Erven beschuldigen commissie van ‘partijdigheid’ bij teruggave oorlogskunst

Roofkunst Volgens de erven Lewenstein was de Restitutiecommissie partijdig toen die hun claim op een schilderij van Kandinsky van het Stedelijk afwees. Commissieleden zouden ook werk voor het museum hebben gedaan.

Het schilderij uit het Stedelijk Museum waarop de erven aanspraak maken: Wassily Kandinsky, Bild mit Häusern, 1909.
Het schilderij uit het Stedelijk Museum waarop de erven aanspraak maken: Wassily Kandinsky, Bild mit Häusern, 1909. Foto Stedelijk Museum Amsterdam

Vier van de zeven leden van de Nederlandse commissie die oordeelt over claims op naziroofkunst, de Restitutiecommissie, zijn beschuldigd van partijdigheid. Dit nadat de Restitutiecommissie in 2018 een internationaal bekritiseerd advies uitbracht over een kostbaar schilderij in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam. De commissieleden zouden nauwe banden hebben met het museum en hadden zich volgens de claimanten moeten verschonen.

Lees ook: Erven willen advies Kandinsky uit Stedelijk ongedaan maken

De erven van de voormalige joodse eigenaresse Hedwig Lewenstein-Weijermann, twee Amerikanen en een Nederlander, hebben dinsdag bij de rechtbank Amsterdam een zaak aangespannen tegen de gemeente Amsterdam en het Stedelijk Museum. Ze eisen vernietiging van een in november 2018 uitgebracht advies van de Restitutiecommissie en teruggave van het schilderij, dat onvrijwillig, onder druk van de oorlogsomstandigheden, zou zijn verkocht. De vermeende partijdigheid van vier van de zeven leden speelt daarbij een belangrijke rol.

Belang voor het Stedelijk

Het advies betrof een claim tot teruggave van het schilderij Bild mit Häusern (1909) van Wassily Kandinsky, in oktober 1940 voor 176 gulden op een veiling gekocht door het Stedelijk en sindsdien eigendom van de Gemeente Amsterdam. Het schilderij is nu enige tientallen miljoenen waard.

De commissie oordeelde in 2018 dat de familie zelf tot verkoop van het schilderij was overgegaan, door hun verslechterde financiële omstandigheden. Bovendien zou het werk voor de erven niet van emotioneel belang zijn en voor het Stedelijk Museum van grotere waarde zijn.

Die belangenafweging kwam de commissie op zware kritiek te staan. In de Süddeutsche Zeitung verscheen onder de kop ‘Te mooi om terug te geven’ een artikel waarin stond dat de argumentatie van de commissie „dermate tendentieus is, dat de geloofwaardigheid van de commissie als onafhankelijk orgaan is beschadigd”.

Op een congres in Berlijn zei Stuart Eizenstat, de Amerikaanse staatssecretaris die onderhandelde over de internationale afspraken over roofkunst, de zogenoemde Washington Principles, dat de Nederlandse belangenafweging in de zaak Lewenstein „volledig in strijd is met de Washington Principles”.

Lees ook: Schande dat deze roofkunst in museum mag blijven hangen

Henk Addink, hoogleraar recht, economie, bestuur en organisatie aan de Universiteit Utrecht inventariseerde op verzoek van de erven de banden de leden van de Restitutiecommissie hebben met het Stedelijk Museum.

Vier leden, Claartje Wesselink, Els Swaab, Jaap Koster en Gerdien Verschoor, hebben volgens Addink banden met het Stedelijk. Het zou onder meer gaan om medewerking aan tentoonstellingen en catalogi in het museum, voormalig lidmaatschap van de business club van het museum en sponsorschap van het museum.

Eric Idema, de secretaris van de Restitutiecommissie, zegt desgevraagd dat die banden geen reden waren voor verschoning. „Van partijdigheid is geen sprake geweest.”