Analyse

Accountants niet in staat tot zelfregulering

Vernietigend rapport Na vijf jaar onderzoek heeft een commissie van accountants geconcludeerd dat de politiek moet ingrijpen. De sector zelf is namelijk niet in staat schoon schip te maken.

Foto kiddy0265
Foto kiddy0265
Lees ook het interview met Ada van der Veer: ‘Politiek moet ingrijpen bij de accountants’

Het is accountants niet gelukt om een kwaliteitsverbetering door te voeren. De politiek moet ingrijpen. Tot die conclusie komt de Monitoring Commissie Accountancy die vijf jaar lang de sector binnenstebuiten keerde. „De kwaliteit is nog steeds onvoldoende en er is niet genoeg vooruitgang”, stelt voorzitter Ada van der Veer. „De wetgever moet nu optreden.”

Na een reeks van schandalen waarbij accountants verzaakten – zoals de val van DSB Bank en fraudes bij Vestia en Ballast Nedam – gaf de Tweede Kamer de sector in 2014 een laatste kans om zélf met verbetermaatregelen te komen. Een van die maatregelen was de instelling van de Monitoring Commissie. Ironisch genoeg komt juist zij na jaren onderzoek tot de conclusie dat accountants zélf niet in staat zijn hun sector op orde te krijgen.

Bij meer dan de helft van de dertig aanbevelingen die de commissie dinsdag in haar eindrapport doet, moet de wet op de schop. Een greep: de macht van beroepsorganisatie NBA moet ingeperkt, de NBA-voorzitter voortaan door de minister aangewezen. Er moet een ‘vliegurencriterium’ ingevoerd komen: accountantskantoren die niet genoeg controles uitvoeren (105 van de 270 kantoren) verliezen hun vergunning.

Ook moet de bedrijfsorganisatie van de grote kantoren – Deloitte, EY, KPMG en PwC – op de schop. Zij hebben nu nauwelijks eigen vermogen en keren winst direct uit aan de partners. De commissie wil dat zij verplicht financiële buffers aanleggen van tientallen miljoenen per kantoor. De vier moeten benaderd worden als systeemorganisaties die too big to fail zijn omdat zij de boeken controleren van vrijwel alle grote bedrijven en instellingen.

Controleren van de boeken

Accountants hebben het monopolie op een publieke taak: het controleren en goedkeuren van de boeken van bedrijven. „De vertrouwensman van het maatschappelijk verkeer”, zo omschreef hoogleraar Théodore Limperg, grondlegger van de moderne accountancy, hem honderd jaar geleden.

Keer op keer wordt echter geconstateerd dat accountants steken laten vallen. Sinds de kredietcrisis voerde toezichthouder AFM negen grote onderzoeken uit. Steeds was het controlewerk onvoldoende.

Beroepsorganisatie NBA lanceerde afgelopen najaar de reclamecampagne ‘Nederland rekent op zijn accountants’ om de beroepsgroep eens positief voor het voetlicht te brengen. Accountants benadrukken de laatste tijd dat de sector weliswaar nog stappen moet zetten, maar dat de kwaliteit de afgelopen jaren fors verbeterd is.

De reacties dinsdag waren van vergelijkbare strekking. De NBA sprak van „continu verbeteren”. Zowel de NBA als de vier grote accountantskantoren negeerden de kernboodschap van de commissie: dat politiek ingrijpen noodzakelijk is.

PvdA-Kamerlid Henk Nijboer daarentegen stelt juist het „zeer eens” te zijn met de commissie „dat zelfregulering niet werkt”. Nijboer is de man achter de motie waarmee de Kamer accountants in 2014 een laatste kans bood zélf orde op zaken te stellen. Die kans is wat hem betreft bekeken. „Er is nu zowel strenger toezicht, als politiek ingrijpen nodig.”

Nijboer verwacht dat de politieke discussie de komende periode niet zal gaan over of wettelijke ingrepen noodzakelijk zijn, maar welke. Die discussie kan eind deze maand van start. Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) stelde zelf namelijk óók een commissie in om de accountantssector onder de loep te nemen. Na een als te mild bekritiseerd tussenrapport in november komt zij eind deze maand met definitieve conclusies. Tot die tijd wil Hoekstra niet reageren. Hij laat via zijn woordvoerder weten dat dinsdag opnieuw is gebleken dat „dat de accountancysector nog een slag te maken heeft”.