Een koffie-ongeval aan boord

Economie & recht Deze rubriek belicht kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: Europees recht.

Foto iStock

Een meisje van zes uit Oostenrijk liep in 2015 tweedegraadsbrandwonden op toen ze tijdens een vliegreis van Mallorca naar Wenen hete koffie over zich heen kreeg uit de beker die haar vader naast haar op het uitklaptafeltje had gezet. Waardoor de beker omviel, kon niet worden vastgesteld.

Vader en dochter claimden 8.500 euro vergoeding bij de (inmiddels failliete) Oostenrijkse maatschappij Niki Luftfahrt, maar die weigerde te betalen omdat de schade geen „typisch luchtvaartrisico” betrof. In hoger beroep legde de hoogste federale rechter in Oostenrijk hun ruzie voor aan het Europees Hof: hoe ver reikt de aansprakelijkheid van de vervoerder?

Omdat het begrip ‘ongeval’ in de Europese regels niet nader is gedefinieerd, moet volgens het Hof de ‘gewone betekenis’ worden gevolgd. Die luidt: een schadelijke gebeurtenis die onvoorzien en onopzettelijk is. Het Hof stelt vast dat daaronder alle situaties vallen waarin een luchtreiziger lichamelijk letsel oploopt door een voorwerp dat wordt gebruikt voor het bedienen van passagiers. Ze hoeven geen verband te houden met risico’s die inherent zijn aan een vlucht. Luchtvaartmaatschappijen hoeven volgens het Hof geen oeverloze claims te vrezen, omdat zij van aansprakelijkheid kunnen worden ontheven wanneer het slachtoffer (mede) schuld treft.

Uitspraak: ECLI:EU:2019:1127