Recensie

Recensie Beeldende kunst

Donald Trump is een kunstwerk en alle kunst is ook propaganda, schrijft Jonas Staal

Boek Propagandakunst is niet iets van de Sovjets alleen. Het bestaat ook in het zogenaamd vrije Westen, wordt duidelijk uit een nieuw boek van kunstenaar Jonas Staal.

Volksparlement van ‘The New World Summit’ van Jonas Staal in Noord-Syrië.
Volksparlement van ‘The New World Summit’ van Jonas Staal in Noord-Syrië. Foto Ruben Hamelink

Eerst een persoonlijke ontboezeming. Dat moderne kunst niet zo autonoom is als mij was geleerd tijdens de studie kunstgeschiedenis, besefte ik pas een paar jaar geleden ten volle tijdens een bezoek aan Parijs. Kort daarvoor was ik in Israël geweest, waar ik zag hoe dit land vanaf 1948 abstract-geometrische kunst is gaan promoten om politieke redenen. Zulke kunst straalt maakbaarheid uit, een schone lei, vergelijkbaar met het idee van een nieuwe staat. Dat politieke ideaal wilde Israël uitdragen (deels ten koste van Palestina), moderne kunst hielp daarbij. De brutalistische betonbouw in Tel Aviv paste in diezelfde propaganda. Dus toen ik een paar maanden later in Parijs in het Unesco-gebouw was, net zo’n brutalistische betonkolos, met binnen abstracte kunst, raakte ik wat vertwijfeld. Het kon niet zijn dat zo’n architectuur de ene keer een politieke boodschap heeft, en de volgende keer neutraal is. Deze architectuur vertelde mij iets wat ik er voorheen niet aan afgezien had. Maar wat precies?

Het antwoord zit hem in die moderniteit: daarmee toonde Unesco zijn plek in de westerse wereld. Strakke moderne lijnen staan voor vooruitgang, verheffing. Vanuit verheffingsidealen heeft het Westen vorige eeuw van alles verkondigd: kolonialisme, daarna democratie, economische expansie. Moderne architectuur past kortom in een kapitalistisch en democratisch imago, kunst net zo. Zelfs als de makers ervan denken neutraal te zijn, passen hun creaties in een politiek verhaal. En dat maakt het … propaganda.

Jonas Staal, De Geert Wilders Werken, 2005-2008.

Geert Wilders

Daarover gaat het boek van kunstenaar Jonas Staal, die zelf zijn kunst inzet als politiek middel. Jaren geleden joeg hij onder anderen Geert Wilders tegen zich in het harnas met bermmonumentjes. Wilders klaagde hem aan, waarna Staal de rechtszaak tot performance uitriep. Hij stuurde er uitnodigingen voor rond alsof het een galerieopening betrof. De laatste jaren werkt hij aan een statenloos parlement dat rondreist en waar statenloze volkeren spreekruimte krijgen. Een politiek kunstwerk, maar met kunstfondsen gesubsidieerd. Immers, Staal is kunstenaar, en dus zijn parlement een kunstwerk. Dat maakt zijn kunst een Trojaans paard, dat kunstgeld voor politiek benut. Maar, stelt Staal: zo gebeurt het altijd. Want volgens zijn beredenering is alle kunst een politiek vehikel.

Dat gebeurt inderdaad in Israël en overal. Dat bewijst ook de tentoonstelling Symptom Bauhaus nu in kunstruimte West in Den Haag, over de verwevenheid van artistieke avant-gardes met het leger en macht. Staals boek, een bewerking van zijn promotieonderzoek, noemt het voorbeeld van het abstract expressionisme dat in de jaren vijftig opbloeide in de VS en achteraf stiekem door de CIA bleek te zijn gesponsord. Toen dit na jaren uitkwam, schrok de kunstwereld zich kapot. Dit was toch vrije kunst? Toch? Nu vond de CIA dat abstracte gedoe niet om aan te zien, maar het idee van vrije expressie leek ze een goed tegengif tegen de zo duidelijk onvrije Sovjetkunst.

Zo hielp de CIA bij het bouwen van de abstract expressionistische mythe van het (mannelijke, witte) schildersgenie en het nieuwe Amerika, aldus Staal. Inderdaad leeft die mythe nog volop. Nog steeds hoor je over de zogenaamde zolderkunstenaar die buiten de maatschappij zou staan (waar dan?) en deze een spiegel zou voorhouden. Maar juist die eenling is zo welkom in het democratisch systeem – dus is die zogenaamd vrije kunstenaar ook onvrij, zegt Staal, en omringt propaganda ook ons. Propagandakunst herkennen we bij de Sovjets – waar we om lachen – maar niet in onze wereld. En als je het niet herkent, juist dan is propaganda effectief.

Steve Bannon

Dat Staal een uniek denker is, blijkt vooral uit zijn haarscherpe analyse van Steve Bannon, aan wie hij eerder ook een tentoonstelling wijdde. Bannon is namelijk behalve Trumps adviseur ook filmproducent en regisseur geweest. In zijn films bedreigen aliens (lees: vreemdelingen) de aarde (lees: de VS), maar een sterke leider (lees: Reagan, Trump) redt deze. Dat apocalyptische wereldbeeld legt Staal naast berichtgeving in het huidige post-truth-tijdperk, waarin nepnieuws over vijanden (Al-Qaida, IS) oorlogsvoering legitimeert. Als politiek fictie is, en fictie is kunst, is politiek ook kunst, en is Trump een door Bannon geschapen kunstwerk – het is, kortom, een zeer interessant boek.

Dat verhaalt hoe kunst wordt ingekapseld door andere grootmachten, tegelijk bespreekt het oplossingsgerichte tegenbewegingen. Occupy, Black Panthers, Azawad: overal is kunst een strijdmiddel voor zichtbaarheid. Zonder zichtbaarheid geen bestaansrecht. Protestkunstenaars maken vlaggen, monumenten, poppen voor protestmarsen. Maar ook bibliotheken: daarin zie je een betere wereld, opdat je weet waar je naar streeft. In die behoefte tot verbeelding past ook Staals parlement. Het maakt statenloosheid zichtbaar en verbindt mensen.

In die radicale instrumentaliteit toont Staal zich een uniek kunstenaar, maar laat dat nou net zijn waar wij in het systeem zo van houden. Zouden tien kunstenaars met een statenloos parlement bij kunstfondsen aankloppen, dan vangen ze bot. Staal niet, want hij is de enige, vooruitstrevend, wat we sinds de CIA en het modernisme zo graag belonen (lees: het witte mannelijke kunstenaarsgenie). Dus ook hij past in een democratisch-kapitalistische propaganda ...

Voor kunstenaars die na het lezen van bovenstaande zich spontaan willen omscholen: niet doen. Want ondanks Staals rake analyses is kunst volgens mij méér dan propaganda. Het is ook een uiting van het menselijk bestaan. Politiek is hoe we de wereld besturen, kunst is hoe we uitdrukking geven aan de wereld. Ergens staan die rollen naast elkaar. Kunst gaat ook over mens-zijn. Zelfs al gaan manipulatieve machten ook daar onvermijdelijk mee aan de haal, meer dan ons lief is.