Opinie

Baudet: Scruton heeft als leermeester mijn wereldbeeld beslissend gevormd

Conservatisme De ideeën van de Britse conservatieve filosoof Roger Scruton, die zondag op 75-jarige leeftijd overleed, vormden de basis voor het programma van FVD, schrijft in een ode aan zijn mentor.
Roger Scruton in zijn werkkamer in zijn boederij in Wiltshire, september 2015
Roger Scruton in zijn werkkamer in zijn boederij in Wiltshire, september 2015 Foto Andy Hall/Getty Images

Toen ik mijn dierbare Roger Scruton een week of twee geleden aan de telefoon had, klonk hij nog zeer opgewekt. Hoopvol. De kanker die in zijn longen was uitgezaaid leek succesvol te zijn bedwongen en hij had zin om er weer tegenaan te gaan. Een steen in de vijver te gooien. Zijn tegenstanders boos te maken. Komende maand zou ik hem en zijn vrouw Sophie weer eens bezoeken op de frume – Scrutonspeak voor farm, de boerderij in Wiltshire waar hij woonde (en zo had hij geheime woordjes voor alles).

Dit landgoed, ‘Scrutopia’, bood niet zomaar een dak boven het hoofd: het was een levend experiment – een poging om wat hij zag als de grote uitdaging van onze tijd, het hervinden van een ‘thuis’, in de praktijk te brengen. Het was een plek waar hij ‘gesetteld’ was (of wilde zijn) en waar hij probeerde te leven met de seizoenen, de dieren en de natuur. Een ‘ergens’ dus, dat stond tegenover het ‘nergens’ van de grote stad, de consumptiemaatschappij, het wereldburgerschap.

Ik leerde Roger Scruton kennen in 2006, toen ik hem uitnodigde een lezing te komen houden in Amsterdam. Hij werd co-promotor bij mijn proefschrift over het belang van de natiestaat (2012). En zijn ideeën vormden de basis voor het programma van Forum voor Democratie. Als leermeester heeft hij mijn wereldbeeld beslissend gevormd.

Scrutons filosofie vertrok vanuit een gevoel van gemis, van verlies, teweeggebracht door de moderne tijd, die vanaf de Franse Revolutie, de industrialisatie, de secularisering en het internet algehele ontworteling had gebracht. Hij wilde de mensen weer inbedden, keerde zich daarom tegen immigratie, moderne architectuur en seksuele promiscuïteit. En hij pleitte voor familiebanden, nationale soevereiniteit, historische worteling.

Renaissance-fantasie

Heel zijn werk ademt de pijn van afscheid en verlies; en alles wat hij schreef is dan ook in zekere zin een elegie – bedoeld om hetgeen dat verloren is zozeer te strelen dat het eventjes weer tot leven kan komen en kortstondig, al is het maar in de beleving van de lezer, kan wederopstaan. Aan die renaissance-fantasie heeft Roger Scruton geloofwaardigheid willen geven. Dat was het project van zijn leven.

En daarom begint hij zijn lofzang op Engeland – zíjn Engeland – ook met Hegels fameuze ‘Uil van Minerva’, die zijn vleugels pas uitspreidt bij het vallen van de avond. „Hegels woorden hebben betrekking op elk aspect van ons bestaan”, schrijft hij in England: an elegy (2001). „Het inzicht komt altijd op het eind. Maar met dat inzicht is ook iets verloren. Wat komt eerst – het inzicht of het verlies? Vaak lijkt het alsof we dingen stukmaken door ze te analyseren; maar tegelijk is het doordenken van dingen die ons dierbaar zijn vaak de enige manier om ze nog te behouden, als ze ons eigenlijk al zijn ontglipt.”

