Opinie

De riskante spelletjes met topambtenaren

Tom-Jan Meeus

De ambtelijke baas van de Belastingdienst, Jaap Uijlenbroek, verliest zijn baan. Voor hem is het vermoedelijk tijdelijk ongerief: volgens de NOS en Omroep West wordt hij, ondanks de toeslagenaffaire, binnenkort de nieuwe gemeentesecretaris van Den Haag. Dit nieuws kan op weinig applaus rekenen: baantjesjager, partijkartel, etc. Lilian Marijnissen (SP) vindt het niet vreemd dat mensen „cynisch worden en het vertrouwen in de instituties verliezen”.

Nu wil je niet dat mensen cynisch worden en het vertrouwen in de instituties verliezen. Aan de andere kant zie je niet meteen een alternatief. Volgens het UWV vonden vorig jaar 1,2 miljoen Nederlanders een nieuwe baan. De meesten mensen schakelen daarbij kennissen en collega’s in. Hoge ambtenaren doen dit in feite ook: zij zitten in een pool, de Algemene Bestuursdienst, zodat ze na een mislukking bijna altijd een nieuwe functie krijgen.

Dit schuurt natuurlijk. Tegelijk moet je hoge ambtenaren beschermen tegen politieke grillen. Democratie werkt zolang ambtenaren bereid zijn politici loyaal en onzichtbaar te ondersteunen. Reken je hoge ambtenaren persoonlijk af op fouten, dan geef je ze een politiek gezicht – waarmee bewindslieden de onzichtbare ondersteuning verliezen waarop hun hele functioneren gebaseerd is.

En dan: wat zijn ambtelijke fouten? Dankzij RTL Nieuws en Trouw weten we dat bij de Belastingdienst individuele ambtenaren de hand hadden in een vaak schandalige behandeling van mensen met een uitkering. Maar óók weten we dat de dienst onbestuurbaar is sinds de invoering van het toeslagenstelsel, in 2005.

En: twee staatssecretarissen sneuvelden, maar ambtelijk was het slagveld groter. Uijlenbroek is de vierde directeur-generaal Belastingdienst in twaalf jaar die vertrekt. En het interessante is: terwijl politici maar praatten, en slachtoffers ook een stem in de media kregen, hebben die vertrokken topambtenaren zelden publiekelijk over hun ervaringen verteld. Zo blijft de zaak ongewis: ontstond dit door ambtelijke klootzakken die mensen moedwillig een poot uitdraaiden, of door dienstkloppers die braaf deden wat politici wilden?

Ook deze onzekerheid heeft een reden: in Den Haag geldt nog steeds de ‘Oekaze-Kok’, genoemd naar oud-premier Wim Kok, die het ambtenaren belet individueel contacten met Kamerleden en journalisten te onderhouden.

Dus als politici écht willen weten wat er hier misging, is niet de vervanging van topambtenaren prioriteit, maar trekken ze morgen die oekaze in – zodat die ene groep kan spreken die steeds de schuld krijgt maar nooit iets zegt. Al moet je er rekening mee houden dat mensen dan pas echt cynisch worden en hun vertrouwen in de instituties verliezen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.