De levendige, nieuwe talkshow Mondo ontstijgt de anekdotiek

Zap Een iets lager tempo zou het nieuwe kunst- en cultuurprogramma Mondo goed doen. De zaterdagavondkijker moest goed wakker zijn om de discussie over wokeness te volgen.

Arnon Grunberg, Wieke ten Cate, presentator Nadia Moussaid, Akwasi en Philip Huff in Mondo.
Arnon Grunberg, Wieke ten Cate, presentator Nadia Moussaid, Akwasi en Philip Huff in Mondo. Beeld VPRO

In gedachten zag ik nog wel het lijk van VPRO Boeken in een hoek van de studio liggen toen ik zaterdag naar de eerste aflevering van Nadia Moussaids talkshow Mondo keek – het blijft beschamend hoe het boekenprogramma (samen met Vrije geluiden) is geliquideerd. Maar goed, de makers van Mondo kunnen daar niets aan doen.

De ambitie van Mondo (VPRO) stemt vrolijk. Geen kabelbaangesprekjes waarin een kunstenaar komt vertellen welke persoonlijke ervaringen aan zijn of haar werk ten grondslag liggen. In plaats daarvan werd de kijker dadelijk ondergedompeld in een groepsgesprek over kunst en politieke correctheid met theatermaker Wieke ten Cate, rapper Akwasi en de schrijvers Philip Huff en Arnon Grunberg.

We vlogen langs The Lion King, Turks fruit (inclusief een beroemde passage die Moussaid niet durfde voor te lezen „omdat mijn ouders kijken”), Dostojevski, Martin Scorsese, Frans Kellendonk, Cervantes, Albert Camus en „de schrijver die de Arabier uit L’étranger een eigen boek gaf, ik ben even zijn naam kwijt, ja Kamel Daoud, dank je Philip”.

Tekenend was dat Grunberg (hierboven aan het woord) wel een exemplaar van zijn net verschenen roman Bezette gebieden had meegenomen, maar dat het daar niet over ging. Het weerhield hem er niet van om het gesprek te domineren en in dat proces verstandige dingen te zeggen: „Ik denk dat kunst uiteindelijk altijd gaat over morele ambiguïteit. Een kunstenaar is niet iemand die jou moet zeggen wat het goede is. Op het moment dat ik zeg wat het goede is, neem ik al een machtspositie in die ik eigenlijk niet wil innemen.”

En, nadat Moussaid begon over het „morele vergrootglas” waaronder veel kunst is komen te liggen: „Alles ligt onder een moreel vergrootglas. Dat is een beetje de ziekte van deze tijd.” Huff zag in zijn werk veel meer een rol bij het ter sprake brengen van bijvoorbeeld scheve verhoudingen tussen mannen en vrouwen bij een studentenvereniging. Akwasi verbaasde zich over de groene en blauwe ogen van de leeuwen in The Lion King. Hij wilde voor zijn clip een all black cast en zei dat programmaredacties nog veel te wit zijn. „Je hebt artistieke vrijheid, maar die gaat gepaard met verantwoordelijkheid.”

De goede bedoelingen nemen niet weg dat Mondo nog niet helemaal af is. Kennelijk waren de makers zo bevreesd voor een abstract gesprek dat er in razend tempo een reeks voorbeelden doorgenomen moest worden, inclusief beeldfragmenten, waardoor het gesprek haastiger en rommeliger verliep dan nodig – de zaterdagavondkijker moest goed wakker zijn om de discussie over wokeness te volgen.

Moussaid is een levendige gespreksleider, maar ze liet het gesprek meer zijpaden inslaan dan menselijkerwijs tot het eind kunnen worden afgelopen. In de drukte kwam Ten Cate weinig aan het woord: pas aan het slot kon zij uitleggen hoe ze wel verwonderde vragen kreeg toen ze een voorstelling maakte vanuit het perspectief van een zwarte, maar niet toen ze dat van een jonge witte nationaliste koos.

Een iets lager tempo zou Mondo goed doen, het afsluitende interview met dancelegendes Karl Hyde en Rick Smith (Underworld) was al wat kalmer. Sterk was een rubriekje waarin filmregisseur Ena Sendijarevic vertelde welke verschillende uitwerkingen het kunstwerk ‘Bosnian girl’ (een fotomontage waarin beledigende graffiti door een Dutchbatter is verwerkt) van Šejla Kamerić op haar had.

Ook hier ging het niet om anekdotiek, maar om wat kunst met een mens doet – iets waar televisiemakers zelden de tijd voor nemen. Alleen dat al maakt het uurtje Mondo iets om te koesteren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.