Vanaf zijn vroegste jeugd lijkt Scruton dat gevoel van onthechting en verlies te hebben gehad. Hij voelde weinig warmte in zijn ouderlijk huis, en liep als jongen weg van school voordat hij eindexamen had gedaan. Als verstekeling ging hij mee op een boot om de wereld te verkennen. Dankzij uitzonderlijke resultaten slaagde hij er vervolgens tóch in tot Cambridge te worden toegelaten. Hij specialiseerde zich in de esthetica – de theorie van het schone, het evenwicht: de inbedding. Aanwezig in mei ’68 bij de studentenrellen in Parijs voelde hij zo’n diepe afkeer van de revolutionairen, dat hij politiek actief besloot te worden. Hij zou naar eigen zeggen gezworen hebben dat „wat zij ook maar geloofden, ik het tegenovergestelde zou geloven”.

Lees ook de necrologie over Roger Scruton: Gestileerde conservatief en stokebrand

Oikofobe mode

Zo werd hij een tegenstander van de linkse – of in zijn woorden: „oikofobe” – mode die de westerse wereld decennialang zou domineren en die neerkomt op een afkeer van de eigen cultuur. Hij publiceerde The Meaning of Conservatism (1980) en werd verstoten uit de politiek-correcte academische wereld.

Jaren van moeizaam freelancebestaan volgden, waarin korte successen – zoals een adviesrol voor Margaret Thatcher of een column voor The Times – uiteen spatten in ruzies en smaadprocedures. Als een bezetene bleef hij ondertussen verder werken aan zijn oeuvre, dat behalve zo’n vijftig boeken over Spinoza, Kant, architectuur, muziektheorie, christendom en seksualiteit ook twee opera’s omvat en een aantal romans.

Hij had verschillende vriendinnen, flirtte met de islam, leerde Arabisch, Tsjechisch, Pools, Turks, totdat hij uiteindelijk een landelijk bestaan met boerderij, kerk en gezin ontdekte als antwoord op het moderne, ontwortelde bestaan – dat hij volop had geleefd, en volop in zichzelf ervoer; maar misschien juist daarom zo uitdrukkelijk verwierp.

Aan het eind van de jaren negentig begon zijn ster te rijzen, en met zijn briljante duiding van de aanslagen van 11 september 2001, The West and the Rest, brak hij definitief door naar het grote publiek. In de jaren daarna verwierf hij wereldfaam, en meerdere keren heb ik meegemaakt dat hij werd aangeduid als „greatest mind of the West”.

Lees ook: Mokerslag op de borreltafel; Roger Scruton over de moderne cultuur

Altijd outsider

Het was een status die hem niet alleen genoegen verschafte. Vanaf het moment dat ik hem voor het eerst ontmoette, tot dat allerlaatste telefoongesprek, enkele weken voor zijn dood, afgelopen zondag, benadrukte Scruton altijd een outsider te zijn. Hij leefde van tegenstand, van conflict – en was dan ook eigenlijk op zijn best in korte, puntige columns, debatten, of zelfs meer nog dan dat: in conversaties.

Volstrekt briljant waren de avonden aan zijn keukentafel, met gezelschap van divers pluimage, waarin hij in dialoog met zijn gasten het godsbesef verdedigde, moderne architectuur neersabelde, het neoconservatisme onderuit schoffelde en tegelijkertijd de finesses van Mozart toelichte, of het hart van een schoonmaakster prees. Natuurlijk vaak met blocnote erbij – want de flessen die we dronken zou hij de volgende dag voor een wijnblad recenseren.

Lieve, rusteloze Roger. Mijn mentor, co-promotor en voor even ook mijn ‘schoonvader’. Hij nodigde me uit een paar weken bij hem te komen logeren en nam me mee op vossenjacht. Hij kocht pasteitjes voor me toen hij me naar Oxford bracht en leerde me luisteren naar Wagners Parsifal terwijl we de Sauternes dronken die Evelyn Waugh beschreef in Brideshead Revisited: Château Lafaurie-Peyraguey.

Tot het laatst van zijn leven werkte hij aan een boek over precies die opera, Parsifal, waarin alle elementen van zijn leven leken samen te komen: het christelijk geloof, het belang van seksuele toewijding en bovenal: het hervinden van een verloren thuis. Bitterzoete speling van het lot dat hij juist dat boek niet kon voltooien.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.