Analyse

Spaanse premier gaat nu over links – met steun van Catalaanse separatisten

Nieuwe regering Sánchez kan in gepolariseerd Spanje niet anders dan zich opwerpen als het gezicht van „een progressieve regering van de dialoog”.

De Spaanse koning Felipe VI (midden) na de presentatie van de nieuwe regering. Tweede van links premier Sánchez, geheel links vice-premier Iglesias.

De Spaanse koning Felipe VI (midden) na de presentatie van de nieuwe regering. Tweede van links premier Sánchez, geheel links vice-premier Iglesias.

Foto Chema Moya/Pool

Het is in meerdere opzichten een zeer lastige opdracht die de Spaanse premier Pedro Sánchez moet vervullen om, na de val van zijn regering in februari vorig jaar, aan de macht te kunnen blijven. De Madrileen zag zich na twee parlementsverkiezingen gedwongen om compromissen te sluiten met uiterst links en met Catalaanse separatisten. Het resultaat: voor het eerst sinds de transitie van dictatuur naar democratie in 1978 krijgt Spanje een coalitieregering, en voor het eerst wordt de Spaanse arbeiderspartij in een regering op links gepasseerd, in de vorm van vijf ministers van Unidas Podemos.

Lees ook: Krijgt Sánchez daken vol panelen?

Sánchez kan in het zeer gepolariseerde Spanje zo langzamerhand niet anders dan zich opwerpen als het gezicht van „een progressieve regering van de dialoog”. De 47-jarige sociaal-democraat betitelde afgelopen zondag zo zijn minderheidskabinet, vlak nadat hij zijn ministers had voorgesteld aan koning Felipe VI. De coalitieregering van PSOE en Unidas Podemos komt dinsdag voor het eerst in een ministerraad bijeen.

Het samenstellen ervan was met name een zaak van Sánchez zelf. Vooraf was alleen met Unidas Podemos afgesproken dat de coalitiepartner vijf ministers onder wie één vicepremier zou krijgen, in de vorm van partijleider Pablo Iglesias. Diens partner Irene Montero (Gelijkheid) en de beroemde socioloog Manuel Castells zijn opvallende gezichten uit de koker van Podemos. Castells werkte jaren voor de universiteiten van Californië en Parijs en krijgt de portefeuille Universiteiten.

Sánchez zorgde al voor de eerste rimpeling door zonder medeweten van Unidas Podemos de positie van zijn partij te verstevigen: hij breidde het aantal ministers uit van achttien naar 23 en stelde een extra vicepremier aan. Naast uiterst linkse ministers koos hij ook bewindslieden met een gevestigd sociaal én economisch profiel – zoals Arancha González Laya op Buitenlandse Zaken die zich bij de EU én de VN bezighield met internationale politiek en handel, of vicepremier Nadia Calviño, die jaren voor de Europese Commissie werkte, op economie. Zo wil Sánchez uitstralen dat zijn regering zich aan de regels van ‘Brussel’ zal houden.

Met twaalf mannelijke en elf vrouwelijke ministers is de regering bijna in balans. Naast Iglesias, die verantwoordelijk wordt voor Sociale Zaken, en Calviño zijn er nog twee vrouwelijke vicepremiers: Carmen Calvo (eerste vicepremier) en Teresa Rivera (Ecologische Transitie).

De voornaamste afspraken in het regeerakkoord gaan over het tegengaan van flexibilisering van de arbeidsmarkt, het invoeren van een extra belasting voor ‘de rijken’, het verhogen van het minimumloon van 900 naar 1.000 euro, het bevorderen van een gelijke beloning voor mannen en vrouwen, maatregelen voor het tegengaan van seksueel misbruik en het via een dialoog zoeken van een politieke oplossing voor het grote conflict in Catalonië.

Want zonder steun van de linkse Catalaanse separatisten van de ERC zou er van „een progressieve regering van de dialoog” helemaal geen sprake zijn geweest.