse architect Richard Meier), moet vaststellen dat vrijwel de hele omgeving rondom het stadhuis inmiddels grondig is veranderd. De grote ministeriegebouwen uit de jaren zestig en zeventig, de Zwarte Madonna, het met zwarte tegels beklede woningblok van Carel Weeber uit 1985 en zelfs het Danstheater, Koolhaas’ eerste belangrijke gebouw uit 1987 – allemaal zijn ze inmiddels gesloopt of onherkenbaar van gedaante veranderd.